We komen er wel

Leerling.jpg

Een leerling woord van de academie van Merksem getuigt:

Het was lang geleden dat ik nog eens een schriftelijke evaluatie gekregen had. Ik vond het spannend. Het moment waarop ik mijn Artistiek Portret in handen kreeg, deed me zo denken aan die zenuwachtige minuten vooraleer de leraar me mijn rapport overhandigde.

Maar daar houdt de gelijkenis op. Hier geen opmerkingen zoals Goed gewerkt of Prima gezwegen tijdens de lessen chemie.

Wat dan wel? Een doortastende evaluatie waarbij 6 identiteiten – die in elk van ons aanwezig zijn – centraal staan: vakman, performer, kunstenaar, samenspeler, onderzoeker en unieke ik. Voor elke identiteit krijg je een overzicht van wat je kunt, waar je goed in bent. Een persoonlijke eindconclusie formuleert je ontwikkelingskansen en je sterke punten. Hoe heet zoiets ook alweer? Opbouwende kritiek. Iets waar je iets mee kan. Aan jezelf bouwen bijvoorbeeld.

Het onderwijs hervormt continu, weliswaar traag. En toch heb ik veel hoop als ik de huidige manier van evalueren in de Academie voor Woord, Muziek en Dans in Merksem bekijk. Dan denk ik: we komen er wel.

Kwaliteitscultuur

KDO.jpeg

Directeurs, leraren en inspecteurs vinden kwaliteitsbewaking belangrijk. Dat is terecht. De praktijk van externe kwaliteitsbewaking schuiven sommigen naar voor als een vorm waar andere onderwijsvormen jaloers op zijn. Inderdaad waardevol.

De huidige praktijk met externe juryleden heeft echter ook zijn tekortkomingen: juryleden kijken vanuit een eigen, niet geëxpliciteerd referentiekader. Vaak zonder de context van de leerling te kennen. En ze hebben ook geen opleiding gehad als feedbackgever. Dat maakt dat het concept sterk persoonsafhankelijk en niet altijd voedend is. Soms heb je iets aan een extern jurylid, maar soms ook niet. En dat is toch wel problematisch: kwaliteit hangt dan af van het toeval.

Directeurs geven aan dat ze altijd weer op zoek zijn naar juryleden die echt het verschil maken. Maar ze geven ook toe dat dat niet altijd lukt.

Pilootacademies onderzoeken andere vormen om aan kwaliteit te werken. Kwaliteitsbewaking is voor hen een te passief en statisch concept. De woorden kwaliteitscultuur en kwaliteitsbevordering geven beter aan waar het om draait: actief, gericht en systematisch kwaliteit nastreven. Enkele voorbeelden:

  • bewust kiezen voor (een kleiner team) jury’s die het verschil maken;
  • trainen van juryleden en collega’s in feedback geven;
  • leraren uitgedagen om ook elkaar feedback te geven;
  • opstarten van een toetsingscommissie: een werkgroep die de evaluatiepraktijk van de eigen academie systematisch analyseert en bijstuurt.

Kwaliteit voorop in het DKO.

Voor interpretatie vatbaar

Oogst3_Cover

Oogst is een nieuw magazine voor beeldende kunst, literatuur en film. Mooi uitgegeven, fijne  selectie onderwerpen,  ontwikkeld met oog voor detail. Alleen al die heerlijke baseline: een tentoonstelling op papier.

Tijdens mijn heilig ritueel op zaterdag, in de bib de kranten en tijdschrfiten doornemen, lees ik Oogst in één adem uit.

Vooral de rubriek Voor interpretatie vatbaar is fantastisch. Eén kunstwerk, twee invalshoeken. Vanuit hun vakgebied laten experten een nieuw licht schijnen op wat je ziet.

In volume 3 zijn dat reclamemaker Jens Mortier en galeriehouder Simon Demobel over een meesterwerk uit de conceptuele kunst: Tips for artists who want to selll van John Baldessari. Lachen geblazen met het kunstwerk zelf en de gedachten van Jens Mortier.

baldessari-photo--004

Leren omgaan met uiteenlopende interpretaties en meningen is ook kunstonderwijs. Op evaluatiefiches beschrijven leraren van pilootacademies wat verschillende feedbackgevers gezegd hebben. Dat dat soms tegenstrijdig is, mag geen probleem zijn. Daarmee leren omgaan, is een kwaliteit om te ontwikkelen.

Metaforen

aardappels-zak-748.jpg

Ik beken. Ik pik graag metaforen van collega’s. Stelen in de beste betekenis van het woord. Zoals deze:

Dit klinkt als een patattenzak die van de trap afrolt.   (merci Tom)

Eerst zie je dan een glimlach op het gezicht van de leerlingen. Wat zegt die nu? En daarna volgt het inzicht dat een passage niet sprankelend en gearticuleerd gespeeld is. Werkt.

Ook leraars zang hebben een ongelofelijk arsenaal aan metaforen. Omdat hun instrument niet zichtbaar is, moeten ze wel. Voorbeelden?

Je swingt als een wasmachine: je speelt technisch juist maar het mist ziel en feel.

Zing over de wasdraad: beeld je in dat je kin over een wasdraad hangt en er niet vanaf mag glippen. Alles wat je zingt moet je over die wasdraad heen gooien.

Zing als vers gezette koffie, niet als koffie die je net hebt opwarmd: zing alsof het de eerste keer is dat je die woorden in je mond neemt.

Metaforen en vergelijkingen, beeldrijke en competentiegerichte interventies die bij kunstonderwijs passen…

…en die wat lichtheid aan het academiebestaan geven.