Onbruikbaar

tumblr_mwfdwuDpXt1qad4foo1_1280.jpg

Kunstenares Katerina Kamprani maakt gebruiksvoorwerpen onbruikbaar. Grappig? Zeker. Maar na de eerste glimlach borrelen er existentiële vragen op. Moet alles een doel hebben? Moet kunst nuttig zijn? En moet een artistiek proces altijd uitmonden in een afgewerkt product?

De vooronderstelling dat kunst(onderwijs) functioneel moet zijn, wordt hier serieus in vraag gesteld. Deze onbruikbare gebruiksvoorwerpen waarschuwen ons voor een (kunst)(onderwijs)wereld waarin harde doelgerichtheid de norm is.

24.jpgThe-Uncomfortable-by-Katerina-Kamprani-03.jpg

Waar kan ik je mee helpen?

Help.jpeg

Een leraar start zijn les met steeds dezelfde vraag:

“Waar kan ik je mee helpen?”

Simpel en onschuldig op het eerste zicht. Maar bij nader inzien een belangrijke en sterke vraag. De leerling wordt uitgedaagd om na te denken over wat hij wil weten en wat zijn leervraag is.

Het concept wordt nog interessanter omdat de leraar deze startvraag consequent volhoudt gedurende vele jaren. Gevolg? De leerling leert meedenken en anticiperen. Bovendien voelt hij zich mede-eigenaar van de inhoud van de les en zijn leertraject.

Maps of getting lost

screensnapshot-22-11-2014-10-48-40

Artistieke competenties vragen niet om de kortste en snelste weg. Treuzelen, verdwalen en verloren lopen horen erbij.

Fotograaf John Ryan Brubaker verzint voor zijn project maps of getting lost manieren om verloren te lopen in een stad. Hij wandelt er doelloos rond om de omgeving te observeren. Hij laat zich leiden door zelf gekozen uitdagingen:

  • loop zo lang mogelijk naar beneden;
  • volg de patronen in de kasseien;
  • sla altijd linksaf als dat kan.

Dit levert subtiele poëtische beelden op. En het inzicht dat verdwalen een sterk product kan opleveren.

Meer weten? www.jrbrubaker.com

Onderzoekende dansers

IMG_1852 (1).jpg

Een lerares dans van de kunstacademie Noord-Limburg liet zich uitdagen door de maand van de onderzoeker op haar academie. Ze experimenteerde – gespreid over enkele weken – met een nieuwe werkvorm:

  1. via een geleide improvisatie ontwikkelden leerlingen nieuwe bewegingspatronen;
  2. twee groepen kregen de opdracht om die bewegingspatronen om te zetten in een grafische tekening;
  3. groep 1 ging daarna aan de slag met de tekening van groep 2 en omgekeerd;
  4. en dan volgde de ultieme opdracht: zet de tekening van de andere groep om in beweging op een ander muziekwerk.

De lerares deelde achteraf haar enthousiasme: dit was een bijzonder leerrijke ervaring voor leerlingen én leraar!

Onderzoeksvragen met een hoek af

maakhetmetkunstenaars.jpg

Waarom een les niet starten met een onderzoeksvraag?

In het lager- en secundair onderwijs is dat een courante werkwijze: leerlingen krijgen een inspirerende vraag en nemen dan de tijd om daar antwoorden op te formuleren.

Ook voor kunstonderwijs liggen hier interessante mogelijkheden. En laten we er onmiddellijk maar een artistieke onderzoeksvraag van maken. Vragen met een twist,  of een hoek af.

In het boek Maak het met kunstenaars van het stedelijk museum Amsterdam vind je schitterende voorbeelden. Een kunstenaar is telkens het uitgangspunt voor een opdracht. Een speelse en uitnodigende vraag zorgt voor goesting. De kunstenaar voor de inspiratie:

  • Hoe ontwerp je samen een letter (en doorsta je de groeipijn)? (Moniker)
  • Hoe smaakt jouw sjaal? (Kaartje Martens)
  • Hoe maak je van een vuilniszak een maatpak? (Victor & Rolf)
  • Kun je meer tekenen dan je ziet? (Jan Rothuizen)
  • Wat is jouw ding in de toekomst? (Joep Van Lieshout)

Voorbeelden voor muziek? Ik doe een snelle brainstorm:

  • Hoe componeer je muziek waar zelfs je broer rustig van wordt? (Arvo Pärt)
  • Hoe klinkt een peer? (Erik Satie)
  • Hoe kan een simpel volksliedje klassieke muziek worden? (Bela Bartok)

En heb jij mooie voorbeelden? Deel ze op deze blog…

Ontstaansproces onderzocht

gie_bogaert.jpg

Universiteit Antwerpen volgde drie jaar de werkwijze van schrijver Gie Bogaert. Zijn handelingen op de computer werden bijgehouden en geanalyseerd. Dat leverde interessante informatie op over zijn werkwijze en het ontstaansproces van een artistiek product.

Belangrijkste conclusie: ongeveer 40 procent van de woorden die Bogaert neerschreef, schrapte hij. Dit bevestigt nog maar eens wat vele makers al weten: een kunstwerk ontstaat door een (eindeloos) proces van schrappen en schaven: less-les les.

Nog een interessante vaststelling: Bogaert schreef het  boek niet van bladzijden 1 naar bladzijde 100. Hij sprong constant heen en weer tussen de verschillende hoofdstukken.

Het meest verrast was Bogaert over zijn schrijftempo. Slechts 2,9 woorden per minuut. Kwaliteit vraagt tijd.

Harde en zachte competenties

screensnapshot-11-05-2016-10-29-15.jpg

Vakmanschap bestaat uit harde competenties. Deze competenties vereisen een hoge mate van precisie. Het zijn bekwaamheden die iedere keer zo correct en identiek mogelijk moeten uitgevoerd worden. Er is meestal maar één weg naar het ideale resultaat. Harde competenties moeten lopen als een Zwitsers horloge: betrouwbaar, accuraat, voorspelbaar en automatisch zonder de minste hapering.

De andere rollen vragen eerder zachte competenties. Hier is eerder flexibiliteit nodig. Zachte competenties ontwikkel je door spel. Je verkent je grenzen in veranderlijke situaties door steeds weer nieuwe en lastige hindernissen te leren overwinnen. Een leraar maakt zich dan ook niet druk om foutjes. Het belangrijkste is dat leerlingen durven uitproberen en leren omgaan met andere contexten.

De twee goed onderscheiden, is de boodschap. Harde en zachte competenties vragen elk een eigen aanpak.