Deur

We hebben als leraar in de kunsten wel iets met deuren van concertzalen. Eindeloos wachten met je leerling tot je binnen kan. Met fierheid die deur openen omdat je weet dat het publiek iets moois te wachten staat. Of ouders tegenhouden die ongepast willen binnenglippen.

Sommige theaterdeuren doen meer dan de heilige stilte bewaken. Ze vertellen wat je binnen mag verwachten. In theater de Kleine Komedie in Amsterdam fotografeerde ik volgende toegangspoort tot de kunsten:

IMG_2447 2.jpg

Raken en geluk

rsz__dsc6229.jpg

In de Morgen zegt actrice Anne-Laure Vandeputte:

Ik weet dat wat ik doe uit mezelf komt, of het trekt nergens op. Maar ik doe het niet voor mezelf. Ik doe het om mensen te raken, en als dat lukt… Man, ik word daar zo gelukkig van. Een maand na zo’n voorstelling loop ik nog altijd met een onnozele glimlach rond.

Een publiek willen raken is één van de 20 artistieke competenties. En kijk, deze competentie heeft ook een prachtig neveneffect: je wordt er zelf gelukkig van.

Herkenbaar? Natuurlijk wel. Want daar doen we het toch voor? Tenzij je het niet begrepen hebt…

De geest van klasexamens

201167896_5324a5f0cc_b.jpg

Een mail van een leraar piano:

20 jaar sta ik in het vak en toch waren de jaarlijkse openbare proeven nog altijd een beproeving. Ik was altijd weer gefrustreerd omdat het zo snel moest gaan. En omdat de jury, hoe bekwaam die mensen ook waren, maar een beperkt aspect van de leerling konden evalueren. Ik zag ook zelden gelukkige kinderen, jongeren en ouders na een examen.

Wat zijn we in godsnaam aan het doen, vroeg ik me af. En ik merkte dat ik daar niet alleen mee zat. Méér en méér juryleden gaven ook aan dat ze hier geen punten op konden geven. Ze wilden liever iets zeggen over wat ze gezien en gehoord hadden. Maar een rangschikking maken? Nee, dat hadden ze gehad.

Op klasexamens was er wél aandacht voor andere aspecten zoals kunstenaarschap, persoonlijkheid en ontwikkeling. Collega’s onder elkaar namen de tijd om leerlingen te bespreken. En dat was deugddoend.

Ondertussen is op onze academie de touch van de klasexamens de standaard geworden. Concerten met daarna voldoende ruimte om het erover te hebben. En dat klopt voor mij. 

 

Einde van het blogjaar. Geniet van een welverdiende vakantie.

Dichtbij of afstand

regisseur in zaal.jpg

Waar zit/ sta je tijdens een les of repetitie? Waar coach je je leerlingen?

Ga je dicht bij de leerling staan zodat je samen een tekst kunt bestuderen? Of ga je in een hoek van het lokaal luisteren? Om het geheel overschouwen. Om letterlijk en figuurlijk afstand te nemen.

Sommige leraren gaan in de zaal zitten en geven van daaruit aanwijzingen. Anderen lopen op het podium rond en sturen zo het liefst snel bij.

Begeleiden is balanceren tussen de twee. Dichtbij tijdens de instudeerfase. En met afstand om het geheel te overzien en leerlingen los te laten. Of om te onderzoeken hoe iets als toeschouwer binnenkomt.

In aanloop naar de concerten in mei en juni neem ik elke week iets meer afstand.

 

Vier op een rij

4opeenrij.jpg

Een leraar woord van de academie van Izegem vertelde dat hij leerlingen vier keer onmiddellijk na elkaar liet optreden. Het opzet was eenvoudig: groepen toeschouwers wandelden van de ene plek naar de andere en kregen telkens een klein concertje aangeboden. De leerlingen speelden vier keer hetzelfde programma voor een klein maar fijn publiek.

De leraar stelde vast dat leerlingen enorm groeiden tijdens dit traject. Bij het eerste optreden zag hij nog aarzeling en zenuwachtigheid. De laatste keer was anders:

  • meer automatismen;
  • grotere zelfzekerheid;
  • meer contact met het publiek;
  • én groeiend spelplezier.

Vier keer winst op een rij.

Logisch toch? Voor vakmanschap verdragen we dat een leerling een techniek pas na enkele mislukte pogingen in de vingers heeft. Maar van de performer verwachten we dat het er van de eerste keer staat.

Harde en zachte competenties

screensnapshot-11-05-2016-10-29-15.jpg

Vakmanschap bestaat uit harde competenties. Deze competenties vereisen een hoge mate van precisie. Het zijn bekwaamheden die iedere keer zo correct en identiek mogelijk moeten uitgevoerd worden. Er is meestal maar één weg naar het ideale resultaat. Harde competenties moeten lopen als een Zwitsers horloge: betrouwbaar, accuraat, voorspelbaar en automatisch zonder de minste hapering.

De andere rollen vragen eerder zachte competenties. Hier is eerder flexibiliteit nodig. Zachte competenties ontwikkel je door spel. Je verkent je grenzen in veranderlijke situaties door steeds weer nieuwe en lastige hindernissen te leren overwinnen. Een leraar maakt zich dan ook niet druk om foutjes. Het belangrijkste is dat leerlingen durven uitproberen en leren omgaan met andere contexten.

De twee goed onderscheiden, is de boodschap. Harde en zachte competenties vragen elk een eigen aanpak.

Bijzonder repertoire

Koffiekletsmuziek.jpg

Een leraar uit de academie van Roeselare deelt het repertoire dat zijn leerlingen spelen toch wel op een hele originele manier in:

  • koffiekletsmuziek: muziekwerk dat de leerling zonder moeite, met de ogen dicht kan spelen;
  • gebruikstukjes: muziekwerk dat de leerling uit het hoofd kan spelen en dat hij op elk moment zomaar uit zijn hoed kan toveren;
  • doe-het-zelfmuziek: muziekwerk dat de leerling zelfstandig mag instuderen (en waarvan de leraar weet dat dat een haalbare kaart is);
  • luistermuziek: muziekwerk dat de leerling zonder bladmuziek van bijv. youtube kan instuderen.

Achter deze vrolijke woorden schuilt een sterk concept dat leerlingen uitdaagt om op een veelzijdige manier een repertorium uit te bouwen.