Harde en zachte competenties

screensnapshot-11-05-2016-10-29-15.jpg

Vakmanschap bestaat uit harde competenties. Deze competenties vereisen een hoge mate van precisie. Het zijn bekwaamheden die iedere keer zo correct en identiek mogelijk moeten uitgevoerd worden. Er is meestal maar één weg naar het ideale resultaat. Harde competenties moeten lopen als een Zwitsers horloge: betrouwbaar, accuraat, voorspelbaar en automatisch zonder de minste hapering.

De andere rollen vragen eerder zachte competenties. Hier is eerder flexibiliteit nodig. Zachte competenties ontwikkel je door spel. Je verkent je grenzen in veranderlijke situaties door steeds weer nieuwe en lastige hindernissen te leren overwinnen. Een leraar maakt zich dan ook niet druk om foutjes. Het belangrijkste is dat leerlingen durven uitproberen en leren omgaan met andere contexten.

De twee goed onderscheiden, is de boodschap. Harde en zachte competenties vragen elk een eigen aanpak.

Intake met beelden

image001

Iets uitdrukken hoeft niet altijd met woorden te gebeuren. Soms levert een andere vorm interessante dingen op.

Een lerares van de academie van Sint-Truiden werkte met een set inspiratiekaarten (bijvoorbeeld picture this) voor het intakegesprek. Leerlingen kregen de vraag ‘Wat is je droom voor dit jaar?’. Uit de set kaarten kozen ze een foto die daar uitdrukking aan gaf. Dit was het uitgangspunt voor het gesprek.

De kaarten bleven ook de komende maanden zichtbaar in de klas. Kwestie van het doel voor ogen te houden.

Diepvries

diepvries-groente.jpg

Kaat zit nu in de hogere graad fagot. Ze kwam in eerste les van het eerste jaar met een grote droom de klas binnen: Ik wil mijn eigen liedjes maken.

We hebben dat tijdens de eerste weken even opgepakt. Wat improviseren met de twee noten die ze geleerd had. Maar toen was het tijd voor het echter werk: een goede mondstand. Prima. Haar droom en misschien haar talent ging voor heel even de koelkast in.

Kaat kreeg een goede mondstand. Ritmes werden steeds complexer en haar klank mooier. Ik herinner me dat ze het in de middelbare graad nog enkele keren geprobeerd heeft: Kan je me leren improviseren? Nu nog niet, zei ik, eerst het examen M3. In de hogere graad is daar ruimte voor. En zo belandde haar droom en misschien haar talent in de diepvriezer.

Van de dingen die in de koelkast liggen, weet je nog dat je ze hebt. Bij spullen in de diepvriezer weet je dat vaak niet meer.

Noodzaak aanboren

kippenvel

Tijdens een werkmoment op de academie van Ronse brachten de collega’s woord het thema noodzaak aanboren binnen. De nieuwsgierigheid voor dit thema groeide zienderogen bij de rest van het team.

Wat bedoelden deze collega’s met noodzaak aanboren? En hoe werk je daaraan?

Je onderzoekt samen met de leerling zijn (innerlijke) drang om te creëren. Bijvoorbeeld door onderzoekende vragen te stellen.

  • Wat is voor jou belangrijk (in dit werk)?
  • Wat wil je vertellen?
  • Wat houdt je bezig?
  • Hoe wil je raken?

Of van eenzelfde orde: door leerlingen lijstjes te laten maken.

  • Waar heb ik een hekel aan?
  • Waar krijg ik kippenvel van?
  • Wat maakt me bang of ongerust?
  • Wat vind ik mooi (in het leven)?

Vanuit die rijke informatie kan de leraar gericht materiaal zoeken en ontwikkelen. Materiaal dat dicht bij de kern van de leerling ligt.

En dan kan er magie ontstaan: leerlingen die vanuit hun unieke ik creëren en uitdrukken. Energie en betrokkenheid spatten ervan af. Kippenvelmomenten.