Kunde wordt kunst

craftsmanship

Wat de kunstenaar van de vakman onderscheidt? De vakman maakt doorgaans wat hij heeft geleerd, volgens de beproefde methode en met het te verwachten resultaat.

Een kunstenaar gaat verder waar de vakman stopt. Hij neemt risico’s, kijkt anders en probeert het onmogelijke te bereiken. Het resultaat is daarom dikwijls verrassend, ook voor hem. De kunstenaar weet nooit wat en hoe het kunstwerk zal zijn, tot hij het vindt.

Grote kunstenaars zijn dikwijls even ‘kundig’ als de beste vakmannen. Maar een prachtig afgewerkt sierobject is daarom nog geen kunst. De kunstenaar voegt iets belangrijks toe aan het vakmanschap: verbeelding. Dan wordt kunde kunst.

5 x 5

5x5.jpg

Sommige leerlingen proberen net voor een concert de meubelen nog te redden. De laatste week hard studeren. Onderzoek toont aan dat dat enkel op korte termijn een effect heeft. Na vier weken is het leereffect van de erin-stampers bedroevend: 44 procent kan het geleerde dan niet meer reproduceren.

Het brein kan maar een beperkte hoeveelheid informatie op één moment verwerken. Goed opbouwen heeft daarom een duurzaam leereffect. Vijf minuten oefenen, laten bezinken en daarna weer kort oefenen. Leren vraagt om focus en concentratie en dat kost energie. Daarom heeft het brein rustperiodes nodig.

Leer daarom je leerling om oefening te spreiden. Want vijf maal vijf minuten oefenen heeft veel meer effect dan één keer een half uur. En misschien is het beeld hierboven wel een fijn hulpmiddel om dit te illustreren.

Trots op je werk

screensnapshot-17-03-2016-01-30-55.jpg

Fietsenmaker Jos Dol vertelt hoe zorgvuldig hij een slag uit een achterwiel haalt:

Met twee handen pak ik aan beide kanten van het wiel telkens twee spaken vast, alsof ik een harp bespeel. Zo voel ik hoeveel spanning op de afzonderlijke spaken staat. Hoe vaster de spaak, hoe hoger de spanning. Door met die spanning te spelen, haal ik de golf uit het wiel.

Theologe Barbara Zwaan reageerde met grote bewondering op het verhaal van de fietsenmaker. Zij vergeleek Jos Dol met filosofe Simone Weil.

Wanneer Weil over aandacht schrijft, gebruikt ze grote, hoogstaande bewoordingen. Deze fietsenmaker zegt precies hetzelfde, maar impliciet en misschien daarom nog indrukwekkender. Dit is levende aandacht, aandacht voor het werk. Echte vakmannen vallen samen met wat ze doen. Ze zijn één met hun bezigheid, die daardoor voor mij iets mystieks of spiritueels krijgt, zonder dat het hier gaat om een hogere werkelijkheid: de mensen voeren gewoon hun beroep uit.

Hoe kunnen mensen zo opgaan in iets heel gewoon, hun dagelijks werk? Socioloog Richard Sennett weet dat mensen via hun vak een gevoel van eigenwaarde krijgen. De beloning voor dat werk hangt niet af van salaris, punten of aanzien. Trots zijn op je werk, daar doen we het voor.

Aandachtsboog

aandachtig-luisteren.jpg

In Knack vertelt pianist Julien Libeer over aandacht. We lijden allemaal onder een verknipte aandachtsboog. Luisteren naar klassieke muziek vraagt zo veel aandacht dat het niet meer van deze tijd lijkt.

Ik hoor veel mensen klagen over het feit dat ze het niet meer kunnen: hun aandacht erbij houden. We moeten daar iets aan doen. Niet alleen omdat we naar Beethoven moeten blijven luisteren. 

Zonder diepgang komen we er niet. Zelf begon ik met iedere dag vijf zinnen over te schrijven in schoonschrift, zo mooi als ik kan. Het idee om kinderen te leren schrijven op een toetsenbord vind ik complete waanzin. Ik weet niet waar ik het gelezen heb, maar intelligentie construeer je via de zintuigen. Als je geen echte materialen voelt, als je niet leert met je handen te schrijven, muziek te maken, te tekenen, dan mis je een dimensie van het mens-zijn. Ik weet niet wat er met de mens en zijn empathie gebeurt, als we alles door een soort virtuele realiteit zullen duwen. Het is niet alleen de vraag welke wereld we onze kinderen nalaten, maar ook welke kinderen we aan onze wereld nalaten. 

Japans vakmanschap

telraam.png

Tijdens de gitaarles vertel ik het verhaal van een Japans gitarist. Onder zijn pupiter had deze virtuoos een telraam laten monteren om zijn vakmanschap te vergroten.

Als hij geconfronteerd werd met een moeilijke passage in een partituur gebruikte hij dat telraam met tien bolletjes. Hij schoof één bolletje naar rechts als hij de moeilijke passage een eerste keer juist kon uitvoeren. Ging de tweede keer ook goed, een twee bolletje. Maar als er de derde keer een fout in sloop, schoof hij alle bolletjes weer naar links. En het spel begon van voor af aan.

Vakmanschap betekende: de tien bolletjes aan de rechterkant krijgen.

Trainen tot het helemaal af is.

Harde en zachte competenties

screensnapshot-11-05-2016-10-29-15.jpg

Vakmanschap bestaat uit harde competenties. Deze competenties vereisen een hoge mate van precisie. Het zijn bekwaamheden die iedere keer zo correct en identiek mogelijk moeten uitgevoerd worden. Er is meestal maar één weg naar het ideale resultaat. Harde competenties moeten lopen als een Zwitsers horloge: betrouwbaar, accuraat, voorspelbaar en automatisch zonder de minste hapering.

De andere rollen vragen eerder zachte competenties. Hier is eerder flexibiliteit nodig. Zachte competenties ontwikkel je door spel. Je verkent je grenzen in veranderlijke situaties door steeds weer nieuwe en lastige hindernissen te leren overwinnen. Een leraar maakt zich dan ook niet druk om foutjes. Het belangrijkste is dat leerlingen durven uitproberen en leren omgaan met andere contexten.

De twee goed onderscheiden, is de boodschap. Harde en zachte competenties vragen elk een eigen aanpak.

Overdrijven

nutella-furious-pete1-750x400.jpg

Hoe leren ouders hun kinderen nieuwe woordjes? Ze rekken de klank en leggen extra nadruk. Ze oooooverdrijven. Het is interessant om deze beproefde methode ook op de academie toe te passen.

Als je iets nieuws moet leren, leg het er dan dik op. Moet je hard aan de snaren trekken, doe het met alle macht. Wil je iets duidelijk vertellen, doe het dan overdreven theatraal. Wie het groot oefent, kan het altijd ook kleiner maken. Kan je de volumeknop op 10 zetten? Dan is ook op 2 of 4 geen probleem. Omgekeerd is een stuk moeilijker.