Feedbackkaarten

IMG_3722.jpeg

Ik heb hier geen woorden voor. Deze poëtische feedback gaf een tienjarige leerling deze week na een presentatie van een andere leerling gitaar. Dat raakte iedereen die in de klas zat. Omdat het prachtig geformuleerd was en ook helemaal klopte: de uitvoering was fijnbesnaard en meeslepend.

Anderzijds is de letterlijke variant ik heb hier geen woorden voor ook een interessante kwestie. Leerlingen hebben soms een beperkt vocabularium om feedback te geven. En dan maken ze er zich gemakkelijk vanaf met clichés: goed gespeeld of ik vind het al heel goed. En daar zijn we hopelijk niet tevreden mee.

Deze week experimenteerde ik met feedbackkaarten. Op zo’n kaart staat een vraag die de aandacht van de leerling richt. Iedere leerling kiest op voorhand telkens één kaart. Zo kan de feedbackgever zich concentreren op één aspect. Dat geeft houvast en maakt het makkelijker.

Conclusies? Dit simpele concept leverde sterkere feedback op: soms grappig, soms ontwapenend eerlijk. En dat zorgde voor veel gelach, nieuwe inzichten en ook wel een kleine traan.

Tempo drop

Enkele jaren geleden hoorde ik een onthutsend verhaal over een leraar groepsmusiceren. Bij de start van het schooljaar deelde hij het examenstuk uit. Vanaf les twee speelde de groep in een zeer traag tempo dat werk door. De volgende maanden werd de metronoom elke les één streepje sneller gezet. Om tegen het examen te eindigen in het juiste tempo. 

Gelukkig bestaan dit soort praktijken niet meer. Wat me in dit verhaal intrigeert, is het concept tempo drop. Leerlingen spelen gedurende een lange tijd in zo’n traag tempo dat ze niet aanvoelen hoe de grote melodische en harmonische lijnen evolueren. En wat het karakter van het werk is. 

De alternatieven zijn niet zo moeilijk.

Laat leerlingen ook minder complexe werken spelen. Technische moeilijkheden liggen dan minder in de weg om tot de kern van musiceren te komen. En er wordt een uitgebreid repertoire opgebouwd. 

Een andere werkwijze is misschien nog interessanter. Been een werk uit: laat doorgangsnoten, versieringen, tussenakkoorden weg zodat enkel de kern overblijft. Leerlingen voelen dan sneller het metrum, het tempo en de feeling van een werk aan. Daarna kan er bijgebouwd worden. 

Doorzettingsvermogen

dieet-volhouden-750x469.jpg

Je bent geen genie. Dit kreeg de Amerikaanse psychologe Angela Duckworth in haar jeugd te horen. Ondertussen studeerde ze op Harvard en Oxford neurowetenschappen en won ze prestigieuze prijzen.

In het boek De Grit-factor onderzoekt ze waarom ze toch slaagde. Ze stelt vast dat testen die uitgaan van intelligentie en leiderschapspotentieel weinig zeggen over slaagkansen in onderwijs of succes in de verdere loopbaan. Passie en doorzettingsvermogen zijn wel bepalende factoren. Succes ontstaat door een speciale mix van volledige overgave en vastberadenheid om op lange termijn je doelen waar te maken.

En hoe kan je dan doorzettingsvermogen aanleren? Het is een thema waar vele leraren DKO mee worstelen. Duckworth geeft enkele tips:

  • Ga lastige situaties voor je leerlingen niet uit de weg. En accepteer dan dat tegenslagen daar een onderdeel van zijn.
  • Kijk als leraar (en ouder) minder naar de cijfers en meer naar het groeiproces. Want groei is een veel interessantere indicator en stimulator.
  • Geef het goede voorbeeld. Ga zelf nieuwe uitdagingen aan en laat dat zien in de klas.

Trapje hoger

IMG_2872.JPG

Elke leerling zijn eigen podium. Het team van de academie van Wilrijk reageerde enthousiast op deze uitspraak van een lerares.

Optreden hoort bij podiumkunsten. Daar waren we het over eens. Maar het belang van dat podium, de grootte van het publiek, het gewicht van een jury…  dat pas je aan aan je leerling.

Wie hoge ambities heeft, speelt op jong talentconcerten. Of op wedstrijden zoals Cantabile. Voor een andere leerling is een leerlingenconcert de juiste plek. En voor sommige volwassenen is een concertje voor de medeleerlingen van hetzelfde uur al een hele uitdaging.

Een lerares liet het eerste jaar haar leerlingen zelf hun podiumniveau kiezen. Ze stelde vast dat leerlingen op veilig speelden. Sindsdien daagt ze leerlingen uit om altijd een trapje hoger te mikken. Want ook dat is onze taak: altijd weer de zone van naaste ontwikkeling opzoeken. Altijd weer een trapje hoger op het podium.

Mozart op de agenda

442213muziekacademie_tinnen_schotel_tienen_rimanque_group_monument_2_.jpg

De academie van Tienen heeft voor dit schooljaar een prachtige agenda ontwikkeld. Deze agenda is nu de plek waar leerlingen, ouders en leraren elkaar ontmoeten. De evergreens staan er natuurlijk in: huiswerk, tips, tops, notenbalken…

Maar daarnaast nodigt de agenda ook uit om achteruit en vooruit te kijken. In de spiegel noemen ze het. Wat lukt al goed? Wat minder? Hoe schat ik mezelf als kunstenaar of performer in? Wat is mijn volgende uitdaging?

Als kers op de taart kom je ook nog te weten dat Mozart op de grote markt van Tienen, in het gebouw van de academie, overnacht heeft. Prachtig toch. Maar niet verder vertellen. Want anders wordt de academie binnenkort overspoeld door fotograferende Japanners. Laat deze plek vooral een toevluchtsoord blijven voor een nieuwe generatie leerlingen die graag in de voetsporen van Mozart willen treden.

Domme en slimme dril

1*AxbuuyS_lsMXl8_GTSRl9g.png

100 keer hetzelfde herhalen. Ooit was dat de standaard. Ondertussen staan we dankzij onderzoek en gezond verstand een stuk verder. Zomaar iets herhalen is dom. En een fout erin drillen, is dubbel dom… en bijzonder frustrerend voor de leraar.

Slimme dril doe je bewust en gevarieerd. Zo wordt training effectief. En daarom ook leuk. Want als het vooruit gaat, ben je ook gemotiveerd. Logisch toch?

Dit zijn vijf slimme dril tips. Met dank aan de specialisten Lieven van Ael en Jo Stijnen:

  1. train bewust en super geconcentreerd;
  2. stel je na een speelbeurt de vraag hoe het nog beter kan;
  3. oefen met plezier, laat je uitdagen door bijvoorbeeld levels;
  4. varieer in klankkleur, accenten, sfeer…;
  5. studeer geen fouten in.

Dril

1282605.jpg

Soms krijg ik de vraag of er op de academie nog plaats is voor dril. Mag een leraar nog een drilinstructeur zijn? Kom op, speel, en nog een keer, en nog, nog, nog … Tot de vingers of de mond pijn doen. Of tot de woorden je de keel uit gangen. Tot het perfect is.

We zijn dat blijkbaar kwijtgeraakt. En durven dat ook niet meer vragen aan leerlingen. Terwijl we allen proefondervindelijk weten: het hoort erbij. Training tot het in de vingers zit. Je uren kloppen. De harde noot van het vakmanschap.

Een stevige inspanning leveren en daar achteraf de vruchten van plukken. Het blijft waardevol. Laten we, als de context daarvoor klopt, daar ook niet bang voor zijn. Met gezond verstand.