Ontwikkelingsgericht kunstonderwijs

6169353332_cb018942d3_o.jpg

Een leraar DKO start steeds weer vanuit datgene wat iemand wil, kent en kan. Daarna wordt elke leerling geholpen om de eigen grenzen te verleggen en boven het huidige ontwikkelingsniveau uit te stijgen. Opdrachten zijn telkens net iets moeilijker. Noch te makkelijke oefeningen, noch te hoog gegrepen opdrachten hebben een leereffect. Dit proces begeleiden is de taak van de leraar.

Omdat mensen van elkaar verschillen (o.a. qua motivatie, leertempo en interesses) loopt een artistieke ontwikkeling via een individueel pad. Maatwerk zet de toon in artistiek onderwijs. Die ontwikkeling volgt daarbij een grillig en persoonlijk parcours. Het is daarom weinig zinvol om vooraf een scherp omschreven leerpad uit te tekenen.

Dit noemen we ontwikkelingsgericht werken. En deze aanpak past bij kunstonderwijs.

Ontwikkelingsgericht staat tegenover criteriumgericht werken. Bij dit laatste wordt vooraf een bepaald eindniveau bepaald. Wie het haalt, mag verder. Wie faalt, haakt af of stroomt door naar contexten die minder hoge eisen stellen.

(passage uit het raamleerplan Kunstig Competent)

Het publiek maakt het werk af

48331426171_f4328d8c70_o.jpg

De kunstenaar maakt het werk, het publiek maakt het werk af.

Deze uitspraak van de Raad voor Cultuur in Nederland is meer dan een spitsvondige woordspeling. De gedachte dat een kunstenaar ook nadenkt over zijn relatie met het publiek, wordt hier sterk naar voor geschoven.

Sommigen kunstenaars zullen het nu voelen kriebelen. Want zij kijken hier anders naar: een kunstenaar hoeft helemaal geen rekening te houden met zijn/ haar publiek. Hij/ zij drukt zich uit en wat een publiek daarvan vindt is hun zaak. Punt uit.

En toch zijn we ervan overtuigd dat het zinvol is om op de academie na te denken over het effect van je werk op een publiek.

Onderzoek in Engeland geeft aan dat professionals vooral focussen op de ambachtelijke en artistieke kwaliteiten als ze naar een werk kijken of luisteren. Toeschouwers zijn vooral op zoek naar de kwaliteit van de persoonlijke ervaring: wat doet een kunstwerk met mij en wat kan het voor mij betekenen?

We vinden dat je daarom leerlingen met volgende vragen mag confronteren: Welke ervaring wil je oproepen? Hoe wil je raken? En wat kan je werk voor een toeschouwer betekenen?

Doelbewust trainen

piek-800x445.png

Anders Ericsson en Robert Pool beschrijven in hun boek Piek hoe gewone mensen buitengewoon kunnen presteren. De kern van hun betoog? Altijd maar herhalen heeft weinig effect. Je haalt er hooguit een gemiddeld niveau mee.

Daar tegenover stellen ze het concept van doelbewust trainen. De ingrediënten?

  • duidelijke en bewuste doelen stellen;
  • geconcentreerd oefenen;
  • directe feedback krijgen;
  • de lat steeds hoger leggen.

Het boek ontkracht de talentmythe. Toppresteerders hebben niet uitzonderlijk veel talent. Wat hen wel onderscheidt, is doelgerichte training en hard werken. Dat is het talent waarmee ze het verschil maken.

Natuurlijk erkennen de auteurs de invloed van aangeboren eigenschappen. Met 1m60 zal je geen basketter in de NBA worden. Maar het boek is toch op de eerste plaats een pleidooi voor doelbewuste trainingsprincipes.

Professionele dwarsdenkers

dwarsdenkers_fb.jpg

Past het woord gewaagd bij jou? Zeg je graag vrijuit je mening? Kan het je niet altijd schelen hoe anderen naar je kijken? Ben je graag anders dan de rest? … dan ben je misschien een dwarsdenker.

In het kunstonderwijs werken vele dwarsdenkers. Zeker meer dan in een gemiddeld bedrijf. En die hoge densiteit maakt het werk op de academie best wel pittig: hevige discussies, onverwachte kronkels, grote emoties, botsingen, doordrammen. Ik leef mee met directeurs van academies. Het is niet makkelijk om dat te hanteren.

De keerzijde is dan weer even mooi. Dwarsdenkers maken ons kunstonderwijs avontuurlijk en risicovol. Onvoorspelbaar ook.

En daar kunnen onze leerlingen hun profijt uit halen. Hier leer je, gevoed door een professionele dwarsligger, met een andere blik kijken. Hier kan je nog doordrammen over een (on)belangrijk detail en een ongezouten mening ventileren.

Heerlijk tegendraads.

Mogelijke leerwegen

Artistieke leerweg .jpeg

Bij sommigen leeft het verlangen om processen in het kunstonderwijs te pakken krijgen. Dat mondt dan uit in modellen en teksten die aangeven welke lineaire stappen leerlingen moeten zetten: stap 1, stap 2 …

Dit soort leerlijnen zijn vooral geruststellend voor de ontwerpers: we hebben het onder controle. De werkelijkheid is helaas (sorry fout) gelukkig anders. Artistieke processen zijn ingewikkeld, chaotisch, persoonlijk en onvoorspelbaar.

Je kan hoogstens mogelijke leerwegen uitdenken. En dan onderzoeken of je daar iets mee kan in een bepaalde context. De volgende maanden zullen we op heel wat academies voorzichtig zulke oefeningen maken. 

 

Hoogwaardig vakmanschap

33416176324_22020d15b2_o.jpg

Muziekboeken insinueren dat je met hun methode in enkele maanden een instrument kan leren spelen. We weten natuurlijk beter: een lange leertijd is noodzakelijk.

Hoogwaardig vakmanschap gaat vooral om kennis die niet in een boek staat. Richard Sennet noemt dit belichaamde kennis. Kennis die voortvloeit uit de intuïtieve samenwerking van lichaam en geest.

Daarom blijft het essentieel dat een meester zijn gezellen met regelmaat ontmoet. En dat ze samen de mogelijkheden en grenzen van instrument, materialen en gereedschappen verkennen.

Deze ontmoeting gaat verder dan de traditie herhalen. Want het stoffige imago van de ambachten hebben we achter ons gelaten. Nieuw vakmanschap zoekt naar uniciteit, maatwerk en innoverende technieken. Het nieuwe ontstaat in een creatief spel tussen een leerling met nieuwe ideeën en zijn leraar. Hoogwaardig vakmanschap.

Op een podium of tentoonstelling is dit proces naar hoogwaardig en nieuw vakmanschap niet altijd zichtbaar. In de ateliers/ klassen op de academie des te meer.

Archieven waar muziek in zit

penny-lane-lyric1.jpg

Het is een courante praktijk dat leerlingen en leraren beeld hun materialen verzamelen in portfolio’s.

In de Standaard vertellen musici over hun archieven.

Ik hou alles bij behalve mijn boekhouding. Ik heb geen archief, ik woont erin. Ik ben altijd al verzamelaar geweest. En archivaris: lijstjes maken en dagboeken bijhouden. Van sommige mensen vond ik een sms zo speciaal, dat ik ze met de hand heb overgetypt. In het lettertype van de Nokia-gsm.

Daan Struiven

Ik bewaar notities en invallen voor songs. Ideeën noteer ik in de app Evernote en die bundel ik per jaar. Regelmatig kijk ik ernaar. Het is interessant om je eigen weg te zien.

Inne Eysermans van Amatorski

Thema en variatie

sheet-music

Een lerares piano liet haar leerlingen eigen variaties maken op werken die ze gespeeld hadden: een ander ritme, andere arpeggio’s, uitgebeend tot op de kern, met overmatige versieringen, met een andere voortekening…

Met dit concept organiseerde ze een themaconcert. Eerste speelden leerlingen het origineel, daarna de nieuwe versie… Omgekeerd had ook gekund…

Prachtig concept!

Boek over creatie

Samen met componist Bert Appermont zal ik volgend schooljaar een boek over creatie in het instrumentonderwijs uitgeven. 

De titel is al een spel: TIJD VOOR MAKEN. Het boek zelf zal dat ook zijn. Met meer dan honderd nieuwe creatie-opdrachten dagen we jou en je leerlingen uit om het onbekende terrein van ‘zelf iets maken’ te onderzoeken. Je kan kiezen uit zowel succes-verzekerd-opdrachten als verdiepend materiaal. De opdrachten richten zich op alle leerlingen instrument: van beginnelingen tot gevorderden, van de optie uitvoerend musicus tot creërend musicus in de 4de graad. 

Omdat we ons aanbod zo ‘getest’ mogelijk willen maken, zijn we op zoek naar leraren instrument die nieuwe opdrachten in hun praktijk willen uitproberen. Ben je geïnteresseerd, dan mag je ons mailen: erik.schrooten@ucll.be. 

En natuurlijk kan je ook voor je academie een workshop over dit uitdagende thema aanvragen.