Niet jouw stijl?

mondriaan.jpg

Leerlingen hebben snel een oordeel klaar over een werk dat je hen aanreikt : niet mooi, saai, te klassiek, niet mijn stijl… Een lerares dans heeft een scherpe repliek klaar als ze weer zo’n opmerking hoort: eerst ga je hier hard op studeren en dan bespreken we opnieuw of dit wel/niet jouw ding is.

Ze maakt een stevig punt: eerst leren kennen, erop wroeten en dan pas oordelen.

Noot greep klank

hoe-oud-zijn-je-oren-20160119-0111.jpg

De leerling keek tevreden de zaal in. Goed gedaan, dacht hij. Dat zijn versie van Sur le pont d’Avignon atonaal klonk, had hij niet gehoord. Wat was er fout gegaan? Zijn hand stond een vakje te ver.

Het voorval deed zich tien jaar geleden voor. En het was een kantelmoment voor mijn lespraktijk. Ik stelde vast dat die leerling enkel bezig was met noten en grepen. Hij vergat om zijn oren te gebruiken. Geen relatie tussen klank en greep.

Dat nooit meer, dacht ik.

En nu staan we voor een bijzonder interessant moment om met z’n allen dat nooit meer te zeggen. Vanaf dit schooljaar komen leerlingen onze instrumentklas binnen die nog geen noten kunnen lezen. Je kan dat problematisch vinden. Of je kan een snelcursus notenleer in je methode verwerken zodat je je vertrouwde werkwijze kan behouden.

Maar je kan deze kans ook oppakken om zonder partituren te starten. Zo kan alle aandacht gaan naar houding, klank en greep. Laat het notenbeeld maar later binnenkomen als een handig hulpinstrument.

Ik wed erop dat er dan meer tonale versies van Sur le pont d’Avignon zullen klinken op onze toonmomenten.

Opinie in de Standaard

Trendsetters.jpeg

De kunstacademies in Vlaanderen starten dit schooljaar met een nieuwe organisatiestructuur: nieuwe vakken, nieuwe opties en meer autonomie. De overheid keurde het decreet pas in het voorjaar van 2018 goed, waardoor de voorbereidingstijd kort was. Daarom zal het dit jaar organisatorisch allemaal wat minder lekker lopen. Het wordt zoeken en experimenteren. Gelukkig kunnen leraar-kunstenaars daar wel mee omgaan.

Die nieuwe structuur is een grote verandering in het deeltijds kunstonderwijs, maar zeker niet de enige. Al enkele jaren zijn er inhoudelijke verschuivingen te zien die minstens zo belangrijk en interessant zijn. Academies zijn van conservatieve bastions geëvolueerd naar trendsetters in onderwijsland.

Uitstraling van de leerling

Een nieuwe kijk op evaluaties en uitgepuurde doelen voor het kunstonderwijs zijn daarvan twee mooie voorbeelden.

Een groot deel van de academies in Vlaanderen heeft vaarwel gezegd tegen het oude evaluatiesysteem. Waar vroeger ernstige juryleden achter een tafel punten gaven voor wan- en prachtprestaties, zien we nu jury’s ijverig feedback formuleren. Die feedback is het resultaat van een radicaal veranderde mindset: een evaluatie mag leerlingen niet in een rangschikking plaatsen, maar moet hen uitdagen om een volgende stap te zetten in de eigen ontwikkeling. Concrete, heldere en toekomstgerichte feedback is daarvoor de meest effectieve manier. Alle leerlingen, ook de toptalenten, zijn erbij gebaat.

In die feedback komt niet enkel de technische uitvoering aan bod, maar ook de uitstraling van de leerling en de mate waarin de leerling zijn publiek raakt. In een genuanceerde taal wordt uitgedrukt wat opvalt en wat de eigenheid van de leerling is. Een leraar-kunstenaar heeft daar een bijzondere fijngevoeligheid voor en kan die nu ten volle inzetten.

Vroeger hingen de leerlingen na een laag cijfer hun gitaar aan de haak. Vandaag dagen academies leerlingen uit om een volgende stap in de eigen ontwikkeling te zetten. En om verder te blijven spelen. Directeurs krijgen nu opeens felicitaties van ouders die het sterk waarderen hoe hun kind zo mooi getypeerd werd in de evaluatiefiche.

De angst dat de kwaliteit zou dalen is ongegrond. Technische virtuositeit krijgt niet langer alle focus. Wie zit er te wachten op een moeizame en struikelende uitvoering van een veel te moeilijke driestemmige inventie van Bach? Eindeloze examens voor lege zalen zijn vervangen door stijlvolle concerten door gemotiveerde leerlingen, met een levend publiek.

Het deeltijds kunstonderwijs heeft samen met de overheid ook een beperkt aantal doelstellingen (artistieke competenties) uitgetekend.

Alle doelen op één pagina

Terwijl op andere onderwijsniveaus nog de gedachte leeft dat meer doelen ook resulteren in beter onderwijs, is de toon voor het kunstonderwijs anders. Het leerplan ‘Kunstig Competent’ zet de doelen voor tien jaar kunstonderwijs op één pagina: twintig thema’s die tijdens de opleiding aan bod moeten komen. Dat geeft overzicht en daagt de leraar-kunstenaar uit om met zijn rijke verbeelding een eigen vorm te geven aan die doelen. Het deeltijds kunstonderwijs geeft zo veel vertrouwen en autonomie aan de leraren. En dat werkt stimulerend.

Een beknopte lijst doelen heeft nog andere voordelen. Het geeft ruimte om op maat van de leerling te werken. Leraren kunnen altijd weer keuzes maken om bepaalde aspecten meer uit te diepen en andere thema’s enkel aan te raken. Ze kunnen zo optimaal aansluiten bij de volgende ontwikkelingszone van een leerling.

De vroegere, gestandaardiseerde examens hadden soms het tegenovergesteld effect. Ze dwongen leraren om uniform en gericht naar die evaluatie toe te werken. Teaching to the test. En dan stelde je je soms de vraag of de leerling iets geleerd had.

Ondertussen groeit er ook vanuit het lager, secundair en hoger onderwijs interesse voor dit model: de radicale keuzes, de compacte en open set doelen, de autonomie voor de leraar en de voedende evaluatie spreken aan.

En misschien willen ook leraren buiten de academie – diep in hun hart – iets meer kunstenaar in hun klas zijn: eigenzinnig en risicovol. Avonturen tijdens de avonduren.

Wat motiveert mij?

15800262437_718b931c5b_o.jpg

Tijdens een vorming over leerlingen motiveren vroeg ik de deelnemers om na te denken over wat hen motiveert. Wanneer heb je zelf goesting om erin te vliegen? En welke elementen maken dat je dan gemotiveerd bent? De reacties van de deelnemers:

  • respect krijgen voor het werk dat je levert;
  • een perspectief hebben, een groter doel voor ogen hebben;
  • iets zelf kunnen ontdekken;
  • je ding kunnen doen;
  • zelf mogen beslissen;
  • voldoende uitdaging hebben.

De antwoorden waren een fantastische toetssteen voor de eigen lespraktijk. Hoe slaag ik erin om vanuit deze elementen mijn onderwijs vorm te geven?

Play guitar instantly

IMG_2260.jpg

In 1996 begon de Canadese kunstenares Dana Wyse met haar bekendste kunstwerk Jesus Had A Sister Productions. Zakjes gevuld met pilletjes doen je dromen, lachen en vooral nadenken. Met de nodige ironie bespreekt Wyse universele thema’s zoals geslacht, spiritualiteit en aspiraties. Het is work-in-progress. Ieder jaar voegt ze nieuwe kunstwerken toe.

Op een tentoonstelling viel mijn oog op Play Guitar Instantly. Dit riep vele gedachten op: Hoe kan ik een generatie leerlingen die vooral de spotlights en zelden het zweet zien tot oefenen aanzetten? Hoe maak ik leerlingen duidelijk dat succes start bij volgehouden inspanning? Hoe kan ik mijn lessen kruiden met meer direct speelplezier?

En fundamenteel: is het einde van het DKO in zicht met deze pillenkuur? 😉 Of juist niet! Want … laten we eerlijk wezen: instantly, forget it.

bestSellingWriterdw98stah-eurtumblr_npbw4rMFtv1qb59rdo1_400

Procespen

6-kleurenpen-basis-14400061-productzoom_rd.jpg

Mijn nieuwe pen. Met 6 mooie kleuren.

Dit is dit jaar mijn nieuw werkinstrument. Ik schrijf er opmerkingen, gedachten en ideeën mee op de partituren van leerlingen. Een hele week gebruik ik in alle klassen dezelfde kleur. De week daarna een andere kleur.

Als ik de datum in de kleur erbij zet, weten leerlingen welke opmerkingen die week van belang zijn.

En de kleuren maken ook het proces zichtbaar. Welke evolutie heeft de leerling doorgemaakt? Wat hebben we in het begin en later opgepakt? Wat wordt altijd weer omcirkeld?

Partituren worden zo levendige, bonte beelden met twee verhalen: dat van de componist en dat van het werkproces van de leerling. Voor minder dan 1 euro haal je dit fantastisch didactisch instrument in huis.

IMG_2853.jpg

 

 

Groeiboog

door-1128254_960_720.jpg

Pianist en leraar Joost Van Kerkhoven onderscheidt in zijn praktijk twee cycli: een groeiboog en een afwerkingsboog.

De groeiboog omvat het groeiproces dat een leerling doormaakt. Leraar en leerlingen focussen op leren, competent worden. Niet het afgewerkt product maar het leerproces staat vooraan.

Joost zijn vaststelling: voor leerlingen die focussen op de groeiboog, is een toonmoment zelden een opgave. Ze identificeren zich sterk met hun artistiek product. En ze ervaren het als een soort delen van een gedachtegang.

De afwerkingsboog is de tijd waarin leraar en leerling zich richten op het eindproduct. Deze tijd hebben we altijd belangrijk gemaakt in het DKO. Kwaliteit associëren we met het niveau van de toonmomenten.

Competenties creëren mogelijkheden om méér te focussen op de groeiboog. Vaardigheden worden niet gedefinieerd vanuit een bestaande norm of traditie. Wel vanuit een dialoog met de leerling en inzicht in de ingrediënten die nodig zijn om artistieke ambities waar te maken.