Boek over creatie in muziek

Ontdek de wondere wereld van maken met behulp van 50 nieuwe en inspirerende opdrachten.

creëer een meditatief werk zoals Arvo Pärt

maak een soundtrack voor elfen en hobbits zoals de componist van  Lord of the Rings 

verras de luisteraar zoals John Lennon 

gebruik een dalende bas om je publiek tot tranen toe te ontroeren


Wanneer muzikanten op het podium hun eigen werk spelen, gebeurt er iets speciaals. Ze zijn dan extra betrokken muzikanten. Ze spelen met fierheid en enthousiasme.

Voor beeldende kunsten, woord en dans bestaan er al verschillende inspirerende boeken met creatieopdrachten. Voor muziek en instrumentisten is de spoeling echter dun. Daarom schreef ik samen met componist Bert Appermont dit boek.

Het boek richt zich niet op het beginonderwijs en niet op mensen die zich willen specialiseren als componist. We mikken op de groep daar tussenin: jongeren en volwassenen die al een tijdje een instrument bespelen en die de wereld van creatie willen verkennen. Voor leerlingen die in de studierichting creërend muzikant zitten, is dit boek helemaal een aanrader.

Het boek kiest voor twee unieke uitgangspunten. We nodigen leerlingen uit om te maken met en voor hun eigen instrument. We beloven dat ze er een rijkere muzikant en vertolker van wordt. Daarnaast dagen we ze uit om al experimenterend en musicerend te componeren. 

We presenteren een pakket van 50 creatieopdrachten. Die opdrachten selecteerden we samen met 70 leraars uit het DKO. Zij onderzochten welke oefeningen wel of niet werkten en maakten ze met hun tips sterker. Daarom kunnen we op elke opdracht in dit boek het stempel uitgetest in de praktijk plakken. 

Het boek is vanaf augustus verkrijgbaar en je kan nu al snuffelen op onze website tijdvoormaken.be. Als je je mailadres opgeeft ontvangen je een bericht als het boek in de boekhandels ligt.

Lijstjes

checklist-square-interface-symbol-of-rounded-corners_318-56093.jpg

Neem eerst een doosje eieren. Die zijn deze week lager geprijsd.  Ga dan naar de afdeling groenten en fruit: neem een kilo aardappelen, zes tomaten en twee trossen bananen. Vergeet dan het wc-papier niet. En neem tenslotte twee pizza’s uit de diepvries. 

Ga je met zo’n tekst naar de winkel? Nee toch. Dit zal eerder de werkelijkheid benaderen:

  • doosje eieren
  • 2 pizza’s
  • 1 kg aardappelen
  • 6 tomaten
  • 2 trossen bananen
  • wc-papier

Het voordeel van zulke lijstjes?

  • ze geven ademruimte;
  • ze maken het kernachtig;
  • en ze blijven hangen.

Is dit een zinvol alternatief voor uitgebreide feedback op een evaluatiefiche? Ja, zeker als je dit combineert met een gesprek waarin je een genuanceerde toelichting geeft bij die kernachtige formuleringen.

Leerplannen goedgekeurd

Heel goed nieuws. De nieuwe leerplannen Kunstig Competent zijn vorige week door de inspectie goedgekeurd. Ze zijn nu te raadplegen op onze officiële website raamleerplandko.be. 

Aan de rollen (podiumkunsten)/ artistieke ontwikkelingsgebieden (BAK) en de artistieke competenties verandert er niets. Daar willen we graag een tijdloze lijst van maken. Enkel de leerdoelen pasten we aan. 

We zijn erin geslaagd om de uitgebreide beroepskwalificaties (de doelen voor de 4de graad) op een haalbare en eenvoudige manier in te werken in onze leerplannen. We spreken voortaan van stam en vertakkingen. Voor de 1ste, 2de en 3de graad gebruik je de stam. Dat zijn de doelen die we al kennen. Voor de 4de graad gebruik je de stam samen met een vertakking. De vertakkingen zijn beknopte lijsten voor de verschillende afstudeerrichtingen in het DKO (vertolkend muzikant, creërend danser, amateur regisseur, amateur beeldend kunstenaar, amateur cineast …).

Hier een voorbeeld:

Meer dan 100 leraren, coördinatoren en directeurs werkten mee aan deze update.

Dank voor zoveel vertrouwen en steun. Het maakt het vele werk dat we erin steken meer dan zinvol.

Daar doen we het toch voor?

fd-prinses-christina-cncours-winnaars-768x498 2.jpg

Een leraar vertelde dat hij de laatste jaren het geluk had om met enkele bijzonder getalenteerde leerlingen te mogen werken. En dan kom je ook in de aparte wereld van de muziekwedstrijden terecht: Cantabile, Christina …

Daar doen we het toch voor? Dat was de suggestieve vraag die iemand hem na zo’n wedstrijd stelde. De leraar was verontwaardigd. Natuurlijk is het prettig om zulke leerlingen te mogen coachen. Maar voor hem was het werk met alle andere leerlingen even inspirerend en belangrijk.

Prachtige attitude.

Voor iedereen. Dààr doen we het voor.

Fout is goud

386.jpeg

Ik ben geboren en getogen in een soort theater dat mislukking als vanzelfsprekend beschouwde. Het kon onmogelijk elke keer raak zijn, wisten we. Want de basis is denken, en af en toe wordt dat denken verstoord door weet ik wat allemaal: verliefdheid, vermoeidheid, jaloersheid of gewoon niet beter weten en dingen die je niet eens ten volle beseft: lentedingen, herfstdingen, winter- en zomerdingen. Het gaat af en toe fout. Maar voor wie of wat gaat het fout? Niet zelden blijkt achteraf dat de fout haar verdienste had. Af en toe is de fout goud. En dat die woorden rijmen, dat is meegenomen voor een gedicht. 

Josse de Pauw in de Standaard weekblad

Ontwikkelingsgericht kunstonderwijs

6169353332_cb018942d3_o.jpg

Een leraar DKO start steeds weer vanuit datgene wat iemand wil, kent en kan. Daarna wordt elke leerling geholpen om de eigen grenzen te verleggen en boven het huidige ontwikkelingsniveau uit te stijgen. Opdrachten zijn telkens net iets moeilijker. Noch te makkelijke oefeningen, noch te hoog gegrepen opdrachten hebben een leereffect. Dit proces begeleiden is de taak van de leraar.

Omdat mensen van elkaar verschillen (o.a. qua motivatie, leertempo en interesses) loopt een artistieke ontwikkeling via een individueel pad. Maatwerk zet de toon in artistiek onderwijs. Die ontwikkeling volgt daarbij een grillig en persoonlijk parcours. Het is daarom weinig zinvol om vooraf een scherp omschreven leerpad uit te tekenen.

Dit noemen we ontwikkelingsgericht werken. En deze aanpak past bij kunstonderwijs.

Ontwikkelingsgericht staat tegenover criteriumgericht werken. Bij dit laatste wordt vooraf een bepaald eindniveau bepaald. Wie het haalt, mag verder. Wie faalt, haakt af of stroomt door naar contexten die minder hoge eisen stellen.

(passage uit het raamleerplan Kunstig Competent)

Het publiek maakt het werk af

48331426171_f4328d8c70_o.jpg

De kunstenaar maakt het werk, het publiek maakt het werk af.

Deze uitspraak van de Raad voor Cultuur in Nederland is meer dan een spitsvondige woordspeling. De gedachte dat een kunstenaar ook nadenkt over zijn relatie met het publiek, wordt hier sterk naar voor geschoven.

Sommigen kunstenaars zullen het nu voelen kriebelen. Want zij kijken hier anders naar: een kunstenaar hoeft helemaal geen rekening te houden met zijn/ haar publiek. Hij/ zij drukt zich uit en wat een publiek daarvan vindt is hun zaak. Punt uit.

En toch zijn we ervan overtuigd dat het zinvol is om op de academie na te denken over het effect van je werk op een publiek.

Onderzoek in Engeland geeft aan dat professionals vooral focussen op de ambachtelijke en artistieke kwaliteiten als ze naar een werk kijken of luisteren. Toeschouwers zijn vooral op zoek naar de kwaliteit van de persoonlijke ervaring: wat doet een kunstwerk met mij en wat kan het voor mij betekenen?

We vinden dat je daarom leerlingen met volgende vragen mag confronteren: Welke ervaring wil je oproepen? Hoe wil je raken? En wat kan je werk voor een toeschouwer betekenen?

Ogen toe

Ogen dicht.png

Een lerares viool stelde vast dat ze altijd weer keek naar het technische aspect: de boogstreek die niet juist is, een foute vingerzetting, de duim die niet op de juiste plek staat…

Die obsessie maakte haar blind voor andere elementen. Ze hoorde niet meer dat het – ondanks die onorthodoxe houding – best wel goed klonk. Of dat de leerling er toch wel in slaagde om een publiek mee te nemen in een verhaal.

Haar oplossing? Doe af en toe je ogen toe zodat je niet ziet wat er technisch fout gaat. En richt je op hetgeen je hoort. Gegarandeerd dat je dan andere dingen opmerkt.

Doelbewust trainen

piek-800x445.png

Anders Ericsson en Robert Pool beschrijven in hun boek Piek hoe gewone mensen buitengewoon kunnen presteren. De kern van hun betoog? Altijd maar herhalen heeft weinig effect. Je haalt er hooguit een gemiddeld niveau mee.

Daar tegenover stellen ze het concept van doelbewust trainen. De ingrediënten?

  • duidelijke en bewuste doelen stellen;
  • geconcentreerd oefenen;
  • directe feedback krijgen;
  • de lat steeds hoger leggen.

Het boek ontkracht de talentmythe. Toppresteerders hebben niet uitzonderlijk veel talent. Wat hen wel onderscheidt, is doelgerichte training en hard werken. Dat is het talent waarmee ze het verschil maken.

Natuurlijk erkennen de auteurs de invloed van aangeboren eigenschappen. Met 1m60 zal je geen basketter in de NBA worden. Maar het boek is toch op de eerste plaats een pleidooi voor doelbewuste trainingsprincipes.