Publiek willen raken

112297-009bd324-53a0-4b02-94c3-4bd392420e79-manu_2520chao_2520publiek_2520-_2520foto_2520bas_2520czerwinski-original-1383138921.jpg

Hoop je dat het publiek fluitend de zaal verlaat? Of dat het tranen met tuiten huilt? Wil je toeschouwers doen wegdromen naar een andere wereld? Of wil je provoceren en een geweten schoppen?

Wat wil je met je optreden bereiken? En hoe wil je dat toeschouwers op je voorstelling reageren?

Allemaal vragen die ergens tijdens een artistiek ontwikkelingsproces relevant zijn. En die leerlingen laten nadenken over de competentie een publiek willen raken. 

Feedbackkaarten

IMG_3722.jpeg

Ik heb hier geen woorden voor. Deze poëtische feedback gaf een tienjarige leerling deze week na een presentatie van een andere leerling gitaar. Dat raakte iedereen die in de klas zat. Omdat het prachtig geformuleerd was en ook helemaal klopte: de uitvoering was fijnbesnaard en meeslepend.

Anderzijds is de letterlijke variant ik heb hier geen woorden voor ook een interessante kwestie. Leerlingen hebben soms een beperkt vocabularium om feedback te geven. En dan maken ze er zich gemakkelijk vanaf met clichés: goed gespeeld of ik vind het al heel goed. En daar zijn we hopelijk niet tevreden mee.

Deze week experimenteerde ik met feedbackkaarten. Op zo’n kaart staat een vraag die de aandacht van de leerling richt. Iedere leerling kiest op voorhand telkens één kaart. Zo kan de feedbackgever zich concentreren op één aspect. Dat geeft houvast en maakt het makkelijker.

Conclusies? Dit simpele concept leverde sterkere feedback op: soms grappig, soms ontwapenend eerlijk. En dat zorgde voor veel gelach, nieuwe inzichten en ook wel een kleine traan.

Utopia

IMG_3705.jpeg

In Utopia vindt de academie voor podiumkunsten van Aalst een prachtig nieuw onderdak. Er was geen geld voor een nieuwe bibliotheek én een nieuwe academie. Dus koos de stad voor een innovatief samenwerkingsproject: bib en academie in één.

Een probleem werd een kans. De samenwerking levert onverwachte architectuur op. Bib en academie staan niet naast elkaar maar lopen in elkaar over. Achter de deur op de foto wordt er instrumentles gegeven. Als leerlingen de klas verlaten, staan ze tussen kunstboeken, tijdschriften, partituren, dvd’s en cd’s. De wereld van de onderzoeker opent zich iedere week in twee richtingen: in de klas en net erbuiten.

De directrice stelt ook vast dat leerlingen met een andere focus de academie binnenstappen. De gedempte sfeer van een bibliotheek zorgt voor een natuurlijke buffer tussen het drukke buitenleven en de aandacht die kunstonderwijs nodig heeft.

Zo roept deze foto ook een interessante onderzoeksvraag op: hoe breng ik mijn leerlingen bij de start van de les in een lerende focus? Want niet iedere academie heeft zo’n rustgevend tussengebied.

5355913_Utopia_KAAN_Architecten__Delfino_Sisto_Legnani_e_Marco_Cappelletti.jpg

Tempo drop

Enkele jaren geleden hoorde ik een onthutsend verhaal over een leraar groepsmusiceren. Bij de start van het schooljaar deelde hij het examenstuk uit. Vanaf les twee speelde de groep in een zeer traag tempo dat werk door. De volgende maanden werd de metronoom elke les één streepje sneller gezet. Om tegen het examen te eindigen in het juiste tempo. 

Gelukkig bestaan dit soort praktijken niet meer. Wat me in dit verhaal intrigeert, is het concept tempo drop. Leerlingen spelen gedurende een lange tijd in zo’n traag tempo dat ze niet aanvoelen hoe de grote melodische en harmonische lijnen evolueren. En wat het karakter van het werk is. 

De alternatieven zijn niet zo moeilijk.

Laat leerlingen ook minder complexe werken spelen. Technische moeilijkheden liggen dan minder in de weg om tot de kern van musiceren te komen. En er wordt een uitgebreid repertoire opgebouwd. 

Een andere werkwijze is misschien nog interessanter. Been een werk uit: laat doorgangsnoten, versieringen, tussenakkoorden weg zodat enkel de kern overblijft. Leerlingen voelen dan sneller het metrum, het tempo en de feeling van een werk aan. Daarna kan er bijgebouwd worden. 

Doorzettingsvermogen

dieet-volhouden-750x469.jpg

Je bent geen genie. Dit kreeg de Amerikaanse psychologe Angela Duckworth in haar jeugd te horen. Ondertussen studeerde ze op Harvard en Oxford neurowetenschappen en won ze prestigieuze prijzen.

In het boek De Grit-factor onderzoekt ze waarom ze toch slaagde. Ze stelt vast dat testen die uitgaan van intelligentie en leiderschapspotentieel weinig zeggen over slaagkansen in onderwijs of succes in de verdere loopbaan. Passie en doorzettingsvermogen zijn wel bepalende factoren. Succes ontstaat door een speciale mix van volledige overgave en vastberadenheid om op lange termijn je doelen waar te maken.

En hoe kan je dan doorzettingsvermogen aanleren? Het is een thema waar vele leraren DKO mee worstelen. Duckworth geeft enkele tips:

  • Ga lastige situaties voor je leerlingen niet uit de weg. En accepteer dan dat tegenslagen daar een onderdeel van zijn.
  • Kijk als leraar (en ouder) minder naar de cijfers en meer naar het groeiproces. Want groei is een veel interessantere indicator en stimulator.
  • Geef het goede voorbeeld. Ga zelf nieuwe uitdagingen aan en laat dat zien in de klas.

Trapje hoger

IMG_2872.JPG

Elke leerling zijn eigen podium. Het team van de academie van Wilrijk reageerde enthousiast op deze uitspraak van een lerares.

Optreden hoort bij podiumkunsten. Daar waren we het over eens. Maar het belang van dat podium, de grootte van het publiek, het gewicht van een jury…  dat pas je aan aan je leerling.

Wie hoge ambities heeft, speelt op jong talentconcerten. Of op wedstrijden zoals Cantabile. Voor een andere leerling is een leerlingenconcert de juiste plek. En voor sommige volwassenen is een concertje voor de medeleerlingen van hetzelfde uur al een hele uitdaging.

Een lerares liet het eerste jaar haar leerlingen zelf hun podiumniveau kiezen. Ze stelde vast dat leerlingen op veilig speelden. Sindsdien daagt ze leerlingen uit om altijd een trapje hoger te mikken. Want ook dat is onze taak: altijd weer de zone van naaste ontwikkeling opzoeken. Altijd weer een trapje hoger op het podium.

Begrafenismuziek

Mertz.jpeg

Ik wil graag begrafenismuziek spelen. Het kwam er wat onhandig uit, maar deze leerling gaf tijdens een intentiegesprek toch wel op een interessante manier aan waar ze naartoe wilde.

Het gesprek daarna bracht helderheid. Ze zocht troost in muziek. Niet therapeutisch, nee dat ging te ver. Wel een verkenning van haar eigen melancholische binnenkant. Muziek als traagwerkend medicijn.

Prachtige weemoedige gitaarmuziek van John Dowland, Johann Kaspar Mertz en Fabian Payr kleurden dat jaar haar repertoire in.