Feedback in kunstonderwijs

Wat heb ik gehoord?
Wat heeft me geraakt?
Welke mogelijkheden zie ik?

In deze drie vragen schuilt de essentie van krachtige feedback in maakonderwijs. Het lijkt wel poëzie, en dat is het ook. Want achter deze drie vragen schuilt een hele wereld.

Bij de eerste vraag, “Wat heb ik gehoord?”, is de luisteraar aan het woord. Die beschrijft met objectieve helderheid wat er te horen is. 

Dan komt de kunstenaar aan het woord. Met de vraag “Wat heeft me geraakt?” drukt die zijn persoonlijke indrukken uit. Hier maakt objectiviteit plaats voor subjectiviteit. De aandacht wordt op iets persoonlijks gericht en dat is vaak interessant.

Tot slot spreekt de leerkracht: “Welke mogelijkheden zie ik?” stuurt aan op een blik naar de toekomst. Het is een uitnodiging om vooruit te kijken, om te groeien en om zowel de compositie als de maker sterker te maken. 

Deze drie vragen vormen een drieluik dat ook terugkomt in de vakliteratuur over feedback: eerst beschrijf je objectief wat je ziet, daarna deel je wat het met je doet, en ten slotte geef je richting voor de toekomst. De vragen weerspiegelen ook de concepten van feedback, feedforward en feedup van John Hattie: feedback (Hoe heb je het gedaan?), feedforward (Wat is je volgende stap?), en feedup (Waar ga je naartoe?). Hattie geeft terecht aan dat feedback altijd moet terugblikken en vooruitblikken. Alleen is zijn vraag “Waar ga je naartoe?” voor kunstonderwijs net iets te bepalend en te voorbarig. Onderweg zal dat wel duidelijk worden, maar nu kan dat nog niet.  

Overal kunst

Kunst is overal, vaak zonder dat we het doorhebben. Het zit in kleuren, patronen, architectuur, boeken, muziek, tattoos, animaties, games, meubels en nog zoveel meer. We staan er zelden bij stil, maar kunst is een vanzelfsprekend onderdeel van ons dagelijks leven. Het is geen abstract of onbereikbaar concept, maar iets dat ons voortdurend omringt.

Opmerkelijk genoeg zoeken we in onze vrije tijd actief die creativiteit op. We combineren kleding, richten ons huis in, schikken planten in de tuin, zingen, dansen, leren een instrument bespelen op de academie of maken kleine kunstwerkjes, zoals zelfgemaakte plantenhangers of geüpcyclede kleding. Deze dingen zijn misschien niet strikt noodzakelijk, maar ze geven ons leven kleur en betekenis.

We all make art all the time but we don’t usually call it that.
Brian Eno

Zelfs de eenvoudigste, alledaagse handelingen kunnen creatieve uitingen zijn die ons leven verrijken. Dit nuanceert het idee dat kunst exclusief is, alleen weggelegd voor mensen met talent, geld of een hoge opleiding. Kunst is toegankelijker dan we vaak denken.

Fouten

Martha Graham, een pionier van de moderne dans, was gefascineerd door de expressieve kracht van menselijke beweging. Tijdens een van haar repetities gebeurde er iets onverwachts: een danseres struikelde tijdens het uitvoeren van een sprong. Wat sommigen als een fout zouden bestempelen, zag Graham als een moment van onverwachte schoonheid. Het struikelen was voor haar kwetsbaarheid. Graham herkende onmiddellijk de kracht van dat toevallige moment. 

Graham begon deze zogenoemde onnatuurlijke bewegingen opzettelijk te integreren in haar choreografieën. Ze spoorde haar dansers aan om bewust uit balans te raken, te struikelen en zichzelf op te vangen. Niet als technische fouten, maar als een expressie van menselijke kwetsbaarheid en de voortdurende strijd om controle. Dit concept, dat bekend werd als errant movement (foutieve beweging), groeide uit tot een rode draad in haar werk.  

Vervreemding

Wie erbij was, zal het nooit vergeten. In de grote turbinehal van Tate Modern in Londen creëerde kunstenaar Olafur Eliasson een bijzondere ervaring. The Weather Project gaf bezoekers het gevoel dat ze zich dicht bij de zon en de wolken bevonden. Verlicht door ongeveer 200 lampen creëerden de halve cirkel en de weerspiegeling ervan het beeld van een massieve zonsondergang binnenshuis. De rode gloed rond de bol leek ook erg op die van de planeet Mars. Kunstmatige mist versterkte de sfeer. De installatie werkte betoverend en vervreemdend. Miljoenen mensen gingen kijken en ervaarden een zon die niet heet werd en een hemel die ergens eindigde.

Kunstenaars dagen uit om vanuit hun vervreemdende kunst of interventies vanzelfsprekendheden in vraag te stellen, vastgeroeste ideeën los te wrikken of krassen aan te brengen. 

Het is interessant om te onderzoeken hoe we vervreemding een plek kunnen geven in kunstonderwijs.

Grapefruit

Grapefruit (1964) van Yoko Ono is een iconisch werk binnen de Fluxusbeweging. Het werk is een verzameling korte, poëtische instructies die uitgepuurd en eenvoudig zijn.

Een van de bekendste muzikale opdrachten is Tape Piece I, waarin Ono vraagt: “Neem een geluid op, speel het terug en luister.” Achter deze simpele opdracht schuilt een diepgaande oefening die luisteren en herinnering centraal stelt.  

Leerplannen goedgekeurd

Goed nieuws! De nieuwe versies van de leerplannen Kunstig Competent beeld en podiumkunsten zijn zonder bijkomende opmerkingen van de inspectie voor de volgende twee jaren goedgekeurd. Hiermee wordt bevestigd dat deze leerplannen een vaste waarde zijn in het deeltijds kunstonderwijs. 

De leerplannen 2025 bouwen verder op de versies van 2021. Enerzijds zorgen we zo voor continuïteit door de basis te behouden. Anderzijds drongen vanuit voortschrijdend inzicht enkele kleinere aanpassingen zich op. Die lees je in de inleiding van de leerplannen.

Veel dank aan de twee werkgroepen (beeld en podiumkunsten) die met hun wijze raad dit proces aangestuurd hebben. 

Alle materialen vind je hier: kunstig-competent.be

Spelen met verwachtingen

Patronen | vogin-ip-lezing

Componisten en songwriters spelen met verwachtingen door herkenning en verrassing in balans te brengen. Ze bouwen patronen op om herkenbaarheid te creëren en doorbreken die vervolgens om spanning en interesse te wekken.

Zoals Jay Maisel zegt:
“We humans love patterns, but broken patterns are more interesting.”

Dit principe is een van de sterkmakers die we hebben ontwikkeld om leerkrachten instrument handvatten te geven om composities van hun leerlingen te versterken: introduceer je patroon, herhaal het, en verander er de derde keer iets aan.

Wil je meer weten over deze sterkmakers en andere interventies om leerlingen te begeleiden tijdens creatieprocessen? Kom naar een van de vijf navormingen ‘Muziekcreatie begeleiden’: Muziekcreatie begeleiden | UCLL Research & Expertise. 

Doe-het-zelf

Je eigen sokken breien, Ikea-kasten upgraden, drakenluchtschepen maken, … De afgelopen jaren is maken weer helemaal hot geworden. De doe-het-zelf (DIY)-mentaliteit is zeker ingegeven door het milieubewustzijn. Maar meer nog waarderen we het om iets met onze eigen handen te maken. Zelf maken biedt een creatieve uitlaatklep en de kans om unieke, gepersonaliseerde items te creëren die precies aansluiten bij je smaak en stijl. 

Die trend is ook zichtbaar in de muziekwereld. Jongeren spelen in bands, schrijven hun eigen nummers en nemen ze in hun homestudio op. Steeds meer leerlingen componeren thuis hun eigen liedjes, al tokkelend op de piano.

Het is interessant om te onderzoeken hoe de academie hierop kan inspelen.

Artful social practice

Onderzoekster Susan Orr beschrijft evaluatie in het kunstonderwijs als een ‘artful social practice’, waarbij de dialoog tussen leerkracht en leerling centraal staat. Een inspirerend voorbeeld hiervan zijn de informele gesprekken na een toonmoment, waarin leerlingen, leerkrachten en ouders hun ervaringen delen.

Leerlingen vertellen hoe ze het concert hebben beleefd, terwijl leerkrachten benadrukken wat sterk was en waar groeikansen liggen. Ook de frisse blik van een collega-leerkracht kan waardevolle en nieuwe inzichten opleveren.

Dit soort open uitwisselingen maken het kunstonderwijs zo persoonlijk en uniek.

Bewegend leren musiceren

Bewegend leren musiceren | 9789044139334 | Luc Nijs | Boeken | bol

Onderzoeker Luc Nijs schreef een boek over de rol van beweging in muziekonderwijs: Bewegend leren musiceren. Een kinemuzikale benadering van het instrumentaal muziekonderwijs.

De titel klinkt misschien wat academisch, maar het boek zelf is toegankelijk en prettig geschreven. Nijs neemt je op een heldere en boeiende manier mee in de wereld van muziek en beweging. Het is mooi om te zien hoe de onderzoeker zijn inzichten vertaalt naar een breder publiek.

Zodra we muziek horen, beweegt er iets in ons, stelt Nijs. Dat muziek en beweging hand in hand gaan, lijkt vanzelfsprekend, maar in instrumentale lessen wordt hier nauwelijks iets mee gedaan. Gelukkig biedt het boek niet alleen inzichten, maar ook praktische handvatten: aan het einde krijg je een tiental opdrachten cadeau die je samen met je leerlingen al bewegend kunt uitvoeren.