Falen als kans

9789401434843.jpg

De Koninklijke academie Beeldende Kunsten in Den Haag doet een opmerkelijk experiment. Studenten mogen een mislukt werk presenteren. De beste mislukking krijgt een artikel in een kunsttijdschrift. Bij nader inzien een meer dan relevante oefening.

We citeren de medewerkers uit Den Haag:

Mislukken mag in de kunst. Dat is onvermijdelijk want twijfel wordt gezien als een positieve basishouding: je kunt als kunstenaar niet de onzekerheid wegsnijden en alleen de zekerheid houden.

Wij houden van falen:

  • een werk dat mislukt maar in zijn mislukken iets anders is geworden, interessanter;
  • een werk waarin twijfel centraal staat;
  • een plan dat zo groots is dat het gedoemd was te mislukken. Maar zo’n grootste poging is utopische heldendaad.

Wat voor kunstenaars geldt, geldt ook voor leraren in de kunsten. Een academie mag ook een plek zijn waar nieuwe didactische pistes onderzocht worden. Een plek waar risico’s genomen worden. Soms met succes, soms ook niet. Maar altijd in beweging.

De directeurs van de pilootacademies hebben dat begrepen.

De zone van naaste verbeelding

Taking-Steps.jpg

Het is niet eenvoudig om steeds weer andere invalshoeken op te zoeken. We lopen zo snel vast in patronen. We doen de dingen uit gewoonte weer zoals we ze al ooit gedaan hebben. Terwijl het in de wereld-voorbij-die-patronen pas echt interessant wordt. Daar ontstaan de nieuwe, bijzondere en verfrissende ideeën.

Kunstenaarskwaliteiten van onze leerlingen uitdagen betekent ook:  hen naar een zone van naaste verbeelding te begeleiden.

Op zoek gaan naar meerdere opties is daarbij een interessante techniek. Je legt op hoeveel ideeën je wil horen of zien. Je vraagt een leerling om een passage vijf keer anders te spelen. Je daagt een leerling uit om minstens drie verschillende voorbereidende schetsen te maken.

Of om het met oud Joods spreekwoord te zeggen:

Als je de keuze hebt tussen twee ideeën, kies dan voor het derde.

Uitgebeende partituren

Ik keek wel even op toen een innovatieve leraar gitaar bekende dat hij zijn leerlingen ook Sagreras laat spelen. Voor wie de boeken van Sagreras niet kent: ze zijn vergelijkbaar met de taaie studies van Czerny voor piano. De boodschap is duidelijk: ook in een creatieve context is vakmanschap noodzakelijk.

Maar nu wordt het pas echt interessant. Hij laat die werken niet van een klassieke partituur spelen maar maakt er akkoordenschema’s van.

Sagreras

Deze studie 46 ziet er bij hem dan zo uit:

Sagreras 2De voordelen van de tweede partituur zijn uitermate interessant:

  1. deze vorm oogt rustig en overzichtelijk;
  2. de structuur van de studie wordt meer zichtbaar;
  3. je kan dit heel snel uit het hoofd spelen;
  4. je leert akkoorden spelen;
  5. je kan hier verschillende tokkels onder zetten;
  6. en er liggen kansen om deze elementaire partituur verder in te vullen: doorgangsnoten, andere bassen onder de akkoorden.

Of hoe een uitgebeende partituur de vakman én de kunstenaar uitdaagt.
Sagreras zou er zeker mee akkoord gaan;-).

Schrappen en schaven, boetseren en bouwen

the-lau

Lees er een willekeurige tekst op na en je voelt het meteen: dit is een kunstenaar: iemand die schrapt, bouwt, boetseert en timmert tot de perfecte zin op papier staat. 

Bart Steenhaut over zanger Thé Lau in de Morgen

Als leerlingen eigen composities ontwikkelen, heb je misschien de neiging om er vanaf te blijven. Dit is hun ding. Soms is dat ok. Maar anderzijds valt er ook veel te leren:

  • dat blijven zoeken naar alternatieven het product sterker maakt;
  • dat je beter één idee goed ontwikkelt i.p.v. vele ideeën maar half;
  • dat een begin, midden en slot structuur geeft;
  • dat variatie het spannend maakt voor de luisteraar;
  • dat schrappen en schaven bij het vak horen;
  • dat er nog te leren valt over harmonie, gebruik van de ruimte…
  • dat je best een eigen manier zoekt om ideeën vast te leggen: in noten opschrijven, opnemen, grafisch noteren, ruwe schetsen…

Ontwerpen is even hard werken als een partituur/ beweging/ tekst instuderen.