Intentiegesprek

Tiener.jpg

De start van semester twee: een moment om vooruit te blikken. En om energie te tanken.

Samen op weg gaan met een leerling begint bij afstemmen op elkaars verwachtingen.

Een leerling komt met bepaalde verwachtingen of ambities naar de academie. Dààr ontmoet hij jou: een leraar met eigen voorkeuren, sterktes en kwaliteiten. En die leraar moet ook rekening houden met een aantal leerplanverplichtingen.

In een intentiegesprek neem je de tijd om deze drie perspectieven in te nemen.

  • Wat wil de leerling? Waar liggen zijn dromen? Waar krijgt zij energie van?
  • Wat vind ik – als leraar – belangrijk? Waar is volgens mij de leerling aan toe?
  • Wat wordt er van ons verwacht? Wat moet voor de overheid en de academie?

Het samenspel van deze elementen levert een gedragen palet aan doelen, competenties en leeractiviteiten op. En energie om er werk van te maken.

Goed begonnen is half gewonnen.

Uitstap als opstap

Het is niet niks om je veilige werkwijze los te laten en de wereld van andere rollen te verkennen. Je praktijk omgooien is een werkwijze voor de avonturiers onder ons.

Maar misschien ben je eerder iemand die voorzichtig stap voor stap wil evolueren? Dan is het concept UITSTAPPEN iets voor jou.

Je stapt uit je patroon en je maakt korte UITSTAPPEN naar andere rollen.

Is dit je patroon? Veel inzetten op vakmanschap en op het einde de performer aanspreken?

Weg vakmanschap - performer

Dan is dit een mogelijke UITSTAP: gedurende enkele weken het accent verleggen naar experimenteren en creëren vanuit een opdracht. De maand van de kunstenaar.

scenariovakmankunstenaar

Om daarna terug te vallen op vertrouwde patronen.

Blijven gaan

reportage-halfweg.png

Michael Fullan is een Canadees socioloog en toonaangevend auteur over onderwijsinnovatie. Zijn uitgangspunt: vernieuwen is op avontuur gaan.

De route en de bestemming worden ontdekt tijdens de reis, zeker wanneer je nieuwe horizonten wil verkennen.

Je belangrijkste bagage is de creativiteit om onderweg nieuwe routes en nieuwe bestemmingen te vinden.

Onzekerheid, spanning, moeilijkheden en angst voor het onbekende zijn inherent aan dit avontuur.

In het project zie ik vaak dezelfde patronen: leraren zijn onder de indruk bij de eerste kennismaking met de materialen artistieke competenties. Maar daarna wordt het moeilijker. Het project roept dan vele vragen op. Vragen waarop antwoorden niet altijd direct klaar liggen. De concepten artistieke competenties zijn immers bewust open gehouden. Er is ook angst om het oude los te laten. Begrijpelijk.

Als je daar doorheen bent, volgt het succes. Men noemt dat de Kanter’s Law. Onderzoeker Rosabeth Kanter stelde vast dat veranderingstrajecten in het midden vaak een dip kennen.

Het hoort erbij. Bijven gaan.

Toeval

logo.gif

Een instrumentleraar vertelt:

Er stonden in mijn klaslokaal opeens vijf reuzegrote spiegels voor repetities van een dansvoorstelling. We vonden die spiegels wel iets. Hier lagen kansen voor ons volgend klasconcert. Samen met de leerlingen ben ik met de spiegels gaan experimenteren: in de ruimte zetten, verplaatsen, omdraaien, neerleggen…

We ontdekten vele interessante kansen:

  • toeschouwers konden de speler vanuit verschillende perspectieven zien;
  • vanop bepaalde plekken in het publiek was een speler enkel door een spiegel zichtbaar;
  • we onderzochten ook of het werkte om de speler achter de spiegels te zetten en de spiegels naar het publiek te richten. Zo keek het publiek naar de reacties van zichzelf. Toeschouwers werden mede-uitvoerders.

Vanuit dit toeval ontstond de voorstelling spiegelbeeld.

Serendipiteit heet dat: de kunst van een ongezochte vondst. Ontdekkingen doen door benieuwd en open het onverwachte te laten binnenkomen. Vele ontdekkingen zijn bij toeval gedaan: Amerika, röntgenstraling, champagne, Post-its en vele doorbraken van Nobelprijswinnaars. De schilder Kandinsky ontdekte de schoonheid van abstracte schilderkunst toen hij gegrepen werd door een raadselachtig, prachtig doek in zijn atelier: een doek van zijn hand dat op zijn zijkant tegen de muur stond.

Metaforen

aardappels-zak-748.jpg

Ik beken. Ik pik graag metaforen van collega’s. Stelen in de beste betekenis van het woord. Zoals deze:

Dit klinkt als een patattenzak die van de trap afrolt.   (merci Tom)

Eerst zie je dan een glimlach op het gezicht van de leerlingen. Wat zegt die nu? En daarna volgt het inzicht dat een passage niet sprankelend en gearticuleerd gespeeld is. Werkt.

Ook leraars zang hebben een ongelofelijk arsenaal aan metaforen. Omdat hun instrument niet zichtbaar is, moeten ze wel. Voorbeelden?

Je swingt als een wasmachine: je speelt technisch juist maar het mist ziel en feel.

Zing over de wasdraad: beeld je in dat je kin over een wasdraad hangt en er niet vanaf mag glippen. Alles wat je zingt moet je over die wasdraad heen gooien.

Zing als vers gezette koffie, niet als koffie die je net hebt opwarmd: zing alsof het de eerste keer is dat je die woorden in je mond neemt.

Metaforen en vergelijkingen, beeldrijke en competentiegerichte interventies die bij kunstonderwijs passen…

…en die wat lichtheid aan het academiebestaan geven.

Delen = vermenigvuldigen

delen-is-vermenigvuldigen.jpg

Al drie projectjaren kijk ik vol bewondering naar de ideeën en materialen die leraren DKO ontwikkeld hebben. On-ge-lo-fe-lijk. Ons onderwijs zou nog straffer zijn, mochten we meer met elkaar delen.

Delen om te vermenigvuldigen: met collega’s samenzitten, een thema in het midden leggen, het daar samen over hebben en zo leren.

  • Hoe spreken we de kunstenaar aan?
  • Hoe pakken we op een efficiënte manier vakmanschap aan?
  • Hoe maak je van een groep een samenwerkende groep?
  • Welke beelden, metaforen gebruik je om je verhaal te vertellen?
  • Of nog concreter: hoe leer je een hopfiguur aan?

De vakgroep AMV van het NIKO is zo’n lerende gemeenschap. Met veel liefde en geloof in het samen-delen worden ideeën en werkvormen besproken en in de cloud gedeeld. Iedereen wordt er beter van: de leraren, de school en vooral de leerlingen.

Mag ik uw stuk spelen?

accordeonklas karin van steenlandt

De lerares accordeon van de academie van Ronse organiseerde vorige week een concert waarop haar 24 leerlingen eigen werken speelden. Ze vertelde er tijdens een vormingsmoment met veel enthousiasme over:

Bijna alle leerlingen vonden het geweldig om eigen composities te maken. Maar één leerling had het moeilijk met die vrijheid. Die heb ik dan ook met rust gelaten.

Ik vond het interessant dat de leerlingen zonder partituur speelden. Ze maakten echt contact met het instrument en de klank. Heel dichtbij.

Ik gaf meestal een duidelijke opdracht. Voor de beginners was dat bijvoorbeeld: maak iets van acht maten, begin met do en eindig met do. De meeste leerlingen kwamen dan met een kleine muzikale cel naar de les. Daar zijn we mee aan de slag gegaan: puzzelen, versterken, toevoegen, afwerken en podiumklaar maken. De middelbare graden zochten ook een passende begeleiding. Als dat nodig was, gaf ik ook vaktechnische kaders mee: opbouw van akkoorden, graden akkoorden, doorgangsnoten…

Sommige leerlingen gebruikten hele complexe ritmes. Die zouden ze nooit van een partituur kunnen spelen.

Een aantal leerlingen vertelden tijdens het concert hoe hun compositie tot stand gekomen was. Anderen waarom ze een titel gekozen hadden.

Het mooiste moment? Na het concert vroeg een leerling aan een andere: Mag ik uw stuk spelen?

Wat wil je nog meer?

 

Falen als kans

9789401434843.jpg

De Koninklijke academie Beeldende Kunsten in Den Haag doet een opmerkelijk experiment. Studenten mogen een mislukt werk presenteren. De beste mislukking krijgt een artikel in een kunsttijdschrift. Bij nader inzien een meer dan relevante oefening.

We citeren de medewerkers uit Den Haag:

Mislukken mag in de kunst. Dat is onvermijdelijk want twijfel wordt gezien als een positieve basishouding: je kunt als kunstenaar niet de onzekerheid wegsnijden en alleen de zekerheid houden.

Wij houden van falen:

  • een werk dat mislukt maar in zijn mislukken iets anders is geworden, interessanter;
  • een werk waarin twijfel centraal staat;
  • een plan dat zo groots is dat het gedoemd was te mislukken. Maar zo’n grootste poging is utopische heldendaad.

Wat voor kunstenaars geldt, geldt ook voor leraren in de kunsten. Een academie mag ook een plek zijn waar nieuwe didactische pistes onderzocht worden. Een plek waar risico’s genomen worden. Soms met succes, soms ook niet. Maar altijd in beweging.

De directeurs van de pilootacademies hebben dat begrepen.

Rubik’s kubus

rubiks.jpg

Blijven focussen op de rollen en niet in oude patronen vervallen. Het vraagt je voortdurende aandacht. Ook de leraren van de academie van Roeselare hadden die ervaring.

Een lerares vertelde dat ze een lijst met de rollen en sleutelcompetenties binnen handbereik had. In het oog, in het hart. En dat werkte! De knoop in haar zakdoek.

Andere opties:

  • de landkaarten in groot formaat aan de muren;
  • de zes rollen als achtergrond van de pupiter;
  • een kaartje dat je herinnert aan de uitdaging die je voor ogen had;
  • of Rubik’s kubus: in de kleuren van de rollen.

Klas van glas

klas van glasEen leraar klarinet vertelde dat sommige leerlingen naar zijn les kwamen om bij te praten en hun hart te luchten.

Hij had het daar best moeilijk mee. Hij zag zijn contactmomenten vooral als een werkplaats waar getraind en bijgestuurd wordt.

Hoe zien jouw lessen eruit?

En hoe zou je het graag hebben?