Mag Bach?

JS-Bach.jpg

Bach heeft op academies een symboolfunctie gekregen in de discussie rond competenties:

  • “Mogen we nog repertoire aanbieden dat er niet direct als zoete koek ingaat?”
  • “Moeten we het waardevolle uit het verleden loslaten?”
  • Of heel kort door de bocht: “Moeten ze dan helemaal niets meer kennen en kunnen?”

Een blik op de competentielijsten van het ministerie en van verschillende pilootscholen geeft een antwoord.

  • Performer: Je bouwt een (persoonlijk) repertoire op. Dat mag dus Bach bevatten.
  • Onderzoeker: Je toont interesse voor verschillende genres, stijlen en disciplines. Dus onder andere ook Bach.
  • Vakman: Je kan doorzetten (ook als het moeilijk is). En dat kan Bach soms wel zijn…

Natuurlijk blijft het o zo waardevol om leerlingen kennis te laten maken met grote en voor hen onbekende muziek. Dat hebben we te doen. Maar om Bach voor iedereen verplicht te maken? Nee, dat is geen maatwerk.

Evalueren om te leren

selecteren

Kan je het maken om leerlingen verschillend te beoordelen? Een interessante kwestie.

Ze kijken naar elkaar en zullen zeker protesteren als een medeleerling een makkelijker of een heel ander pakket mag oppakken.

Die vrees is begrijpelijk… als je dit vanuit het klassieke perspectief van evalueren om te vergelijken bekijkt.

Is je insteek evalueren om te ontwikkelen, dan reageer je anders: een evaluatie wil op de eerste plaats een interventie zijn waaruit een leerling kan leren. Of de ene leerling een bepaald facet beter kan dan de andere is dan niet het belangrijkste. Waar het wel om gaat? Of een leerling vanuit de evaluatie zijn leren verder kan oppakken.

Maar in de harde wereld van bijvoorbeeld de muziek- en danswedstrijden wordt er toch wel vergeleken?

Dat is inderdaad zo. Vergelijkende evaluaties kunnen gebruikt worden voor leerlingen die de stap naar het hoger kunstonderwijs willen zetten. Maar beperk deze aanpak tot een groep leerlingen die hiervoor kiest. Ook dat is maatwerk.

Kunnen we wel kunstenaars maken?

landkaart-leerplan-kunstenaar.jpgKunnen we wel kunstenaars maken? Dat was de intrigerende vraag die een leraar van de academie van Lier op tafel legde. In heel zijn lange carrière had hij geen leerlingen opgeleid die echte kunstenaar geworden waren. En vanuit zijn hele strenge norm, was dit een eerlijke conclusie.

Maar moeten we daarom de rol kunstenaar naast ons neer leggen? Nee, natuurlijk niet. Kunstenaarskwaliteiten aanscherpen is een kerntaak van kunstonderwijs.

De artistieke landkaart van de rol kunstenaar is misschien een interessante richtingaanwijzer.

 

Scole

 

ZE2D0119.jpg

De academie is een plek die sterk naar binnen én naar buiten gericht is.

Naar binnen: een academie zien we als een vrijplaats waar kunstenmakers in alle veiligheid kunnen experimenteren.

School is afgeleid van het Griekse woord scholè : vrije tijd. De school is van oudsher bedoeld als een plaats waar de tijd vrij gemaakt wordt. Het is een plek waar leerlingen vrijgesteld zijn van de verplichting om productief werk te leveren. Een plek waar het over dingen kan gaan die niet direct nuttig en noodzakelijk zijn.

Naar buiten: een academie is verweven met de omgeving. Ze heeft invloed op de kunstbeleving en -beoefening in de regio. Een academie wil uitstralen, zich tonen en iets betekenen voor de eigen gemeenschap.

Meer weten? Lees dan Apologie van de School van Jan Masschelein en Maarten Simons.

En is dat wel zo?

EV-RONS-1164.jpg

Als leraren muziek, beeld, dans en woord samen rond de tafel zitten gebeurt er iets. Vandaag zag ik het weer tijdens een lezing op de mooie, open en warme kunstacademie van Ronse.

De evidentie dat je in muziek eerst met vakmanschap moet bezig zijn voor je over kunstenaarschap kan spreken, werd met die één zin van een lerares woord in vraag gesteld: Is dat wel zo?

Met 5 noten kan je al ontwerpen, vertelde een lerares accordeon. Bij sommigen klinkt het dan heel ongericht maar anderen voelen al direct de hoofdgraden aan. En waarom leerlingen geen variaties laten verzinnen?

En zo ontdekten we samen kansen. Leve de kunstacademie!

Maslow voor kunstenaars

onbewust onbekwaam
Een leerling doorloopt grosso modo vier fasen als hij een vaardigheid wil leren. We ontlenen volgend concept aan de Amerikaans psycholoog Abraham Maslow. Herkenbaar? Zeker weten.
  • De eerste fase is onbewust onbekwaam. De leerling is zich niet bewust van een hiaat in zijn vaardigheden.
  • De de tweede fase, bewust onbekwaam, herkent de leerling het tekort. Hij ervaart dat hij de vaardigheid nog niet beheerst.
  • In de derde fase, bewust bekwaam, werkt de leerling aan de vaardigheid. De bekwaamheid wordt groter maar dat vereist nog een grote mate van concentratie. De leerling moet er heel erg bij nadenken.
  • In de laatste fase, onbewust bekwaam, heeft de leerling zich de vaardigheid helemaal eigen gemaakt. Het is als het ware een tweede natuur geworden. Het gaat vanzelf.

Aan de fase kan je aflezen welk het competentieniveau van een leerling is. Of nog belangrijker: wat de volgende stap in de ontwikkeling is.

Zijn de rollen competenties?

cropped-cropped-zes-rollen.jpg

Laten we proberen van de rollen een competentie te maken: de leerling is een vakman.

Nee, dit is geen competentie: een veel te open formulering die geen concreet gedrag beschrijft.

De rollen doen iets anders:

  • ze reiken een mindset aan die de grote domeinen verwoordt waarop kan ingezet worden;
  • ze vertellen waar het ons om te doen is in het DKO;
  • ze creëren een oneindig palet aan kansen;
  • ze maken het mogelijk om nog meer persoonsgericht te werken;
  • ze raken leraars DKO omdat ze herkenbaar én uitdagend tegelijk zijn.

Nee, de rollen zijn geen competenties. Ze zijn veel meer dan dat.

Artistieke competenties ontwikkelen

Artistieke competenties ontwikkelen.001.jpeg

Je kan een competentie in vier richtingen ontwikkelen. We geven een voorbeeld aan de hand van de competentie: de leerling kan éénstemmig in eerste positie spelen.

1. Werken aan de KWALITEIT

Het kan een uitdaging zijn om vloeiender in eerste positie te spelen. Nu gaat het misschien nog heel hoekig en moet de leerling nog heel bewust nadenken. De competentie moet nog geautomatiseerd worden. De competentie meer verfijnd inzetten is een andere uitdaging: een zin maken en die ook neerleggen, sommige noten meer accent geven, werken met korte en lange klanken of accenten…

2. Werken aan de ZELFSTANDIGHEID

De leerling kan de competentie uitvoeren zonder dat je tips en hulp biedt. Je geeft een melodie mee naar huis en de leerling moet die voor de volgende les zelfstandig instuderen. Als dat niet lukt zijn er misschien tussenstappen nodig: de melodie even doornemen, een audiofragment meegeven…

3. Werken aan de COMPLEXITEIT

Je kan de leerling uitdagen om de competentie te tonen in moeilijkere werken of op een concert i.p.v. enkel in de les.

4. Werken aan de EIGENHEID

Een vaardigheid wordt ook een artistieke competentie als de leerling er ook een eigen touch, kleur aan kan geven.

Lang kort kort lang

Competenties gebruik je om aan te geven wat je op lange termijn met een leerling wil bereiken. Het is nodig om zulke verre targets uit te zetten. Het geeft perspectief en richting aan je lesgeven.

Natuurlijk is het daarnaast zinvol en nodig om soms kort op de bal te spelen. Je wil ingaan op wat er in het hier en nu in de les gebeurt: een leerling heeft zijn instrument of materiaal verkeerd vast of je hebt het gevoel dat je een fout niet kan laten voorbijgaan…

Maar een onderwijspraktijk die alleen maar bestaat uit interventies in het hier en nu is zo vluchtig.

Kort en lang moeten hand in hand gaan.