Play

Untitled(soccer-pitch)-drone.jpg

Play was een stadsfestival dat in 2018 Kortrijk inpalmde met hedendaagse kunstwerken. Het parcours was een ode aan de homo ludens, de spelende mens.

Untitled(soccer-pitch)5.jpg

Het werk Soccer Pitch van de Centraal-Amerikaanse kunstenaars Priscilla Monge trok mijn aandacht. De kunstenares past de spelregels van voetbal aan. De heuvels op het voetbalveld verplichten de spelers om van tactiek te veranderen, om nieuwe regels te bedenken, of om met het onverwachte te spelen. Want het terrein zorgt dat de bal vreemde capriolen maakt. Zelfs het tactisch vernuft van trainer Pep Guardiola heeft hier geen vat op.

Untitled(soccer-pitch)2.jpg

Het werk is een prachtige metafoor voor de didactiek van het creëren. Leraren bouwen, net zoals deze kunstenares, obstakels in die uitdagen om met het onverwachte om te gaan. Ze maken zo het spel levendig en onvoorspelbaar. En dat levert creatieprocessen op die even hobbelig zijn als de krijtlijnen van dit voetbalveld.

Trouw aan het idee

image

Ik geef leerlingen graag kleine gerichte compositie-opdrachten. Ze komen dan zelden de week daarna met een hele compositie naar de les. Meestal hebben ze wat kleine ideeën, schetsen verzameld.

Leraar compositie Bram Van Camp leerde me dat je met dat basismateriaal aan de slag moet gaan: benoemen, toevoegen, verrijken, bevragen, helpen ontwikkelen…

Bram vindt het belangrijk dat zijn interventies altijd weer vertrekken vanuit het oorspronkelijk materiaal.

Blijf trouw aan het idee van de leerling, is daarom zijn gouden tip.

Expressionist Daan

a53f4e8b-70e5-11e6-94b1-00163edf843f.jpg

Popartiest Daan vertelt in de de Morgen dat hij een expressionist is.

Ik kan iets overbrengen, zelfs al is dat op een brute en lompe manier. Ik speel eigenlijk piano zoals een flik zijn pv tikt: met twee vingers.

Je hoort dat er enige urgentie achter mijn muziek zit. Virtuoos zijn is daarbij een handicap: muziek moet uit de ziel barsten, niet noodzakelijk uit het hoofd.

Interessant: ambacht staat soms het kunstenaarschap in de weg. Ik denk dat vele leraren DKO het hier niet mee eens zijn ;-).

Maar misschien moeten we deze gedachte toch niet direct parkeren als onzin of provocatie. Al is het maar om onze praktijk vanuit een ander perspectief te bevragen:

    • Kunnen leerlingen zich met vier noten of akkoorden al uitdrukken als kunstenaar?
    • Of moet je eerst enkele jaren alleen trainen op de techniek?
    • Is moeilijker steeds het doel? Of mag het ook artistieker zijn?
    • En wat doen we met de tegendraadse en eigenzinnige Daantjes of Meurissen die naar onze academie komen?

Foute Mia

Wouter-Van-Belle-KBL5.jpg

De iconische pianopartij van het nummer Mia van Gorki is door een fout ontstaan.

Producer Van Belle vroeg om de tape te laten lopen. Maar hij dacht dat het nummer in een andere toonaard stond, en zijn eerste noot was een toonaardvreemde noot. Dus speelde hij snel een noot hoger om zichzelf te corrigeren. Om zijn fout te maskeren is hij dat dan maar blijven herhalen, en zo is het beroemde pianomelodietje ontstaan. Het geniale was dat hij de band liet spelen…

Fouten als een creatieve kans. Een fijne insteek om lessen een onverwachte en spannende touch te geven. En een eenvoudige tool om de kunstenaar aan te spreken: open staan voor het onverwachte en daarop verder springen. Zoals op een trampoline.

Donkere wolk

wolkenlucht-cloudy-sky-Karin-Broekhuijsen-Buiten-beeld-236120.jpg

Sinds dit jaar is mijn gitaarklas nog meer een laboratorium voor nieuwe creatiepraktijken. Een avontuurlijke zoektocht hoe je de kunstenaar kan uitdagen.

Schrijf een wals van de donkere wolk. Met deze opdracht stuurde ik leerlingen naar huis. We namen eerst de tijd om de opdracht te verkennen. Wals aha, dat is in 3/4. En uit een luisterfragement leerden we dat chromatisch dalende noten een triest gevoel oproepen.

De resultaten die ik de volgende weken hoorde, waren fantastisch. En na wat sleutelen werd de toon nog meer dissonant en de wolk donkerder.

Waarom dit werkte? De opdracht prikkelde de verbeelding. En enkele parameters stonden vast. Die afbakening maakte het haalbaar en voldoende veilig: wals, een afgesproken toonaard en chromatisch dalende noten…

En heb jij ook zulke parels van opdrachten?

Naar Siberië?

0107OntdekkingSiberie4-646x350.jpg

Op een concert in een academie zag ik een bijzonder optreden.

Een leerling met als tweede instrument piano waagde zich aan prelude opus 3 nr. 2 van Rachmaninov. Hij speelde anderhalf jaar piano. Onmogelijke opdracht, veel te moeilijk werk. Maar de sturm und drang om grote muziek te spelen was niet tegen te houden.

De start was imponerend. Brede akkoorden, het grote gebaar. Het middendeel ontaardde in een eigen improvisatie. In de stijl van Rachmaninov. De wroetende akkoorden werden nog donkerder. Hij musiceerde bijna in extase. Op het einde pakte hij de partituur weer op.

Wat een interessante kluif voor een (klassieke) jury:

Kan dit wel? Is dit geen onvoldoende? Of 0/100? De partituur zomaar langs de kant schuiven? Of moeten we juist zijn experiment belonen en waarderen? De keuze om iets bijzonders te doen met het werk? Want artistiek was dit zonder meer interessant.

En moeten we zijn leraar op strafkamp naar Siberië sturen? Of hem juist aanmoedigen om dit soort risico’s te blijven nemen? Om hetgeen zich aandient te versterken?

Zelden een uitvoering op een academie gezien die zoveel relevante vragen en gedachten opriep.

Onderzoekende dansers

IMG_1852 (1).jpg

Een lerares dans van de kunstacademie Noord-Limburg liet zich uitdagen door de maand van de onderzoeker op haar academie. Ze experimenteerde – gespreid over enkele weken – met een nieuwe werkvorm:

  1. via een geleide improvisatie ontwikkelden leerlingen nieuwe bewegingspatronen;
  2. twee groepen kregen de opdracht om die bewegingspatronen om te zetten in een grafische tekening;
  3. groep 1 ging daarna aan de slag met de tekening van groep 2 en omgekeerd;
  4. en dan volgde de ultieme opdracht: zet de tekening van de andere groep om in beweging op een ander muziekwerk.

De lerares deelde achteraf haar enthousiasme: dit was een bijzonder leerrijke ervaring voor leerlingen én leraar!

Harde en zachte competenties

screensnapshot-11-05-2016-10-29-15.jpg

Vakmanschap bestaat uit harde competenties. Deze competenties vereisen een hoge mate van precisie. Het zijn bekwaamheden die iedere keer zo correct en identiek mogelijk moeten uitgevoerd worden. Er is meestal maar één weg naar het ideale resultaat. Harde competenties moeten lopen als een Zwitsers horloge: betrouwbaar, accuraat, voorspelbaar en automatisch zonder de minste hapering.

De andere rollen vragen eerder zachte competenties. Hier is eerder flexibiliteit nodig. Zachte competenties ontwikkel je door spel. Je verkent je grenzen in veranderlijke situaties door steeds weer nieuwe en lastige hindernissen te leren overwinnen. Een leraar maakt zich dan ook niet druk om foutjes. Het belangrijkste is dat leerlingen durven uitproberen en leren omgaan met andere contexten.

De twee goed onderscheiden, is de boodschap. Harde en zachte competenties vragen elk een eigen aanpak.

Kunstenaars nemen nooit de kortste weg

met-het-ouder-worden-vormen-hersenen-meer-langeafstandsverbindingen

Onze hersenen maken voortdurend verbindingen tussen verschillende hersendelen. Dat is complex en vraagt van ons denken heel wat energie.

Om het leefbaar te houden gebruiken we in gelijkaardige situaties dezefde verbinding. En een volgende keer weer. Zo ontstaan routines en wordt een verbinding steeds dikker en krachtiger. Gevolg? Het wordt nog aantrekkelijker om iets op dezelfde manier te doen.

Kunstenaars hebben het vermogen om ver weg te blijven van die dikke verbindingen. Ze verlaten de hoofdweg en maken zijsprongen.

Voor een geboren kunstenaar is dat een tweede natuur. Anderen kunnen dat leren. Door zichzelf uit te dagen, obstakels in te bouwen of opdrachten te krijgen die sturen naar onvoorziene paden. Dat is het mooie werk dat we te doen hebben als  we kunstenaarskwaliteiten bij onze leerlingen willen ontwikkelen.

Ferran Adria

1372983794_740215_0000000000_noticia_normal.jpg

Creativiteit kan ook geperfectioneerd worden. Bij El Bulli documenteerden we niet alleen de geslaagde gerechten maar ook al onze mislukkingen. 

Ferran Adria is misschien de meest invloedrijke chef-kok van onze tijd. Onder zijn leiding werd het sterrenrestaurant El Buli vijf keer tot het beste van de wereld verkozen. Pure kookavant-garde: schuimpjes waarvan je niet weet hoe ze gaan smaken, marshmallow van parmezaankaas, een kaviaarblikje gevuld met meloenbolletjes en passievruchtpitjes … In El Buli werden je zintuigen geprikkeld én voor de gek gehouden.

In museum Marres in Maastricht kun je tot 3 juli zijn schetsen, video’s, boeken en kookgerei zien. Musea tonen vaak een oeuvre zonder de vraag te stellen hoe iemand te werk gaat. In deze tentoonstelling staat juist dat proces centraal. En dat maakt de tentoonstelling interessant voor iedereen die met creatie bezig is.

Er worden schetsen getoond die Adria gebruikte tijdens zijn zoektocht naar nieuwe gerechten. Wortelen en erwten in boetseerklei dienen om simulaties van gerechten te maken. En een film toont hoe zijn beroemde verdwijnende ravioli ontstond: van Japanse transparante eetbare velletjes tot een soort driehoekige doorzichtige ravioli met vloeibare vulling. De tentoonstelling is een heerlijke trip in het creatieve brein van Adria.

En daarbij is leergierigheid de motor die Adria vooruit stuwt: om kennis op te nemen, om het verleden te omarmen en de toekomst vorm te geven. In die leergierigheid schuilt ook het verschil tussen zij die op jonge leeftijd fantastische dingen doen en grootmeesters die dat een leven lang volhouden.

Na de tentoonstelling was ik er zeker van: Ferran Adria is een groot kunstenaar én een leermeester voor ons allemaal.