Dril

1282605.jpg

Soms krijg ik de vraag of er op de academie nog plaats is voor dril. Mag een leraar nog een drilinstructeur zijn? Kom op, speel, en nog een keer, en nog, nog, nog … Tot de vingers of de mond pijn doen. Of tot de woorden je de keel uit gangen. Tot het perfect is.

We zijn dat blijkbaar kwijtgeraakt. En durven dat ook niet meer vragen aan leerlingen. Terwijl we allen proefondervindelijk weten: het hoort erbij. Training tot het in de vingers zit. Je uren kloppen. De harde noot van het vakmanschap.

Een stevige inspanning leveren en daar achteraf de vruchten van plukken. Het blijft waardevol. Laten we, als de context daarvoor klopt, daar ook niet bang voor zijn. Met gezond verstand.

1000

maxresdefault.jpg

Gitaarleraar Maarten Vandenbemden is de 1000ste leraar DKO die zich inschreef voor de wekelijkse inspiratie van artistiekecompetenties.blog. Een fantastische gitarist én jonge leraar die vanuit goesting en onderzoek zijn lespraktijk vorm geeft. Symbolischer kan het niet.

Maarten heeft geen standaardtraject voor zijn leerlingen klaar. Veel liever zoekt hij samen met leerlingen naar hun leervraag. Hij laat zich verrassen door wat zij op de academie komen zoeken.

Hij wil de volgende jaren verschillende trajecten voor verschillende profielen van leerlingen ontwikkelen: een traject voor de klassieke concertgitarist, een voor de leerling die via youtube het instrument verkent, of een traject voor de gitarist die vanuit experiment eigen composities wilt maken.

Zoals Maarten zijn er nog vele jonge wolven. Zij brengen frisse ideeën binnen en zijn de toekomst van ons kunstonderwijs. En die toekomst oogt, daarom alleen al, bijzonder mooi.

Deur

We hebben als leraar in de kunsten wel iets met deuren van concertzalen. Eindeloos wachten met je leerling tot je binnen kan. Met fierheid die deur openen omdat je weet dat het publiek iets moois te wachten staat. Of ouders tegenhouden die ongepast willen binnenglippen.

Sommige theaterdeuren doen meer dan de heilige stilte bewaken. Ze vertellen wat je binnen mag verwachten. In theater de Kleine Komedie in Amsterdam fotografeerde ik volgende toegangspoort tot de kunsten:

IMG_2447 2.jpg

Nieuwsbrief raamleerplan

nieuwsbrief 1 raamleerplan kop.jpg

Deze morgen verzonden we een eerste nieuwsbrief raamleerplan kunstig competent. Op deze manier informeren we directeurs en coördinatoren maandelijks over het raamleerplan. We delen graag de expertise die de afgelopen jaren is opgebouwd. En we gaan in op relevante vragen:

  • Hoe stimuleer je leraren om met dit open kader te werken?
  • Hoe maken leraren de artistieke competenties zichtbaar in hun klaspraktijk?
  • Hoe geef je het academieluik samen vorm?
  • Hoe koppel je de competenties van het leerplan aan vakken?
  • …

Heeft je academie voor het raamleerplan kunstig competent gekozen en kreeg je academie deze nieuwsbrief nog niet in de mailbox? Mail ons en dan zetten we dat recht: info@raamleerplandko.be.

Raken en geluk

rsz__dsc6229.jpg

In de Morgen zegt actrice Anne-Laure Vandeputte:

Ik weet dat wat ik doe uit mezelf komt, of het trekt nergens op. Maar ik doe het niet voor mezelf. Ik doe het om mensen te raken, en als dat lukt… Man, ik word daar zo gelukkig van. Een maand na zo’n voorstelling loop ik nog altijd met een onnozele glimlach rond.

Een publiek willen raken is één van de 20 artistieke competenties. En kijk, deze competentie heeft ook een prachtig neveneffect: je wordt er zelf gelukkig van.

Herkenbaar? Natuurlijk wel. Want daar doen we het toch voor? Tenzij je het niet begrepen hebt…

Moeten we dat kennen?

25eace9c-3cc8-11e7-9a94-c43feb59b6d9_web_scale_0.5747126_0.5747126__.jpg

Welke kennis moeten we absoluut doorgeven aan volgende generaties? Canvas vroeg het aan filosofe Katleen Gabriels.  Ze bracht een fragment van Herman de Coninck mee om haar punt te maken:

Toen ik ooit lesgaf, poëzie, aan jongens die daar helemaal niet om gevraagd hadden, was de eerste vraag: moeten we dat kennen voor het examen? Nee, voor het leven, zei ik. En de tweede vraag was: waartoe dient dat dan?

Ik vond dat een erg domme vraag, en probeerde kwaadaardig te onthouden wie ze gesteld had. Poëzie dient namelijk nergens toe, en dat is op zich al een verdienste. Deze wereld wordt verpest door zijn utilitarisme, als iets niet meteen winstgevend is, deugt het niet. Dus leve het nutteloze.

Moed en vertrouwen

Naamloos.jpg

Moed en vertrouwen. Dit zijn twee zaken die musicoloog en leraar MCV Lieven van Ael van zijn leerlingen vraagt. Moed om de eigen comfortzone te verlaten en nieuwe artistieke werelden te ontdekken. En vertrouwen in de leraar dat die je veilig en deskundig loodst naar interessant artistiek werk: kijk, hier is iets waarvan ik denk dat het voor jou de moeite waard is om er aandacht aan te besteden.

Vanuit deze afspraken kunnen er boeiende trajecten ontstaan. Met een engagement langs twee kanten: de leraar doet er alles aan om de leerling doelgericht te begeleiden. En de leerling beantwoordt deze inspanning met de intentie om met een open mind te grasduinen in het canon van de kunsten.

Geven en nemen op zijn mooist.

Niet jouw stijl?

mondriaan.jpg

Leerlingen hebben snel een oordeel klaar over een werk dat je hen aanreikt : niet mooi, saai, te klassiek, niet mijn stijl… Een lerares dans heeft een scherpe repliek klaar als ze weer zo’n opmerking hoort: eerst ga je hier hard op studeren en dan bespreken we opnieuw of dit wel/niet jouw ding is.

Ze maakt een stevig punt: eerst leren kennen, erop wroeten en dan pas oordelen.

Noot greep klank

hoe-oud-zijn-je-oren-20160119-0111.jpg

De leerling keek tevreden de zaal in. Goed gedaan, dacht hij. Dat zijn versie van Sur le pont d’Avignon atonaal klonk, had hij niet gehoord. Wat was er fout gegaan? Zijn hand stond een vakje te ver.

Het voorval deed zich tien jaar geleden voor. En het was een kantelmoment voor mijn lespraktijk. Ik stelde vast dat die leerling enkel bezig was met noten en grepen. Hij vergat om zijn oren te gebruiken. Geen relatie tussen klank en greep.

Dat nooit meer, dacht ik.

En nu staan we voor een bijzonder interessant moment om met z’n allen dat nooit meer te zeggen. Vanaf dit schooljaar komen leerlingen onze instrumentklas binnen die nog geen noten kunnen lezen. Je kan dat problematisch vinden. Of je kan een snelcursus notenleer in je methode verwerken zodat je je vertrouwde werkwijze kan behouden.

Maar je kan deze kans ook oppakken om zonder partituren te starten. Zo kan alle aandacht gaan naar houding, klank en greep. Laat het notenbeeld maar later binnenkomen als een handig hulpinstrument.

Ik wed erop dat er dan meer tonale versies van Sur le pont d’Avignon zullen klinken op onze toonmomenten.

Opinie in de Standaard

Trendsetters.jpeg

De kunstacademies in Vlaanderen starten dit schooljaar met een nieuwe organisatiestructuur: nieuwe vakken, nieuwe opties en meer autonomie. De overheid keurde het decreet pas in het voorjaar van 2018 goed, waardoor de voorbereidingstijd kort was. Daarom zal het dit jaar organisatorisch allemaal wat minder lekker lopen. Het wordt zoeken en experimenteren. Gelukkig kunnen leraar-kunstenaars daar wel mee omgaan.

Die nieuwe structuur is een grote verandering in het deeltijds kunstonderwijs, maar zeker niet de enige. Al enkele jaren zijn er inhoudelijke verschuivingen te zien die minstens zo belangrijk en interessant zijn. Academies zijn van conservatieve bastions geëvolueerd naar trendsetters in onderwijsland.

Uitstraling van de leerling

Een nieuwe kijk op evaluaties en uitgepuurde doelen voor het kunstonderwijs zijn daarvan twee mooie voorbeelden.

Een groot deel van de academies in Vlaanderen heeft vaarwel gezegd tegen het oude evaluatiesysteem. Waar vroeger ernstige juryleden achter een tafel punten gaven voor wan- en prachtprestaties, zien we nu jury’s ijverig feedback formuleren. Die feedback is het resultaat van een radicaal veranderde mindset: een evaluatie mag leerlingen niet in een rangschikking plaatsen, maar moet hen uitdagen om een volgende stap te zetten in de eigen ontwikkeling. Concrete, heldere en toekomstgerichte feedback is daarvoor de meest effectieve manier. Alle leerlingen, ook de toptalenten, zijn erbij gebaat.

In die feedback komt niet enkel de technische uitvoering aan bod, maar ook de uitstraling van de leerling en de mate waarin de leerling zijn publiek raakt. In een genuanceerde taal wordt uitgedrukt wat opvalt en wat de eigenheid van de leerling is. Een leraar-kunstenaar heeft daar een bijzondere fijngevoeligheid voor en kan die nu ten volle inzetten.

Vroeger hingen de leerlingen na een laag cijfer hun gitaar aan de haak. Vandaag dagen academies leerlingen uit om een volgende stap in de eigen ontwikkeling te zetten. En om verder te blijven spelen. Directeurs krijgen nu opeens felicitaties van ouders die het sterk waarderen hoe hun kind zo mooi getypeerd werd in de evaluatiefiche.

De angst dat de kwaliteit zou dalen is ongegrond. Technische virtuositeit krijgt niet langer alle focus. Wie zit er te wachten op een moeizame en struikelende uitvoering van een veel te moeilijke driestemmige inventie van Bach? Eindeloze examens voor lege zalen zijn vervangen door stijlvolle concerten door gemotiveerde leerlingen, met een levend publiek.

Het deeltijds kunstonderwijs heeft samen met de overheid ook een beperkt aantal doelstellingen (artistieke competenties) uitgetekend.

Alle doelen op één pagina

Terwijl op andere onderwijsniveaus nog de gedachte leeft dat meer doelen ook resulteren in beter onderwijs, is de toon voor het kunstonderwijs anders. Het leerplan ‘Kunstig Competent’ zet de doelen voor tien jaar kunstonderwijs op één pagina: twintig thema’s die tijdens de opleiding aan bod moeten komen. Dat geeft overzicht en daagt de leraar-kunstenaar uit om met zijn rijke verbeelding een eigen vorm te geven aan die doelen. Het deeltijds kunstonderwijs geeft zo veel vertrouwen en autonomie aan de leraren. En dat werkt stimulerend.

Een beknopte lijst doelen heeft nog andere voordelen. Het geeft ruimte om op maat van de leerling te werken. Leraren kunnen altijd weer keuzes maken om bepaalde aspecten meer uit te diepen en andere thema’s enkel aan te raken. Ze kunnen zo optimaal aansluiten bij de volgende ontwikkelingszone van een leerling.

De vroegere, gestandaardiseerde examens hadden soms het tegenovergesteld effect. Ze dwongen leraren om uniform en gericht naar die evaluatie toe te werken. Teaching to the test. En dan stelde je je soms de vraag of de leerling iets geleerd had.

Ondertussen groeit er ook vanuit het lager, secundair en hoger onderwijs interesse voor dit model: de radicale keuzes, de compacte en open set doelen, de autonomie voor de leraar en de voedende evaluatie spreken aan.

En misschien willen ook leraren buiten de academie – diep in hun hart – iets meer kunstenaar in hun klas zijn: eigenzinnig en risicovol. Avonturen tijdens de avonduren.