Wat motiveert mij?

15800262437_718b931c5b_o.jpg

Tijdens een vorming over leerlingen motiveren vroeg ik de deelnemers om na te denken over wat hen motiveert. Wanneer heb je zelf goesting om erin te vliegen? En welke elementen maken dat je dan gemotiveerd bent? De reacties van de deelnemers:

  • respect krijgen voor het werk dat je levert;
  • een perspectief hebben, een groter doel voor ogen hebben;
  • iets zelf kunnen ontdekken;
  • je ding kunnen doen;
  • zelf mogen beslissen;
  • voldoende uitdaging hebben.

De antwoorden waren een fantastische toetssteen voor de eigen lespraktijk. Hoe slaag ik erin om vanuit deze elementen mijn onderwijs vorm te geven?

We zien wel

dsc_10100_dieter.jpg

Filosoof Dieter Lesage maakt in het tijdschrift Simulacrum bedenkingen bij vooropgestelde te behalen competenties in kunstonderwijs. Ik deel zijn bezorgdheid. Daarom blijven we vurig pleiten voor grofkorrelige competenties die richting geven,  inspireren … maar ook voldoende ruimte geven aan het onverwachte. Lesage gaat nog een stap verder. Als provocatie kan het volgend fragment tellen:

Ongetwijfeld bestaan er ook onderwijsmanagers die niet vreemd opkijken wanneer een (kunst)docent aangeeft dat hij de studiefiches het liefst zou voorzien van de eenvoudige notitie: we zien wel. We zien wel wat we zullen zien. We zien wel wat we zullen doen. We zien wel waar we komen. We zien wel hoe we er komen. We zien wel. Dat lijkt ongehoord, maar is dat wel zo? Moeten we niet juist leren om het leren opnieuw als een avontuur te zien? 

Zuinig

IMG_1896.jpg

Moeten alle rollen in een les aan bod komen? Natuurlijk niet. De vijf artistieke gebieden geven aan waar je op lange termijn aan werkt. Een te grote ambitie op een te korte tijd levert maar één ding op: oppervlakkigheid.

Hoe kan het dan wel? De minimalistische schilderijen van Hans Fohan visualiseren een interessante piste. Deze kunstwerken bestaan voor het grootste deel uit witruimte. Enkele vlekken vullen bescheiden het doek: kleine ingetogen explosies. Minimaal en weloverwogen speelt de kunstenaar met vorm, beweging en kleur.

En dat doet ook een leraar kunstonderwijs. Hij schildert zuinig met de rollen (kleuren):  wat vakmanschap (grijs), performer (geel), unieke ik (rood) …. Hij focust op enkele aspecten en geeft er kwaliteit aan.

Meer heeft één lesmoment niet nodig.

Inplannen

DSC_4299-1.jpg

Wil je leerlingen laten creëren? Moedig ze dan aan om er gewoon aan te beginnen. Want de bekende boutade dat creatie 1 procent inspiratie en 99 procent transpiratie is, klopt wel. Vasthoudendheid en doorzetten zijn belangrijke succesingrediënten.

En doorzettingsvermogen kan je ontwikkelen. Door bijvoorbeeld elke dag werktijd in te plannen. Ellen Dickwitz schrijft in haar boekje Zo word je een geweldig dichter dat ze zo heel luie mensen heeft zien veranderen in gedisciplineerde schrijvers. Ze laten nog steeds hun afwas een paar dagen staan, maar dat is minder erg dan niet schrijven.

Ingeplande werktijd maakt van leerlingen die willen oefenen leerlingen die oefenen.

Donkere wolk

wolkenlucht-cloudy-sky-Karin-Broekhuijsen-Buiten-beeld-236120.jpg

Sinds dit jaar is mijn gitaarklas nog meer een laboratorium voor nieuwe creatiepraktijken. Een avontuurlijke zoektocht hoe je de kunstenaar kan uitdagen.

Schrijf een wals van de donkere wolk. Met deze opdracht stuurde ik leerlingen naar huis. We namen eerst de tijd om de opdracht te verkennen. Wals aha, dat is in 3/4. En uit een luisterfragement leerden we dat chromatisch dalende noten een triest gevoel oproepen.

De resultaten die ik de volgende weken hoorde, waren fantastisch. En na wat sleutelen werd de toon nog meer dissonant en de wolk donkerder.

Waarom dit werkte? De opdracht prikkelde de verbeelding. En enkele parameters stonden vast. Die afbakening maakte het haalbaar en voldoende veilig: wals, een afgesproken toonaard en chromatisch dalende noten…

En heb jij ook zulke parels van opdrachten?

Jaarplannen schetsen

Ardèche schets23.jpg

Op een tentoonstelling over de architect Le Corbusier zag ik studenten schetsen maken. Ik moet toegeven dat ik met lichte jaloezie naar  hun bekwaamheden keek. Wat zou ik dit ook graag kunnen. In enkele lijnen worden ruwe contouren op papier gezet. Gedachten worden al tekenend geordend. Onaf maar daarom juist zo interessant: de verbeelding krijgt nog speelruimte.

Jaarplannen in kunstonderwijs mogen ook schetsen zijn. Je tekent in ruwe krijtlijnen het jaar uit. Intenties die je wil waarmaken. Voldoende als houvast. Maar ook open om ruimte te creëren voor wat er elke les gebeurt: het hier en nu, toeval, de zoektocht naar een volgende stap…

Zonder (jaar)plan zijn we geen onderwijs. Zonder (speel)ruimte geen kunstonderwijs.

Tijd (nodig) voor verandering

metalen-mecanisme-klokken-met-raderwerk-d-164-cm-1000-10-10-130349_8.jpg

 

Een musicus, danser, woordkunstenaar of schilder word je niet op één dag. Ook je visie op kunstonderwijs veranderen vraagt tijd. Geleidelijk stuur je je lespraktijk bij. Eerst stel je je huidige lespraktijk in vraag. Daarna? Het nieuwe laten binnenkomen, experimenteren, aanpassen en opnieuw proberen.

Ik stel vast dan er verschillende vormingsmomenten nodig zijn voor leraren in de diepte doordrongen geraken van de artistieke rollen en de voedende kijk op evalueren. En daartussen is er best voldoende ruimte om dingen uit te testen in de eigen praktijk. En dat gaat soms ook gepaard chaos (in je hoofd).

Een lerares vertelt in een mail hoe ze dat proces ervaren heeft:

Hoe langer ik aan dit project meewerk, hoe fantastischer ik het vind. Ons deeltijds kunstonderwijs had dringend nood aan een nieuwe en stimulerende kijk.

Een veilige omgeving om te kunnen experimenteren en zoeken was noodzakelijk. De directeur gaf ons vertrouwen. Dat maakte het verschil.

Het eerste jaar was het zwoegen en vooral heel veel in het duister tasten. Je wist niet goed waar naartoe …

Nu, vier jaren later lijkt alles zo vanzelfsprekend. Wat zijn wij op korte tijd geëvolueerd, ongelofelijk!