Na-apen

Naamloos.jpg

Na-apen, simpeler kunnen we het eigenlijk niet verwoorden. Hersenonderzoekers ontdekten in ons brein spiegelneuronen. Dit zijn zenuwcellen die in actie komen als we iemand anders iets zien doen. Ze maken dat we heel intuïtief de andere nadoen.

Spiegelneuronen hebben we vanaf onze geboorte en vormen onze primaire bron van leren. We apen onze ouders na, onze leraren, als pubers onze vrienden en laten ook (soms) onze baas.

De ontdekking heeft er in elk geval voor gezorgd dat imiteren weer in is. Ga voor je leerling zitten, doe voor en laat de leerling na-apen. Het blijkt bijzonder effectief.

En van dezelfde orde: model staan is een belangrijke didactische troef. Leef voor dat je vakman, kunstenaar, samenspeler, onderzoeker en performer bent. En het is half gewonnen.

Kwaliteitscultuur

KDO.jpeg

Directeurs, leraren en inspecteurs vinden kwaliteitsbewaking belangrijk. Dat is terecht. De praktijk van externe kwaliteitsbewaking schuiven sommigen naar voor als een vorm waar andere onderwijsvormen jaloers op zijn. Inderdaad waardevol.

De huidige praktijk met externe juryleden heeft echter ook zijn tekortkomingen: juryleden kijken vanuit een eigen, niet geëxpliciteerd referentiekader. Vaak zonder de context van de leerling te kennen. En ze hebben ook geen opleiding gehad als feedbackgever. Dat maakt dat het concept sterk persoonsafhankelijk en niet altijd voedend is. Soms heb je iets aan een extern jurylid, maar soms ook niet. En dat is toch wel problematisch: kwaliteit hangt dan af van het toeval.

Directeurs geven aan dat ze altijd weer op zoek zijn naar juryleden die echt het verschil maken. Maar ze geven ook toe dat dat niet altijd lukt.

Pilootacademies onderzoeken andere vormen om aan kwaliteit te werken. Kwaliteitsbewaking is voor hen een te passief en statisch concept. De woorden kwaliteitscultuur en kwaliteitsbevordering geven beter aan waar het om draait: actief, gericht en systematisch kwaliteit nastreven. Enkele voorbeelden:

  • bewust kiezen voor (een kleiner team) jury’s die het verschil maken;
  • trainen van juryleden en collega’s in feedback geven;
  • leraren uitgedagen om ook elkaar feedback te geven;
  • opstarten van een toetsingscommissie: een werkgroep die de evaluatiepraktijk van de eigen academie systematisch analyseert en bijstuurt.

Kwaliteit voorop in het DKO.

HOlaBO

HOlaBO. Dat is de speelse naam die een lerares hobo aan haar lessen geeft: de HOBOles als LABOratorium.

En dat kan tellen als statement. Hobo is het instrument bij uitstek waarvoor één lesuur echt een minimum is: leraren hobo geven niet alleen les maar sleutelen ook voortdurend met hun leerlingen aan de rieten. En dat kost tijd, veel tijd. In het slechtste geval blijft er dan weinig tijd over om te spelen.

En toch slaagt deze lerares erin om van een hoboles een laboratorium te maken. Een plek waar leerlingen hun huiswerk voorspelen, feedback krijgen, rieten prepareren én creatief met het instrument omgaan.

Hoe ze dat doet?

In de klas zijn er verschillende werkplekken waar ze de hele tijd tussen beweegt. Hier wat bijsturen en leerlingen aan het werk zetten. Daar een opdracht geven. En dan naar het huiswerk luisteren en feedback geven.

Een fantastische mix van efficiënte bedrijvigheid, werkplezier en focus.

Een kleine rol voor de rollen

cropped-cropped-cropped-rollen-5x.jpg

Eigenlijk vormen de rollen helemaal niet de kern van het project artistieke competenties. Ze zijn niet meer en niet minder dan een aansprekend en hanteerbaar didactisch instrument om hogere doelen na te streven. Voorbeelden?

  1. BREDE EN VERDIEPENDE ARTISTIEKE VORMING: Leraren zijn er zich meer en meer van bewust dat de zes artistieke domeinen een rijke kijkwijzer zijn die hun onderwijs nieuwe inspiratie en geeft. Overzichtelijk en helder.
  2. COMPETENT: Leerlingen competent maken is iets anders dan leerlingen klaarstomen voor een examen. Leraren die inzetten op competenties willen leerlingen zelfstandig maken zodat ze zich nu en ook later artistiek kunnen uiten.
  3. DIALOOG: In dialoog ontdekken lerarenteams nieuwe paden. En  onderzoeken ze waar het hen om te doen is. Directeurs zijn in de wolken: het concept wakkert het inhoudelijke gesprek in hun academie aan. En dat is van onschatbare waarde.
  4. WOORDENSCHAT: Het project ontwikkelt een verfrissende gemeenschappelijke woordenschat. En dat is niet onbelangrijk. Want wie er woorden aan kan geven, maakt dingen belangrijk. En dat geeft richting aan de lespraktijk.

Boem! vanuit (n)iets

20140718_102219.jpg
Creatie ontstaat zelden vanuit niets. Probeer maar iets is een goedbedoelde aanzet, maar levert zelden iets op. Een goed gekozen en afgebakende opdracht is daarom een belangrijk startpunt. Even oefenen:

Toevallige dingen kunnen een aanleiding zijn voor een opdracht. Bijvoorbeeld deze uitvoering van  Boem! Paukeslag van Paul van Ostaijen die ik op youtube ontdekte.

Creatief en didactisch denkwerk levert dan bijvoorbeeld dit op: Ontwikkel op het metrum/tempo van dit gedicht een klanklandschap.

Nog te open? Maak daarbij gebruik van volgende akkoorden: Am Em C en D.

Of meer ondersteuning nodig? Laat even horen hoe het misschien zou kunnen klinken.

Ideeën en opdrachten liggen overal voor het rapen. Nieuwsgierig rondkijken en… Boem!

Evalueren is poëzie

De leraren woord van Izegem leggen een jury drie vragen voor. Drie eenvoudig vragen, mooi en uitgepuurd geformuleerd. En richting gevend.

Wie goed leest, ontdekt achter deze woorden een heldere visie: evalueren betekent objectief kijken, maar ook – subjectief – uitdrukken wat een optreden met je deed. Om tenslotte de kern te pakken: voeding geven.

Iets voor je eigen evaluatiemomenten? Of om als poëzie te lezen.

screensnapshot-23-10-2015-08-46-08

Ruimte voor experiment

Ben_Shewry_ATTICA_banner

Chef’s Table is een prachtige reeks op Netflix. Zes uitmuntende koks worden in hun biotoop geportretteerd. De verhalen zijn uniek en inspirerend. De manier waarop deze koks creatief omgaan met alles wat er rondom hen groeit. Hoe ze combineren. Hun gedrevenheid. Hun gave om grenzen te verleggen. En de manier waarop ze altijd weer ruimte geven aan experiment. Koken is hier kunst.

Neem nu Ben Shewry, kok van restaurant Attica in Melbourne. Bloggers beweren dat dit het beste restaurant van het zuidelijk halfrond is. Hij was pas nog op uitwisseling in De Wulf in Dranouter. Alleen het concept van die kruisbestuiving al: bekende koks gaan in een ander toprestaurant aan de slag. Ze kopiëren daar niet hun eigen gerechten maar leren de  ingrediënten van de streek kennen en doen daar hun eigen ding mee. Een avontuur voor kok Shewry én alle medewerkers van De Wulf.

In zijn eigen restaurant maakt Shewry ook tijd voor experiment. Elke dinsdag probeert hij met zijn team nieuwe dingen uit. ’s Avonds kan je – tegen een lager tarief – daarvan komen genieten. Soms is het heerlijk. Maar je weet ook dat het op een ander moment echt niet goed kan zitten. Het hoort erbij.

De academie als labo. Ongewone artistieke projecten die toeschouwers uit hun confortzone halen. Cursussen die leerlingen inwijden in de wereld van de experimentele muziek.  Of leraren die binnen het pilootproject op zoek gaan naar nieuwe didactische kansen. Collega’s die een maand vrij maken om  maakprocessen met hun leerlingen aan te gaan.

We kunnen al deze (onder)zoekers niet genoeg koesteren. Zij maken de toekomst. Zij tonen wat kunstonderwijs alttijd zal moeten blijven: een vakschool én een vrijplaats voor experiment.

Kip Georgette

img_1799-1.jpg

Voor 5 euro kocht een lerares sax deze kipklok in het kruitvat. Iedereen noemt haar Georgette. En Georgette doet haar werk: om de 12 minuten aangeven dat een leerling van klas moet wisselen.

De lerares beschikt over drie lokalen. Na een gemeenschappelijk inspeelmoment laat ze haar leerlingen uitzwermen naar de andere lokalen. Om de 12 minuten doorschuiven. 12 minuten oefenen, 12 minuten een techniek verkennen (adhv een opdracht op een steekkaart) en 12 minuten les van de lerares. Een vierde leerling volgt de les, schrijft vingerzettingen uit en kan de agenda in orde brengen.

Efficiënt en zinvol. Is dit groepsgericht individueel lesgeven? Gedeeltelijk. Maar laten we dit dogma toch maar even in vraag stellen. Het zou wel eens kunnen dat dit doorschuifsysteem in deze context effectiever is. Leerlingen zijn een vol uur aan het musiceren. En draait het daar niet om? De contacttijd zo effectief mogelijk benutten.

Ik hoor nog andere interessante varianten: bijvoorbeeld een leraar die zijn leerlingen in verschillende hoeken of verschillende lokalen opdrachten geeft en rondloopt om feedback te geven.

Allemaal mogelijkheden die afhankelijk van het instrument, de groep, de context of de doelen afgewogen kunnen worden. Gericht kiezen is didactisch meesterschap.

In elk geval. Georgettes is haar geld meer dan waard. Mischien ook een idee voor thuis? Leerlingen studeren aangestuurd door de kip:  15 minuten gericht oefenen tot ze kakelt. En daarna de tijd opdrijven. Zoals start to run. Of, nu we toch vrij aan het associëren zijn, Chicken Run.

Voor interpretatie vatbaar

Oogst3_Cover

Oogst is een nieuw magazine voor beeldende kunst, literatuur en film. Mooi uitgegeven, fijne  selectie onderwerpen,  ontwikkeld met oog voor detail. Alleen al die heerlijke baseline: een tentoonstelling op papier.

Tijdens mijn heilig ritueel op zaterdag, in de bib de kranten en tijdschrfiten doornemen, lees ik Oogst in één adem uit.

Vooral de rubriek Voor interpretatie vatbaar is fantastisch. Eén kunstwerk, twee invalshoeken. Vanuit hun vakgebied laten experten een nieuw licht schijnen op wat je ziet.

In volume 3 zijn dat reclamemaker Jens Mortier en galeriehouder Simon Demobel over een meesterwerk uit de conceptuele kunst: Tips for artists who want to selll van John Baldessari. Lachen geblazen met het kunstwerk zelf en de gedachten van Jens Mortier.

baldessari-photo--004

Leren omgaan met uiteenlopende interpretaties en meningen is ook kunstonderwijs. Op evaluatiefiches beschrijven leraren van pilootacademies wat verschillende feedbackgevers gezegd hebben. Dat dat soms tegenstrijdig is, mag geen probleem zijn. Daarmee leren omgaan, is een kwaliteit om te ontwikkelen.

Ritme

marlihuijer.jpg

Ritme is discipline en vrijheid in één. Het is de discipline om iets twee, drie of honderd keer over te doen én het is de vrijheid om binnen die herhaling te improviseren en nieuwe dingen te ontdekken.

Aan het woord is hier geen musicus maar de filosofe Marli Huijer. In haar boek Ritme, op zoek naar een terugkerende tijd onderzoekt ze hoe ritme in ons leven verdwijnt. De arbeidsmarkt wil dat we permanent paraat staan. Zondagen zien er meer en meer uit als weekdagen. Werk en vrije tijd lopen voortdurend in elkaar over.

Huijer pleit niet zozeer voor onthaasting. Ze houdt wel een pleidooi voor een goede ritmische inrichting van ons leven.

Kunstacademies zijn altijd plekken van terugkerend ritme geweest: het ritme van de wekelijkse les, van de dagelijkse oefening, van de herhaling. Zo proberen we patronen in te laten slijpen.

En dat is soms een harde noot waar leerlingen doorheen moeten. Een ouder liet haar vier musicerende kinderen ‘s morgens voor school een half uur oefenen. Elke dag. Het werd een tweede natuur.  Als ze dagelijks oefenen, en elke dag iets langer, krijgen ze er vanzelf plezier in, vertelde ze.