Feedbackritueel

2f1626bec38619c0c0c0e07b5914980c.png

Een leraar beeld van de academie van Beveren heeft een mooi ritueel: op het einde van iedere les, net voor het opruimen, worden alle werken op de tafel gelegd. De leraar en de leerlingen formuleren dan feedback op de voorlopige resultaten.

Een sterk concept. Zeker omwille van het wekelijks ritme. De losse flodder voorbij. En het signaal aan de leerlingen is ook niet mis te verstaan: feedback geven en ontvangen is een wezenlijk bestanddeel van een kunstopleiding.

En als de tijd te krap is? Dan vragen de leerlingen zelf om toch nog even het rondje feedback te mogen doen.

Inplannen

DSC_4299-1.jpg

Wil je leerlingen laten creëren? Moedig ze dan aan om er gewoon aan te beginnen. Want de bekende boutade dat creatie 1 procent inspiratie en 99 procent transpiratie is, klopt wel. Vasthoudendheid en doorzetten zijn belangrijke succesingrediënten.

En doorzettingsvermogen kan je ontwikkelen. Door bijvoorbeeld elke dag werktijd in te plannen. Ellen Dickwitz schrijft in haar boekje Zo word je een geweldig dichter dat ze zo heel luie mensen heeft zien veranderen in gedisciplineerde schrijvers. Ze laten nog steeds hun afwas een paar dagen staan, maar dat is minder erg dan niet schrijven.

Ingeplande werktijd maakt van leerlingen die willen oefenen leerlingen die oefenen.

Lichtste inkt

opschrijven.jpg

Evaluatie is niet enkel iets voor het einde van het schooljaar. Evalueren doe je voortdurend. Telkens je feedback geeft, ben je aan het evalueren. Om leerlingen zo aan te zetten tot ontwikkeling.

Dagelijks informatie verzamelen is daarbij een interessante en noodzakelijke praktijk. Je sprokkelt observaties, opmerkingen en indrukken: een leerling maakt opeens een grote sprong voorwaarts. Een andere loopt steeds op hetzelfde probleem vast en kan dat opeens helder benoemen …

Dit noemen we betekenisvolle momenten. Het is belangrijk dat je die noteert. Want de lichtste inkt gaat langer mee dan het beste geheugen.

Daarom volgende gouden tip: neem na een lesdag 5 minuten de tijd om enkele dingen te noteren die opgevallen zijn. Evaluatiefiches invullen wordt achteraf zoveel makkelijker.

6 dagen, 23 uur, 0 minuten

Vraagteken.jpeg

6 dagen en 23 uur. Zoveel tijd zit er tussen twee lessen op de academie. Geen onbelangrijke kwestie. Hoe bereid je leerlingen goed voor op deze tussentijd? Hoe kan je – van op een afstand – de kwaliteit van het thuiswerk beïnvloeden?

Want het kwaad is snel geschied. Als een tekst verkeerd wordt ingestudeerd, start een moeizaam verbeterproces. Ingeslepen patronen zijn hardnekkig.

Een leraar van een Antwerpse academie is hier al lang mee bezig en werd geïnspireerd door de rol onderzoeker. Onderzoekers stellen zich voortdurend vragen. En daar kunnen we iets mee. Zijn gouden tip? Leer leerlingen zichzelf vragen stellen.

  • Wat ging (nog niet) goed?
  • Welke fout maak ik altijd weer?
  • Wat pak ik nu best aan?
  • Waar let ik de volgende keer op?

En dat moet je trainen als een spier: speel – stel jezelf een vraag – speel opnieuw – stel jezelf een vraag – en speel opnieuw…

Of eenvoudiger: speel – ? – speel beter – ? – speel nog beter – ?

Het vraagteken als werkinstrument.

Evalueren is poëzie

De leraren woord van Izegem leggen een jury drie vragen voor. Drie eenvoudig vragen, mooi en uitgepuurd geformuleerd. En richting gevend.

Wie goed leest, ontdekt achter deze woorden een heldere visie: evalueren betekent objectief kijken, maar ook – subjectief – uitdrukken wat een optreden met je deed. Om tenslotte de kern te pakken: voeding geven.

Iets voor je eigen evaluatiemomenten? Of om als poëzie te lezen.

screensnapshot-23-10-2015-08-46-08

Scaffolding

9999x0550

Er bestaat (naar mijn gevoel) nog te weinig interessant onderzoek over kunstonderwijs. Het werk van onderzoekster Elisa Kupers is in die zin een verademing. Kupers filmde anderhalf jaar lang acht muziekdocenten viool en hun 38 beginnende leerlingen. Ze observeerde vooral de interactie tussen leraar en leerling. Welke opdrachten kregen de leerling? En wat was dan de relatie met het competentieniveau van de leerling? Voorwaar een interessant thema vanuit onze competentiegerichte insteek.

Kupers onderzocht in hoeverre het onderwijsconcept scaffolding werd toegepast. Scaffolding betekent letterlijk steiger. Een leraar bouwt een steiger rondom een leerling zodat die met voldoende ondersteuning kan leren. En daarna breekt hij die steiger langzaam af zodat een leerling geleidelijk zelfstandiger kan worden. Enkele conclusies die Kupers trekt:

Scaffolding vereist dat de leraar heel goed kijkt welk niveau de leerling nu beheerst en daaropvolgend steeds een uitdaging biedt die past bij dat niveau.

Het belangrijkste in de motivatie van de kinderen blijkt de eigen inbreng te zijn: iets te zeggen hebben in of over de les. Als een leerling het gevoel van autonomie heeft, zal zij veel minder snel stoppen met de les dan wanneer dit niet zo is.

Docenten moeten het doel in hun hoofd houden en dit doel bereiken door het niveau van de opdrachten met kleine variaties steeds weer af te stemmen op wat de leerling al kan.

Aangezien het niveau van de leerling en dat van de instructie van de docent aan elkaar gekoppeld zijn, kan scaffolding niet van tevoren gepland worden: de docent past zijn instructie telkens aan aan wat de leerling op dat moment beheerst. Anders gezegd, scaffolding ontstaat in het hier en nu van de (muziek)les. Deze interacties tussen de leerling en de docent kunnen gezien worden als de ‘bouwstenen’ voor leren en les geven op de lange termijn.

De continue wederzijdse aanpassing tussen leerling en docent zorgt ervoor dat leerprocessen binnen de (muziek)les complex en vaak niet-lineair zijn.

Belangrijk is dat muziekdocenten een breed repertoire van opdrachten hebben en flexibel daarmee omgaan. Aan het begin spelen de kinderen vaak ritmes op losse snaren en dat kan snel saai worden. Dan helpt het soms om er een ander liedje bij te pakken, of in te gaan op de creativiteit van de leerling.