
Soms krijg ik de vraag of er op de academie nog plaats is voor dril. Mag een leraar nog een drilinstructeur zijn? Kom op, speel, en nog een keer, en nog, nog, nog … Tot de vingers of de mond pijn doen. Of tot de woorden je de keel uit gangen. Tot het perfect is.
We zijn dat blijkbaar kwijtgeraakt. En durven dat ook niet meer vragen aan leerlingen. Terwijl we allen proefondervindelijk weten: het hoort erbij. Training tot het in de vingers zit. Je uren kloppen. De harde noot van het vakmanschap.
Een stevige inspanning leveren en daar achteraf de vruchten van plukken. Het blijft waardevol. Laten we, als de context daarvoor klopt, daar ook niet bang voor zijn. Met gezond verstand.








