stART en staART

liggend_34425-Waarom-jaagt-mijn-hond-zijn-eigen-staart-achterna.jpg

Bij de start van het schooljaar tekende ik samen met mijn leerlingen doelen uit. Waar willen we dit jaar werk van maken?

Het is boeiend om nu, op het einde van de rit, de balans op te maken. Wat waren we van plan? En wat hebben we gerealiseerd?

Het resultaat voor mijn klassen? Een gemengd beeld. Soms vielen ambities en realisaties samen. Soms maar gedeeltelijk. Soms kreeg het leerproces een onverwachte wending.

Ik wil volgend jaar sneller bijsturen. Via een regelmatig check van de afgesproken ambities.  Zodat, begin en einde, stART en staART, met elkaar in verbinding staan.

Rituelen

live-tekenen-genderdebat-vooruit-28-03-2013.jpg

Hoe wordt een kunstenaar geïnspireerd? Welke gewoontes, rituelen gaan schrijven, tekenen en componeren vooraf? In het mooie boekje Dagelijkse rituelen van Mason Currey krijgen we een inkijk.

Erik Satie wandelde iedere dag tien kilometer naar zijn favoriete café. Om daar vervolgens te componeren en een omelet te eten van dertig eieren.

De architect Frank Lloyd Wright kreeg zijn beste ideeën tussen vier een zeven uur ’s morgens. Daarna deed hij een dutje. De rest van de dag had hij tijd voor anderen dingen.

Illustrator Eva Mouton vertelt dat ze in het begin van haar carrière totaal geen structuur had. Behoorlijk onproductief was dat. Ondertussen heeft ze te pakken wat voor haar wel werkt:

Elke ochtend sta ik op om negen uur. Ik ontbijt, was me en kleed me aan tot op mijn schoenen. Ik zorg ervoor dat ik eruit zie alsof in naar mijn job buitenshuis zou vertrekken. Ik las eens dat een thuiswerker beter functioneert als hij zijn schoenen aanheeft. Niet zijn pantoffels. Blijkbaar denkt je hoofd pas dat het werktijd is als er schoenen aan je voeten zitten. 

Voor ik een cartoon begin te tekenen, doe ik een hele voormiddag ‘dingetjes’ zoals theezetten, Twitter duizend keer checken, de kat aaien, naar buiten turen. Vroeger werd ik gek van dit uitstelgedrag. Nu weet ik dat het erbij hoort. Het is mijn hoofd dat zegt: ‘Maak me leeg’. 

Dan leg ik Nils Frahm op de plantenspeler. Zijn repetitieve pianomuziek balt mijn gedachten samen en brengt me in een diepe concentratie. 

Als ze maar spelen…

erik-scherder-bob-bronshoff.jpg

Je hoeft het niet goed te kunnen – àls je maar een instrument speelt. Deze uitspraak van de enthousiaste breinwetenschapper Erik Scherden blijft hangen.

Onderzoek bezingt de kwaliteiten van muziek: vuurwerk in je brein. Muziek maakt gezonder, aardiger, stabieler en brengt je in een gewenste stemming. Of stimuleert het samenhorigheidsgevoel. Dit palet positieve effecten kan tellen. De conclusie ligt dan ook voor de hand: iedereen een instrument.

En wat betekent dat voor (deeltijds) kunstonderwijs? Het spanningsveld tussen lage drempel en hoog niveau speelt ons parten. Want we willen ook zo graag dat ons kunstonderwijs van een hoog niveau blijft.

Erik Scherden vindt dat van een tweede orde. Dàt je musiceert, is het belangrijkste. Iedereen artiest dwingt ons tot keuzes: maatwerk en een flexibele structuur waarin minder en meer ambitieuze trajecten naast elkaar kunnen bestaan.

En een lerarenteam dat blij is met elke ontwikkeling van een leerling. Hoe klein ook. En nee, je hoeft je niet te verontschuldigen als een leerling nog niet zo ver staat. Want je hebt er zeker hard mee gewerkt. Het is goed dat die leerling er nog is. En blijft spelen…

Als ze maar spelen.

Naar Siberië?

0107OntdekkingSiberie4-646x350.jpg

Op een concert in een academie zag ik een bijzonder optreden.

Een leerling met als tweede instrument piano waagde zich aan prelude opus 3 nr. 2 van Rachmaninov. Hij speelde anderhalf jaar piano. Onmogelijke opdracht, veel te moeilijk werk. Maar de sturm und drang om grote muziek te spelen was niet tegen te houden.

De start was imponerend. Brede akkoorden, het grote gebaar. Het middendeel ontaardde in een eigen improvisatie. In de stijl van Rachmaninov. De wroetende akkoorden werden nog donkerder. Hij musiceerde bijna in extase. Op het einde pakte hij de partituur weer op.

Wat een interessante kluif voor een (klassieke) jury:

Kan dit wel? Is dit geen onvoldoende? Of 0/100? De partituur zomaar langs de kant schuiven? Of moeten we juist zijn experiment belonen en waarderen? De keuze om iets bijzonders te doen met het werk? Want artistiek was dit zonder meer interessant.

En moeten we zijn leraar op strafkamp naar Siberië sturen? Of hem juist aanmoedigen om dit soort risico’s te blijven nemen? Om hetgeen zich aandient te versterken?

Zelden een uitvoering op een academie gezien die zoveel relevante vragen en gedachten opriep.

Waar kan ik je mee helpen?

Help.jpeg

Een leraar start zijn les met steeds dezelfde vraag:

“Waar kan ik je mee helpen?”

Simpel en onschuldig op het eerste zicht. Maar bij nader inzien een belangrijke en sterke vraag. De leerling wordt uitgedaagd om na te denken over wat hij wil weten en wat zijn leervraag is.

Het concept wordt nog interessanter omdat de leraar deze startvraag consequent volhoudt gedurende vele jaren. Gevolg? De leerling leert meedenken en anticiperen. Bovendien voelt hij zich mede-eigenaar van de inhoud van de les en zijn leertraject.

Hoe voelt woede?

Emotis_3.jpg

Kunst ervaren of maken roept emotie op. En die emoties doen iets met ons lichaam. Dat is nu in kaart gebracht. Onderzoekers uit Finland ontdekten dat emoties specifieke lichamelijke sensaties veroorzaken.

Ze lieten 700 proefpersonen een reeks emotionele woorden, gezichten en filmpjes zien. Elke keer gaven de deelnemers aan of ze een emotie voelden. En zo ja, of dit gepaard ging met een gewaarwording in een lichaamsdeel. Dat werd opgetekend in emotiekaarten, een silhouet van het menselijke lichaam.

Hoe lees je deze emotiekaarten? Geel en rood duiden op extra activiteit, blauw op een verminderd gevoel, en zwart is neutraal.

Conclusie? De emotiekaarten zagen er voor bepaalde emoties opvallend gelijk uit. Proefpersonen konden zelfs emotie aflezen uit een emotiekaart van een andere. Vooral voor woede was dat makkelijk. Bijna elke emotie veroorzaakt meer activiteit in de borst: een versnelde hartslag en ademhaling. Dat de proefpersonen ook het hoofd vaak rood inkleurden, duidt op activiteit van de gezichtspieren. Maar ook op veranderingen in gedachten en gevoelens.

Ondersteuningsniveaus

00-default-banner-detail-boogstreken.png

Hier heb je een nieuwe partituur. Trek je plan.

Voor sommige leerlingen is dat een juiste instructie. Je daagt zo hun zelfstandigheid uit. Andere leerlingen hebben meer ondersteuning nodig: een partituur met vingerzetting, aanduiding van de muzikale zinnen of boogstreken … Soms is het interessant om passages in de les samen door te nemen. De kans dat een leerling thuis juist instudeert, is dan groter. Of snel een opname maken die als referentiepunt kan dienen. Maar bij andere leerlingen is het net interessant om dat niet te doen.

Vele opties. Vele ondersteuningsniveaus. En dat had een leraar viool helemaal te pakken. Hij had van alle partituren drie versies: eentje zonder notities, eentje met uitgeschreven vingerzetting en boogstreken en eentje waar ook nog de moeilijke passages een cirkel en uitroepteken kregen. Zijn leerlingen mochten soms ook zelf bepalen welke versie ze nodig hadden.

Sterk opzet.

Herhalen

0186-repetition-4.jpg

Het hoeft niet altijd iets nieuws te zijn. Laat leerlingen ook eens een werk/ tekst verschillende keren in hun DKO-loopbaan opnieuw instuderen. Pieter Wispelwey deed het met de cellosuites van Bach. Dit biedt interessante kansen:

  • in M2 is kunnen spelen al een hele uitdaging;
  • bij de herneming in H1 wordt een ander register aangesproken: bijvoorbeeld meer stijlgebonden spelen;
  • en in H3 verwacht je dat het werk een persoonlijke touch krijgt.

Petanque

petanque.jpg

Leraren deeltijds kunstonderwijs krijgen meer vertrouwen en autonomie. Maar ook meer verantwoordelijkheid. Nu de centraal georganiseerde examens op heel wat academies minder dominant zijn, ontstaat er bij sommigen onzekerheid. Ze moeten een jaartraject zelf plannen en organiseren. En dat vraag denkwerk. Bijvoorbeeld ijkpunten uitzetten. Want naar iets toewerken, blijft belangrijk.

Vergelijk het met petanque. Als je het kleine balletje niet uitgooit, is er geen spel.

Dus kies je doelen … Niet te ver maar ook zeker niet te dichtbij. Want kunstonderwijs hoort uitdagend te zijn.