Schuren

schuurpapier2018030615360420180713092122.jpg

Psycholoog Wim Van den Broek heeft een uitgesproken en onderbouwde mening over onderwijs. Je mag kinderen best wel uitdagen. Iets leren, dat is ook altijd een beetje schuren. Er mag best wel gezucht worden (moet ik dit nog een keer spelen) van het herhalen. Als leerlingen zeggen dat het een pittige les was, ben ik een tevreden leraar.

Aan de polarisering vroeger was het beter versus nieuw is beter, doen we niet mee. Traditie/werkethiek en een liefdevolle aanpak zijn voor ons geen tegenstellingen. Een sterke kunstleraar eist vastberadenheid maar doet dat ook liefdevol. Hard in de zaak, zacht in de omgang.

Het raamleerplan Kunstig Competent maakt in haar doelen daarom een genuanceerde mix van werk- en spelplezier. Doorzetten als het moeilijk is en spelplezier tonen staan naast elkaar in de lijsten.

Stretch

c42e6f5ebc6fb085_stretching3.preview.jpg

Hoe ambitieus zijn de doelen die je je leerlingen oplegt? En hoe ambitieus ben je voor je leerlingen in deze coronatijden?

Volgende tool met zeven niveaus kan helpen om de juiste balans te vinden. Wanneer krijg ik leerlingen in een ideale stretch?

  • -3   verveling: want doelen zijn veel te makkelijk. Er is geen enkele uitdaging.
  • -2   relax: met een absoluut minimum aan inspanning zijn de doelen te halen.
  • -1   rustig aan: want er is nog tijd genoeg om de doelen te halen.
  • 0    comfortzone: doelen zijn precies moeilijk genoeg om ze comfortabel te halen.
  • + 1  stretch: de lat ligt hoog en er moet stevig gewerkt worden om de doelen te halen. Maar het is wel een haalbare kaart.
  • +2  stress: doelen zijn net niet haalbaar.
  • +3  paniek: doelen liggen zo hoog dat het onmogelijk is om ze te halen. En dat leidt tot ofwel apathie ofwel ongezonde nervositeit.

Misschien is het zinvol om in deze ongewone tijden even op -1 of 0 te gaan staan. Misschien hebben onze leerlingen nu het meest nood aan muziek-, woord-, dans- en beeldmateriaal dat hen spelplezier geeft, innerlijke verdieping… of troost. Misschien ligt hierin op dit moment onze eerste taak als kunstonderwijs.

Spelen met de traditie

image.png

Ontwerper Richard Hutten maakt in dit werk een interessante synthese tussen traditie en vernieuwing. In een digitale gemanipuleerde foto van een traditioneel oosters tapijt liet Hutten het klassieke ontwerp in strepen uitlopen. De kleuren van de laatste rij werden doorgetrokken.

Daarna liet Hutten dit ontwerp in India door ambachtslieden namaken. Die vaklui vonden het aanvankelijk moeilijk om deze strepen te knopen. Dit soort eenvoudige patronen vervaardigen was nieuw voor hen.

Het is interessant om te zien dat de combinatie van traditie/vakmanschap en kunstenaarschap/avontuur hier boeiend werk oplevert.

Het kunstwerk roept ook een relevante onderzoeksvraag op: hoe kunnen we de traditie koesteren én ze tegelijkertijd vernieuwen?

Rol van de leraar

rol-muziekleraar.jpg

We wroeten met onze rol als leraar. De relatie tussen meester en leerling is niet altijd even helder en duidelijk. Hoe eisend kunnen/mogen we zijn? Hoe ver reikt onze begripvolle houding?

Ook psychologe Angela Duckworth stelt zich die vraag. Ze ontdekte in verhalen van uitblinkers een duidelijk patroon: hun opvoeders waren én eisend én ondersteunend.

Ook longitudinaal onderzoek in Amerika bevestigt dit. Ongeacht geslacht, etnische afkomst of sociale klasse hadden tieners met warme, respectvolle én eisende ouders betere cijfers op school en minder last van angsten en depressies.

Ondersteunend en veeleisend opvoeden is geen of-ofverhaal. De twee zijn complementair. Want warme ondersteuning richt zich op de mens, een eisende houding op de taak.

Tempo drop

Enkele jaren geleden hoorde ik een onthutsend verhaal over een leraar groepsmusiceren. Bij de start van het schooljaar deelde hij het examenstuk uit. Vanaf les twee speelde de groep in een zeer traag tempo dat werk door. De volgende maanden werd de metronoom elke les één streepje sneller gezet. Om tegen het examen te eindigen in het juiste tempo. 

Gelukkig bestaan dit soort praktijken niet meer. Wat me in dit verhaal intrigeert, is het concept tempo drop. Leerlingen spelen gedurende een lange tijd in zo’n traag tempo dat ze niet aanvoelen hoe de grote melodische en harmonische lijnen evolueren. En wat het karakter van het werk is. 

De alternatieven zijn niet zo moeilijk.

Laat leerlingen ook minder complexe werken spelen. Technische moeilijkheden liggen dan minder in de weg om tot de kern van musiceren te komen. En er wordt een uitgebreid repertoire opgebouwd. 

Een andere werkwijze is misschien nog interessanter. Been een werk uit: laat doorgangsnoten, versieringen, tussenakkoorden weg zodat enkel de kern overblijft. Leerlingen voelen dan sneller het metrum, het tempo en de feeling van een werk aan. Daarna kan er bijgebouwd worden. 

Ik studeer

1280x640libeer.jpg

Het verschil maken? In Knack vertelt pianist en presentator Julien Libeer hoe hij daaraan werkt. Zijn recept is eenvoudig.

Mijn dagelijkse realiteit, om eerlijk te zijn, is gesukkel. Het is nooit goed genoeg. Speel maar eens een Beethovensonate. Wat betekent dat? Hoe maak je het verschil? Er is altijd die horizon die zich verlegt. Mentaal gesproken is dit vak een brainfuck. En de enige remedie tegen compleet zot worden, is discipline. Maandag: ik studeer. Dinsdag: ik studeer. Woensdag: ik studeer. Zaterdag, zondag: ik studeer. Ik kan geen week zonder piano. Dan word ik echt zot. 

Harde en zachte competenties

screensnapshot-11-05-2016-10-29-15.jpg

Vakmanschap bestaat uit harde competenties. Deze competenties vereisen een hoge mate van precisie. Het zijn bekwaamheden die iedere keer zo correct en identiek mogelijk moeten uitgevoerd worden. Er is meestal maar één weg naar het ideale resultaat. Harde competenties moeten lopen als een Zwitsers horloge: betrouwbaar, accuraat, voorspelbaar en automatisch zonder de minste hapering.

De andere rollen vragen eerder zachte competenties. Hier is eerder flexibiliteit nodig. Zachte competenties ontwikkel je door spel. Je verkent je grenzen in veranderlijke situaties door steeds weer nieuwe en lastige hindernissen te leren overwinnen. Een leraar maakt zich dan ook niet druk om foutjes. Het belangrijkste is dat leerlingen durven uitproberen en leren omgaan met andere contexten.

De twee goed onderscheiden, is de boodschap. Harde en zachte competenties vragen elk een eigen aanpak.