6 dagen, 23 uur, 0 minuten

Vraagteken.jpeg

6 dagen en 23 uur. Zoveel tijd zit er tussen twee lessen op de academie. Geen onbelangrijke kwestie. Hoe bereid je leerlingen goed voor op deze tussentijd? Hoe kan je – van op een afstand – de kwaliteit van het thuiswerk beïnvloeden?

Want het kwaad is snel geschied. Als een tekst verkeerd wordt ingestudeerd, start een moeizaam verbeterproces. Ingeslepen patronen zijn hardnekkig.

Een leraar van een Antwerpse academie is hier al lang mee bezig en werd geïnspireerd door de rol onderzoeker. Onderzoekers stellen zich voortdurend vragen. En daar kunnen we iets mee. Zijn gouden tip? Leer leerlingen zichzelf vragen stellen.

  • Wat ging (nog niet) goed?
  • Welke fout maak ik altijd weer?
  • Wat pak ik nu best aan?
  • Waar let ik de volgende keer op?

En dat moet je trainen als een spier: speel – stel jezelf een vraag – speel opnieuw – stel jezelf een vraag – en speel opnieuw…

Of eenvoudiger: speel – ? – speel beter – ? – speel nog beter – ?

Het vraagteken als werkinstrument.

Evalueren is poëzie

De leraren woord van Izegem leggen een jury drie vragen voor. Drie eenvoudig vragen, mooi en uitgepuurd geformuleerd. En richting gevend.

Wie goed leest, ontdekt achter deze woorden een heldere visie: evalueren betekent objectief kijken, maar ook – subjectief – uitdrukken wat een optreden met je deed. Om tenslotte de kern te pakken: voeding geven.

Iets voor je eigen evaluatiemomenten? Of om als poëzie te lezen.

screensnapshot-23-10-2015-08-46-08

Scaffolding

9999x0550

Er bestaat (naar mijn gevoel) nog te weinig interessant onderzoek over kunstonderwijs. Het werk van onderzoekster Elisa Kupers is in die zin een verademing. Kupers filmde anderhalf jaar lang acht muziekdocenten viool en hun 38 beginnende leerlingen. Ze observeerde vooral de interactie tussen leraar en leerling. Welke opdrachten kregen de leerling? En wat was dan de relatie met het competentieniveau van de leerling? Voorwaar een interessant thema vanuit onze competentiegerichte insteek.

Kupers onderzocht in hoeverre het onderwijsconcept scaffolding werd toegepast. Scaffolding betekent letterlijk steiger. Een leraar bouwt een steiger rondom een leerling zodat die met voldoende ondersteuning kan leren. En daarna breekt hij die steiger langzaam af zodat een leerling geleidelijk zelfstandiger kan worden. Enkele conclusies die Kupers trekt:

Scaffolding vereist dat de leraar heel goed kijkt welk niveau de leerling nu beheerst en daaropvolgend steeds een uitdaging biedt die past bij dat niveau.

Het belangrijkste in de motivatie van de kinderen blijkt de eigen inbreng te zijn: iets te zeggen hebben in of over de les. Als een leerling het gevoel van autonomie heeft, zal zij veel minder snel stoppen met de les dan wanneer dit niet zo is.

Docenten moeten het doel in hun hoofd houden en dit doel bereiken door het niveau van de opdrachten met kleine variaties steeds weer af te stemmen op wat de leerling al kan.

Aangezien het niveau van de leerling en dat van de instructie van de docent aan elkaar gekoppeld zijn, kan scaffolding niet van tevoren gepland worden: de docent past zijn instructie telkens aan aan wat de leerling op dat moment beheerst. Anders gezegd, scaffolding ontstaat in het hier en nu van de (muziek)les. Deze interacties tussen de leerling en de docent kunnen gezien worden als de ‘bouwstenen’ voor leren en les geven op de lange termijn.

De continue wederzijdse aanpassing tussen leerling en docent zorgt ervoor dat leerprocessen binnen de (muziek)les complex en vaak niet-lineair zijn.

Belangrijk is dat muziekdocenten een breed repertoire van opdrachten hebben en flexibel daarmee omgaan. Aan het begin spelen de kinderen vaak ritmes op losse snaren en dat kan snel saai worden. Dan helpt het soms om er een ander liedje bij te pakken, of in te gaan op de creativiteit van de leerling.

Stemmen en afstemmen

stemmen-1

Een academie startte met een reeks toonmomenten waarbinnen ze wilde experimenteren met feedback. De middelbare en hogere graden kregen van het team onmiddellijk na een concert mondeling feedback.

Eén leraar had duidelijk een dada: je moet je instrument bij de start van je optreden in stilte stemmen. En daar gingen we. Bij alle leerlingen formuleerde hij dezelfde feedback: in stilte stemmen, in stilte stemmen, in stilte stemmen. De leerlingen knikten begripsvol maar of dit de feedback was die ze nodig hadden, was iets anders.

Professionele feedback heeft ook te maken met afwegen en kiezen. Er valt zoveel te zeggen. Maar wat ligt het meest vooraan? Welke opmerking stimuleert de leerling om volgende stappen te zetten?

Linda Van Looy van de VUB deed er onderzoek naar. Haar conclusie was heel eenvoudig: geef één of twee ideeën en tips op maat van de leerling. Meer heeft geen effect.

Je instrument stemmen is belangrijk. Maar op je leerling afstemmen misschien nog meer.  Dat laatste moet het dada van een goede feedbackgever zijn.

Heb jij dat ook?!

VP-LR-RGB-Heb-jij-dat-ook.jpg

We kunnen gevoelens soms moeilijk onder woorden brengen. Onze emotionele woordenschat is zo beperkt.

In Heb jij dat ook?! beschrijft Mario Giordano 1000 gevoelens die we allemaal kennen. Een heerlijke trip van grote en kleine herkenningspunten…

  • De RADELOOSHEID voor je iets weet te schrijven in het gastenboek.
  • De zich OPSTAPELENDE WOEDE tijdens het ontwarren van een kettinkje dat in de knoop zit.
  • Het KLAAR-VOOR-ACTIEgevoel als je bij de kapper naar buiten loopt.
  • Het ZENUWACHTIGE GEVOEL als iemand de kaartjes komt controleren, zelfs als je weet dat het jouwe gewoon geldig is.

Een boekje om gevoelens te zoeken die een invulling kunnen geven aan teksten, muziek, beelden en bewegingen. Want een pakkende uitvoering gaat vaak gepaard met sterke emoties.

Ook ZIN om dit boekje zo snel mogelijk in je handen te hebben? Hier een voorproefje.

Feedback

feedback

Pedagoog John Hattie is een belangrijke onderzoeker. Hij legde aan de hand van analyses van vele onderwijskundige studies bloot wat wel en niet werkt in onderwijs.

Feedback geven staat bovenaan in zijn lijsten. Weinig dingen hebben zoveel effect als terugkoppelen. Vele leraren DKO doen dat iedere dag weer. En dat is sterk.

Hattie kon ook te pakken krijgen wanneer die feedback echt werkt. Sterke feedback bestaat uit drie elementen:

  1. je koppelt terug over wat je net gezien hebt;
  2. je geeft tips of vertelt wat de volgende stap is;
  3. en je geeft aan hoe het eindproduct er in ruwe lijnen kan uitzien.

Simpel? Als je dit bewust en altijd wil doen, vraagt dit heel wat discipline.