Hoe voelt woede?

Emotis_3.jpg

Kunst ervaren of maken roept emotie op. En die emoties doen iets met ons lichaam. Dat is nu in kaart gebracht. Onderzoekers uit Finland ontdekten dat emoties specifieke lichamelijke sensaties veroorzaken.

Ze lieten 700 proefpersonen een reeks emotionele woorden, gezichten en filmpjes zien. Elke keer gaven de deelnemers aan of ze een emotie voelden. En zo ja, of dit gepaard ging met een gewaarwording in een lichaamsdeel. Dat werd opgetekend in emotiekaarten, een silhouet van het menselijke lichaam.

Hoe lees je deze emotiekaarten? Geel en rood duiden op extra activiteit, blauw op een verminderd gevoel, en zwart is neutraal.

Conclusie? De emotiekaarten zagen er voor bepaalde emoties opvallend gelijk uit. Proefpersonen konden zelfs emotie aflezen uit een emotiekaart van een andere. Vooral voor woede was dat makkelijk. Bijna elke emotie veroorzaakt meer activiteit in de borst: een versnelde hartslag en ademhaling. Dat de proefpersonen ook het hoofd vaak rood inkleurden, duidt op activiteit van de gezichtspieren. Maar ook op veranderingen in gedachten en gevoelens.

Sneller instuderen

kit518860_broad_chain_closeup_c_wikimedia-org_ 2.jpg

De blog bulletproof musician bespreekt een interessant onderzoek. Hoe studeer je een werk sneller in ?

Drie succesvolle strategieën vallen op:

Speel deel – geheel – deel …: isoleer de moeilijke passages en studeer die apart. Maar oefen daarnaast ook het geheel.

Stel een doel: herhaal met een doel. Bepaal bij een herhaling wat je wil bereiken.

Schakel: studeer in een moeilijke passage de eerste noten. Oefen tot je ze in de vingers hebt. Voeg er dan één of meerdere noten aan toe. En schakel zo verder tot de hele passage gekend is.

Vier op een rij

4opeenrij.jpg

Een leraar woord van de academie van Izegem vertelde dat hij leerlingen vier keer onmiddellijk na elkaar liet optreden. Het opzet was eenvoudig: groepen toeschouwers wandelden van de ene plek naar de andere en kregen telkens een klein concertje aangeboden. De leerlingen speelden vier keer hetzelfde programma voor een klein maar fijn publiek.

De leraar stelde vast dat leerlingen enorm groeiden tijdens dit traject. Bij het eerste optreden zag hij nog aarzeling en zenuwachtigheid. De laatste keer was anders:

  • meer automatismen;
  • grotere zelfzekerheid;
  • meer contact met het publiek;
  • én groeiend spelplezier.

Vier keer winst op een rij.

Logisch toch? Voor vakmanschap verdragen we dat een leerling een techniek pas na enkele mislukte pogingen in de vingers heeft. Maar van de performer verwachten we dat het er van de eerste keer staat.

Kunde wordt kunst

craftsmanship

Wat de kunstenaar van de vakman onderscheidt? De vakman maakt doorgaans wat hij heeft geleerd, volgens de beproefde methode en met het te verwachten resultaat.

Een kunstenaar gaat verder waar de vakman stopt. Hij neemt risico’s, kijkt anders en probeert het onmogelijke te bereiken. Het resultaat is daarom dikwijls verrassend, ook voor hem. De kunstenaar weet nooit wat en hoe het kunstwerk zal zijn, tot hij het vindt.

Grote kunstenaars zijn dikwijls even ‘kundig’ als de beste vakmannen. Maar een prachtig afgewerkt sierobject is daarom nog geen kunst. De kunstenaar voegt iets belangrijks toe aan het vakmanschap: verbeelding. Dan wordt kunde kunst.

Ondersteuningsniveaus

00-default-banner-detail-boogstreken.png

Hier heb je een nieuwe partituur. Trek je plan.

Voor sommige leerlingen is dat een juiste instructie. Je daagt zo hun zelfstandigheid uit. Andere leerlingen hebben meer ondersteuning nodig: een partituur met vingerzetting, aanduiding van de muzikale zinnen of boogstreken … Soms is het interessant om passages in de les samen door te nemen. De kans dat een leerling thuis juist instudeert, is dan groter. Of snel een opname maken die als referentiepunt kan dienen. Maar bij andere leerlingen is het net interessant om dat niet te doen.

Vele opties. Vele ondersteuningsniveaus. En dat had een leraar viool helemaal te pakken. Hij had van alle partituren drie versies: eentje zonder notities, eentje met uitgeschreven vingerzetting en boogstreken en eentje waar ook nog de moeilijke passages een cirkel en uitroepteken kregen. Zijn leerlingen mochten soms ook zelf bepalen welke versie ze nodig hadden.

Sterk opzet.

5 x 5

5x5.jpg

Sommige leerlingen proberen net voor een concert de meubelen nog te redden. De laatste week hard studeren. Onderzoek toont aan dat dat enkel op korte termijn een effect heeft. Na vier weken is het leereffect van de erin-stampers bedroevend: 44 procent kan het geleerde dan niet meer reproduceren.

Het brein kan maar een beperkte hoeveelheid informatie op één moment verwerken. Goed opbouwen heeft daarom een duurzaam leereffect. Vijf minuten oefenen, laten bezinken en daarna weer kort oefenen. Leren vraagt om focus en concentratie en dat kost energie. Daarom heeft het brein rustperiodes nodig.

Leer daarom je leerling om oefening te spreiden. Want vijf maal vijf minuten oefenen heeft veel meer effect dan één keer een half uur. En misschien is het beeld hierboven wel een fijn hulpmiddel om dit te illustreren.

Herhalen

0186-repetition-4.jpg

Het hoeft niet altijd iets nieuws te zijn. Laat leerlingen ook eens een werk/ tekst verschillende keren in hun DKO-loopbaan opnieuw instuderen. Pieter Wispelwey deed het met de cellosuites van Bach. Dit biedt interessante kansen:

  • in M2 is kunnen spelen al een hele uitdaging;
  • bij de herneming in H1 wordt een ander register aangesproken: bijvoorbeeld meer stijlgebonden spelen;
  • en in H3 verwacht je dat het werk een persoonlijke touch krijgt.

Petanque

petanque.jpg

Leraren deeltijds kunstonderwijs krijgen meer vertrouwen en autonomie. Maar ook meer verantwoordelijkheid. Nu de centraal georganiseerde examens op heel wat academies minder dominant zijn, ontstaat er bij sommigen onzekerheid. Ze moeten een jaartraject zelf plannen en organiseren. En dat vraag denkwerk. Bijvoorbeeld ijkpunten uitzetten. Want naar iets toewerken, blijft belangrijk.

Vergelijk het met petanque. Als je het kleine balletje niet uitgooit, is er geen spel.

Dus kies je doelen … Niet te ver maar ook zeker niet te dichtbij. Want kunstonderwijs hoort uitdagend te zijn.

Trots op je werk

screensnapshot-17-03-2016-01-30-55.jpg

Fietsenmaker Jos Dol vertelt hoe zorgvuldig hij een slag uit een achterwiel haalt:

Met twee handen pak ik aan beide kanten van het wiel telkens twee spaken vast, alsof ik een harp bespeel. Zo voel ik hoeveel spanning op de afzonderlijke spaken staat. Hoe vaster de spaak, hoe hoger de spanning. Door met die spanning te spelen, haal ik de golf uit het wiel.

Theologe Barbara Zwaan reageerde met grote bewondering op het verhaal van de fietsenmaker. Zij vergeleek Jos Dol met filosofe Simone Weil.

Wanneer Weil over aandacht schrijft, gebruikt ze grote, hoogstaande bewoordingen. Deze fietsenmaker zegt precies hetzelfde, maar impliciet en misschien daarom nog indrukwekkender. Dit is levende aandacht, aandacht voor het werk. Echte vakmannen vallen samen met wat ze doen. Ze zijn één met hun bezigheid, die daardoor voor mij iets mystieks of spiritueels krijgt, zonder dat het hier gaat om een hogere werkelijkheid: de mensen voeren gewoon hun beroep uit.

Hoe kunnen mensen zo opgaan in iets heel gewoon, hun dagelijks werk? Socioloog Richard Sennett weet dat mensen via hun vak een gevoel van eigenwaarde krijgen. De beloning voor dat werk hangt niet af van salaris, punten of aanzien. Trots zijn op je werk, daar doen we het voor.