Focus en versnipperen

focus.jpg

Werken met focus is met recht en reden in het leerplan kunstig competent een leerdoel voor het vakmanschap. Meer zelfs: dit is één van de grootste uitdagingen waar onze leerlingen voor staan. We zijn zo snel afgeleid en worden weggezogen van aandacht op één ding. En laat dat net een kwaliteit zijn die de ware vakman van de prutser onderscheidt: zijn vermogen om geconcentreerd te blijven op het werk.

Versnipperen.jpg

Anderzijds is die versnippering ook interessant als we de kunstenaar willen aanspreken. Dwalen, verbindingen maken, vele indrukken opdoen, van de hak op de tak springen. Het zijn manieren om de creativiteit aan te wakkeren en nieuwe ideeën te genereren.

De twee tegenpolen, focus en versnippering, geven nog maar eens aan dat het interessant is om de eigenheid van de verschillende rollen te onderzoeken. En zo ontstond de laatste jaren ook het inzicht dat elke artistieke rol zijn eigen didactiek heeft. Misschien is dit wel één van de meest belangrijke gedachten die het project kunstig competent opleverde.

Trotse dansers

unnamed.jpg

Ik kijk met bewondering naar de dansers van onze academie. Zij staan zo overtuigend op het podium. Kijk eens wat we gemaakt hebben! En daar zijn we heel trots op!

Je leest het af uit hun lichaamstaal: fier als een pauw komen ze op. En met elegantie ontvangen ze het applaus van het publiek. Bedankt dat jullie naar onze choreografie komen kijken.

Pedagogisch begeleidster Tina van Roy zegt dat je die trots kan trainen. Zoals een spier. Vertel het ons, leraren dans op al die kunstacademies: Hoe doen jullie dat?

Vangnet

 

restgrond-1280x720.jpg

Doorspelen (als het fout gaat). Dat vragen we aan onze leerlingen. En het is ook een leerdoel uit het raamleerplan. Maar hoe leer je hen dat? En wat moeten ze dan doorspelen?

Een leraar piano van de Kunstacademie Noord-Limburg gebruikt de metafoor van het vangnet. Hij zoekt met leerlingen naar iets waarop ze kunnen terugvallen als het fout loopt: een akkoord, de grondnoot, een sleutelwoord, een basismelodie, een schema …

Dit vangnet geeft leerlingen vertrouwen: ze kunnen zichzelf altijd redden.

Een fout opvangen kan je leren. In het judo en de circusschool is dat een onderdeel van de training. En waarom niet bij ons?

Trapje hoger

IMG_2872.JPG

Elke leerling zijn eigen podium. Het team van de academie van Wilrijk reageerde enthousiast op deze uitspraak van een lerares.

Optreden hoort bij podiumkunsten. Daar waren we het over eens. Maar het belang van dat podium, de grootte van het publiek, het gewicht van een jury…  dat pas je aan aan je leerling.

Wie hoge ambities heeft, speelt op jong talentconcerten. Of op wedstrijden zoals Cantabile. Voor een andere leerling is een leerlingenconcert de juiste plek. En voor sommige volwassenen is een concertje voor de medeleerlingen van hetzelfde uur al een hele uitdaging.

Een lerares liet het eerste jaar haar leerlingen zelf hun podiumniveau kiezen. Ze stelde vast dat leerlingen op veilig speelden. Sindsdien daagt ze leerlingen uit om altijd een trapje hoger te mikken. Want ook dat is onze taak: altijd weer de zone van naaste ontwikkeling opzoeken. Altijd weer een trapje hoger op het podium.

Dichtbij of afstand

regisseur in zaal.jpg

Waar zit/ sta je tijdens een les of repetitie? Waar coach je je leerlingen?

Ga je dicht bij de leerling staan zodat je samen een tekst kunt bestuderen? Of ga je in een hoek van het lokaal luisteren? Om het geheel overschouwen. Om letterlijk en figuurlijk afstand te nemen.

Sommige leraren gaan in de zaal zitten en geven van daaruit aanwijzingen. Anderen lopen op het podium rond en sturen zo het liefst snel bij.

Begeleiden is balanceren tussen de twee. Dichtbij tijdens de instudeerfase. En met afstand om het geheel te overzien en leerlingen los te laten. Of om te onderzoeken hoe iets als toeschouwer binnenkomt.

In aanloop naar de concerten in mei en juni neem ik elke week iets meer afstand.

 

Vier op een rij

4opeenrij.jpg

Een leraar woord van de academie van Izegem vertelde dat hij leerlingen vier keer onmiddellijk na elkaar liet optreden. Het opzet was eenvoudig: groepen toeschouwers wandelden van de ene plek naar de andere en kregen telkens een klein concertje aangeboden. De leerlingen speelden vier keer hetzelfde programma voor een klein maar fijn publiek.

De leraar stelde vast dat leerlingen enorm groeiden tijdens dit traject. Bij het eerste optreden zag hij nog aarzeling en zenuwachtigheid. De laatste keer was anders:

  • meer automatismen;
  • grotere zelfzekerheid;
  • meer contact met het publiek;
  • én groeiend spelplezier.

Vier keer winst op een rij.

Logisch toch? Voor vakmanschap verdragen we dat een leerling een techniek pas na enkele mislukte pogingen in de vingers heeft. Maar van de performer verwachten we dat het er van de eerste keer staat.

Harde en zachte competenties

screensnapshot-11-05-2016-10-29-15.jpg

Vakmanschap bestaat uit harde competenties. Deze competenties vereisen een hoge mate van precisie. Het zijn bekwaamheden die iedere keer zo correct en identiek mogelijk moeten uitgevoerd worden. Er is meestal maar één weg naar het ideale resultaat. Harde competenties moeten lopen als een Zwitsers horloge: betrouwbaar, accuraat, voorspelbaar en automatisch zonder de minste hapering.

De andere rollen vragen eerder zachte competenties. Hier is eerder flexibiliteit nodig. Zachte competenties ontwikkel je door spel. Je verkent je grenzen in veranderlijke situaties door steeds weer nieuwe en lastige hindernissen te leren overwinnen. Een leraar maakt zich dan ook niet druk om foutjes. Het belangrijkste is dat leerlingen durven uitproberen en leren omgaan met andere contexten.

De twee goed onderscheiden, is de boodschap. Harde en zachte competenties vragen elk een eigen aanpak.

Speelplezier

finnissy_english_15

We denken dat we steeds moeilijkere stukken moeten aanbieden. Dat klopt. Maar ook slechts gedeeltelijk.

Het is natuurlijk goed om grenzen te verleggen. Maar vaak heeft dat als ongewild effect dat er vooral gewroet i.p.v. gespeeld wordt.

Sommige leraren geven hun leerlingen daarom ook stukken onder hun niveau. Er ontstaan dan mogelijkheden om op een hoger niveau te musiceren: met aandacht voor muzikaliteit, inleving, beleving, afwerking, schoonheid, eigen invulling… En er ontstaat speelplezier! Musiceren onder je niveau is musiceren op niveau.