Scaffolding

9999x0550

Er bestaat (naar mijn gevoel) nog te weinig interessant onderzoek over kunstonderwijs. Het werk van onderzoekster Elisa Kupers is in die zin een verademing. Kupers filmde anderhalf jaar lang acht muziekdocenten viool en hun 38 beginnende leerlingen. Ze observeerde vooral de interactie tussen leraar en leerling. Welke opdrachten kregen de leerling? En wat was dan de relatie met het competentieniveau van de leerling? Voorwaar een interessant thema vanuit onze competentiegerichte insteek.

Kupers onderzocht in hoeverre het onderwijsconcept scaffolding werd toegepast. Scaffolding betekent letterlijk steiger. Een leraar bouwt een steiger rondom een leerling zodat die met voldoende ondersteuning kan leren. En daarna breekt hij die steiger langzaam af zodat een leerling geleidelijk zelfstandiger kan worden. Enkele conclusies die Kupers trekt:

Scaffolding vereist dat de leraar heel goed kijkt welk niveau de leerling nu beheerst en daaropvolgend steeds een uitdaging biedt die past bij dat niveau.

Het belangrijkste in de motivatie van de kinderen blijkt de eigen inbreng te zijn: iets te zeggen hebben in of over de les. Als een leerling het gevoel van autonomie heeft, zal zij veel minder snel stoppen met de les dan wanneer dit niet zo is.

Docenten moeten het doel in hun hoofd houden en dit doel bereiken door het niveau van de opdrachten met kleine variaties steeds weer af te stemmen op wat de leerling al kan.

Aangezien het niveau van de leerling en dat van de instructie van de docent aan elkaar gekoppeld zijn, kan scaffolding niet van tevoren gepland worden: de docent past zijn instructie telkens aan aan wat de leerling op dat moment beheerst. Anders gezegd, scaffolding ontstaat in het hier en nu van de (muziek)les. Deze interacties tussen de leerling en de docent kunnen gezien worden als de ‘bouwstenen’ voor leren en les geven op de lange termijn.

De continue wederzijdse aanpassing tussen leerling en docent zorgt ervoor dat leerprocessen binnen de (muziek)les complex en vaak niet-lineair zijn.

Belangrijk is dat muziekdocenten een breed repertoire van opdrachten hebben en flexibel daarmee omgaan. Aan het begin spelen de kinderen vaak ritmes op losse snaren en dat kan snel saai worden. Dan helpt het soms om er een ander liedje bij te pakken, of in te gaan op de creativiteit van de leerling.

Elitaire zwijgzaamheid

977785495

Uit de Standaard, 1 juni 2015  TOM JANSSENS  OVER DE ELISABETHWEDSTRIJD 2015

Een juryrapport! De Elisabethwedstrijd heeft alleen een vel met cijfers. Het gebrek aan inhoudelijke motivering wordt ingegeven door eerlijkheid en transparantie, maar is toch ook enigszins nietszeggend. Want wat betekent het dat Lim de wedstrijd won?

Dat onze tijd muzikanten nodig heeft die met onspectaculair mooi vioolspel alle ruimte geven aan de muziek? Maar hoe rijmt dat dan met de tweede plaats voor Semenenko, die met zijn felle en sterk persoonlijke lezing daar net diametraal tegenover staat? Niemand die het antwoord weet, want de waaromvraag is niet eens aan de orde.

Dit is geen kritiek, maar een vaststelling. Ontelbaar veel klassiekemuziekwedstrijden volgen hetzelfde procedé als een eindexamen aan het conservatorium. Maar is het niet interessanter voor een artistiek concours om winnaars de wereld in te sturen met een boodschap of missie, zoals film-, literatuur- en beeldende kunstcompetities doen?

Uiteraard heb je dan kleinere jury’s nodig, met spraakmakende of spraakzame juryleden die via dialoog tot consensus komen. Dan pas krijg je een uitslag die trots op papier staat: ‘Voor ons vertegenwoordigt kandidaat X, Y of Z de kwaliteiten van de muzikant van morgen, en wel hierom en daarom.’ Op die manier zou een einde gemaakt kunnen worden aan de elitaire zwijgzaamheid waarin klassieke muziek zich zo vaak hult. 

Iedereen winnaar

happy3

Tijdens de examens piano van de academie van Hemiksem experimenteerden we met verwoorde feedback. De leerlingen L4 en M3 kregen na hun optredens feedback op maat. Een concept dat op vele andere plekken uitgetest wordt. De positieve ervaringen doen hun werk: het aantal believers stijgt. Een extern jurylid in Lier mailde:

Ik voelde mij daar absoluut goed bij. Net als de desbetreffende leerkrachten.

De nabespreking tussen jury en de leraren krijgt een hele andere toon. Tegenstanders worden medestanders. Omdat iedereen hetzelfde doel heeft: de leerling sterker maken.

Na de interne bespreking gingen de juryleden, de directrice en de leraren van Hemiksem naar de concertzaal. De directrice bedankte met veel warmte de leraren voor het werk en de leerlingen voor hun concert. En ze verwoordde wat haar globaal was opgevallen: dat er muziek gemaakt werd en dat haar dat ontroerde. Sterk.

En dan gingen leraren, externe juryleden en leerlingen met elkaar in gesprek. Wat was sterk? Wat viel bij jou op? Waar moet je op letten? Waar liggen je volgende uitdagingen?

Bij cijfers is er maar één winnaar: degene met de hoogste score. Nu waren er vele winnaars:

  • leerlingen kregen een cadeau in de vorm van feedback waar ze iets mee kunnen;
  • ouders waren ontroerd omdat de feedback bevestigde of verraste;
  • en leraren glunderden omdat ze zagen dat de feedback van de jury binnenkwam en  helpt om leerlingen meer in beweging te krijgen.

We zagen het ook aan de lichaamstaal: shining eyes.

Zo simpel, zo voor de hand liggend, zo krachtig. Dat we daar niet eerder vol op ingezet hebben.

Voeding voor de evaluatietijd

feedbackEvaluatietijd. Leerlingen tonen hun werk en jij kijkt er als expert naar.

Leerlingen rangschikken of ze voeding geven zodat ze mooiere kunstenaars worden. Aan jou de keuze.

Misschien trekt deze cartoon je over de streep?

Ik heb niets meer te leren!

Growth-v-Fixed

Ik hou wel van een pittige discussie als ik ergens een vorming geef. Dat is een  teken van betrokkenheid. En af en toe kom je nog eens een collega tegen die op voorhand beslist heeft om ertegen te zijn. Wat je ook vertelt. Het is dan even afwachten welke van de vier cliché’s er het eerst uitkomt:

  1. Ik doe dat al.
  2. Ik ben daar niet voor opgeleid.
  3. Moeten ze dan niets meer kunnen?
  4. Zijn die kleurtjes geen verkleutering van ons DKO?

 Ik doe dat al allemaal en heb niets van u te leren.

Dat was resolute interventie van een lerares DKO die kon tellen. Ik denk dat ze zelf schrok van haar scherpe uitspraak.

Oprecht wenste ik haar proficiat. Sterk dat je de verschillende rollen en hun didactiek in de vingers hebt. En zo je leerlingen een aanbod op maat kan doen.

Anderzijds wees ik haar er ook op dat ze zich weinig onderzoekend opstelde. Vaste mindset noemt men dat. Je hersenen in beton zetten. Geen beweging meer mogelijk.

Van leerlingen verwachten we dat ze een groeimindset hebben. Dat ze kiezen voor beweging in hun leren. Leraren kunnen hier heel simpel aan werken: door er zelf model voor te staan.

Vaste of groeimindset is voor jongeren een keuze. Maar niet voor leraren.

Skyline van competenties

screensnapshot-03-05-2015-06-51-58

Een Brusselse academie zocht naar een manier om het globale competentieprofiel van een leerling visueel voor te stellen. Niet elke leerling beheerst daar immers de Nederlandse taal even goed.

Een eerste ontwerp is in zijn eenvoud krachtig. Het aantal blokjes geeft aan of een competentie weinig of sterk ontwikkeld is.

En het wordt pas echt mooi als je de fiche een kwartslag draait. Dan ontstaat er een skyline (van competentieniveaus) die in één oogopslag een rijk en genuanceerd verhaal vertelt.

screensnapshot-03-05-2015-06-53-21

Stemmen en afstemmen

stemmen-1

Een academie startte met een reeks toonmomenten waarbinnen ze wilde experimenteren met feedback. De middelbare en hogere graden kregen van het team onmiddellijk na een concert mondeling feedback.

Eén leraar had duidelijk een dada: je moet je instrument bij de start van je optreden in stilte stemmen. En daar gingen we. Bij alle leerlingen formuleerde hij dezelfde feedback: in stilte stemmen, in stilte stemmen, in stilte stemmen. De leerlingen knikten begripsvol maar of dit de feedback was die ze nodig hadden, was iets anders.

Professionele feedback heeft ook te maken met afwegen en kiezen. Er valt zoveel te zeggen. Maar wat ligt het meest vooraan? Welke opmerking stimuleert de leerling om volgende stappen te zetten?

Linda Van Looy van de VUB deed er onderzoek naar. Haar conclusie was heel eenvoudig: geef één of twee ideeën en tips op maat van de leerling. Meer heeft geen effect.

Je instrument stemmen is belangrijk. Maar op je leerling afstemmen misschien nog meer.  Dat laatste moet het dada van een goede feedbackgever zijn.

Wilskracht

412661483_640

Jongeren worden door de talentenjachten zoals the voice van Vlaanderen op het verkeerde been gezet. Ze krijgen het idee dat je opeens ergens goed in kunt zijn. Alsof talent zomaar komt aanwaaien. Ze zien echter niet dat daar duizenden uren oefening aan vooraf gaan. Dat blijft buiten beeld. Want dat is geen interessante televisie. Of geen hip thema dat je deelt op facebook: vandaag ben ik niet gaan shoppen maar heb ik de hele namiddag viool gespeeld.

Tijdens vormingsmomenten op academies is dit dikwijls een thema.  Het ligt leraren erg op de maag. Aan de ene kant hebben we wel begrip voor jongeren van nu omdat ze overrompeld worden door zovele prikkels. En anderzijds weten we zelf, proefondervindelijk, dat de realiteit weerbarstig is: enkel wie voldoende lang en gericht traint wordt een meester.

En dat laatste vraagt wilskracht. Een woord dat lang uit ons vocabularium verdwenen is.

Op de universiteit leerde ik dat wilskracht misschien wel een belangrijkere slaagfactor is dat intelligentie. Een beroemd en klassiek experiment uit 1972 met marshmallows toonde dit aan. Jonge kinderen werden aan een tafel gezet met één marshmallow. Ze mochten het snoepje opeten of het een kwartier laten liggen. Als beloning kregen de volharders dan een tweede marshmallow. Dat levert onvergetelijke beelden op. Kijk bijvoorbeeld naar deze moderne versie van het experiment. Ongeveer een derde van de kinderen slaagde erin om een kwartier te wachten.

Maar de grootste verrassing kwam toen bijna twintig jaar later de kinderen uit het oorspronkelijke experiment werden nagetrokken. De kinderen die het indertijd een kwartier hadden volgehouden bleken vrijwel allemaal succesvoller op school en in hun werk dan de anderen.

In recent onderzoek ontdekte psycholoog Roy Baumeister dat wilskracht werkt als een spier. Wilskracht wordt sterker als je het oefent. Baumeister stelt voor om routines weer belangrijker te maken in ons leven. En daar kunnen we iets mee in het DKO. Een competentie voor het leven.

Vakmanschap telt weer

IMG_2467.jpg

In het tijdschrift filosofie vertelt René Gude over de herwaardering van ambacht in de kunst. Hij stelt dat ambacht toch wel een negatieve bijklank had: kunstenaars die een vak geleerd hebben, maar creativiteit missen. Of iets nostalgisch: mandenmakers en klompenmakers.

Maar kijk, een ambacht leren is weer hip. Gude ziet dat we loskomen van de overwaardering van het hyperautonome kunstenaarsdenken.

Daar tegenover staan de ambachtslieden die werken aan kwaliteitsstandaarden om hun product te verbeteren. Of die, stap voor stap, nieuwe technieken ontwikkelen om beter werk te maken.

En daarbij is repetitie nodig.  De vooraanstaande Duitse denker Peter Sloterdijk noemt dat de eerste hoofdwet van de artesdynamica: oefenen, oefenen en oefenen. Stijl is niet aangeboren, maar moeizaam verworven.

Het project artistieke competenties benoemt via de rollen al deze aspecten: vakmanschap, kunstenaarschap en unieke ik. Het zijn thema’s die op de academie telkens weer in de weegschaal gelegd worden.

En wat bepaalt welke rol het meest doorweegt? De aard van het vak? Zeker. De kwaliteiten van de leraar? Speelt natuurlijk mee. Maar misschien is de eigenheid van de leerling wel de meest cruciale factor: de ene leerling is meer kunstenaar die wil scheppen. En de andere voelt zich een vakman die geniet van een exacte reproductie van een partituur of tekst.

De academie is een plek waar een brede artistieke basis gelegd wordt én er daarna ruimte gemaakt wordt voor accenten die passen bij de leerling.

Diepvries

diepvries-groente.jpg

Kaat zit nu in de hogere graad fagot. Ze kwam in eerste les van het eerste jaar met een grote droom de klas binnen: Ik wil mijn eigen liedjes maken.

We hebben dat tijdens de eerste weken even opgepakt. Wat improviseren met de twee noten die ze geleerd had. Maar toen was het tijd voor het echter werk: een goede mondstand. Prima. Haar droom en misschien haar talent ging voor heel even de koelkast in.

Kaat kreeg een goede mondstand. Ritmes werden steeds complexer en haar klank mooier. Ik herinner me dat ze het in de middelbare graad nog enkele keren geprobeerd heeft: Kan je me leren improviseren? Nu nog niet, zei ik, eerst het examen M3. In de hogere graad is daar ruimte voor. En zo belandde haar droom en misschien haar talent in de diepvriezer.

Van de dingen die in de koelkast liggen, weet je nog dat je ze hebt. Bij spullen in de diepvriezer weet je dat vaak niet meer.