Schrappen en schaven, boetseren en bouwen

the-lau

Lees er een willekeurige tekst op na en je voelt het meteen: dit is een kunstenaar: iemand die schrapt, bouwt, boetseert en timmert tot de perfecte zin op papier staat. 

Bart Steenhaut over zanger Thé Lau in de Morgen

Als leerlingen eigen composities ontwikkelen, heb je misschien de neiging om er vanaf te blijven. Dit is hun ding. Soms is dat ok. Maar anderzijds valt er ook veel te leren:

  • dat blijven zoeken naar alternatieven het product sterker maakt;
  • dat je beter één idee goed ontwikkelt i.p.v. vele ideeën maar half;
  • dat een begin, midden en slot structuur geeft;
  • dat variatie het spannend maakt voor de luisteraar;
  • dat schrappen en schaven bij het vak horen;
  • dat er nog te leren valt over harmonie, gebruik van de ruimte…
  • dat je best een eigen manier zoekt om ideeën vast te leggen: in noten opschrijven, opnemen, grafisch noteren, ruwe schetsen…

Ontwerpen is even hard werken als een partituur/ beweging/ tekst instuderen.

Speelplezier

finnissy_english_15

We denken dat we steeds moeilijkere stukken moeten aanbieden. Dat klopt. Maar ook slechts gedeeltelijk.

Het is natuurlijk goed om grenzen te verleggen. Maar vaak heeft dat als ongewild effect dat er vooral gewroet i.p.v. gespeeld wordt.

Sommige leraren geven hun leerlingen daarom ook stukken onder hun niveau. Er ontstaan dan mogelijkheden om op een hoger niveau te musiceren: met aandacht voor muzikaliteit, inleving, beleving, afwerking, schoonheid, eigen invulling… En er ontstaat speelplezier! Musiceren onder je niveau is musiceren op niveau.

En is dat wel zo?

EV-RONS-1164.jpg

Als leraren muziek, beeld, dans en woord samen rond de tafel zitten gebeurt er iets. Vandaag zag ik het weer tijdens een lezing op de mooie, open en warme kunstacademie van Ronse.

De evidentie dat je in muziek eerst met vakmanschap moet bezig zijn voor je over kunstenaarschap kan spreken, werd met die één zin van een lerares woord in vraag gesteld: Is dat wel zo?

Met 5 noten kan je al ontwerpen, vertelde een lerares accordeon. Bij sommigen klinkt het dan heel ongericht maar anderen voelen al direct de hoofdgraden aan. En waarom leerlingen geen variaties laten verzinnen?

En zo ontdekten we samen kansen. Leve de kunstacademie!

Maslow voor kunstenaars

onbewust onbekwaam
Een leerling doorloopt grosso modo vier fasen als hij een vaardigheid wil leren. We ontlenen volgend concept aan de Amerikaans psycholoog Abraham Maslow. Herkenbaar? Zeker weten.
  • De eerste fase is onbewust onbekwaam. De leerling is zich niet bewust van een hiaat in zijn vaardigheden.
  • De de tweede fase, bewust onbekwaam, herkent de leerling het tekort. Hij ervaart dat hij de vaardigheid nog niet beheerst.
  • In de derde fase, bewust bekwaam, werkt de leerling aan de vaardigheid. De bekwaamheid wordt groter maar dat vereist nog een grote mate van concentratie. De leerling moet er heel erg bij nadenken.
  • In de laatste fase, onbewust bekwaam, heeft de leerling zich de vaardigheid helemaal eigen gemaakt. Het is als het ware een tweede natuur geworden. Het gaat vanzelf.

Aan de fase kan je aflezen welk het competentieniveau van een leerling is. Of nog belangrijker: wat de volgende stap in de ontwikkeling is.

Meesterlijke opdrachten

opdrachten

Mijn dochter kwam vandaag thuis met een fantastische opdracht van haar leraar beeld: teken met een balpen een zelfportret voor de spiegel.

Wat een goed uitgekiende en uitdagende oefening!

Met een balpen kan je niet eindeloos blijven herstellen. Het moet er vanaf de eerste keer staan. En dat vraagt gerichte aandacht.

En een spiegel is interessanter dan een foto. Het element 3D is een dimensie die dan meegenomen kan worden.

Zulke ontregelende, open én tegelijk doelgerichte opdrachten dagen het kunstenaarschap van de leerling uit.

Aan de slag ermee.

Een (persoonlijk) repertoire uitbouwen

Introduction_sonate_pathétique.svg.png

Een persoonlijk repertoire uitbouwen. Een competentie met vele kansen:

Leerlingen hebben vaak een repertoire dat niet verder reikt dan de pas ingestudeerde stukken voor een examen of concert. Daarna verdwijnt dat materiaal roemloos in de kast. En als oma vraagt om eens iets voor te spelen, dan hebben ze niets klaar.

Een leraar die in een projectschool werkt vindt het belangrijk dat leerlingen ALTIJD twee stukken paraat hebben. Iedere leerling heeft een repertoriumlijst waarop de twee actuele repertoriumstukken genoteerd staan. En regelmatig vraagt de leraar om dat nog eens voor te spelen. Uitstekende opwarming.

Een andere leraar liet op een toonmoment zijn leerling een portfolio met gespeelde werken presenteren. De jury mocht daaruit kiezen.

Vele leraren vinden het belangrijk dat het repertoire divers is: verschillende stijlen en stijlperiodes. Ze dagen op deze manier leerlingen uit om onbekende gebieden te verkennen…

Leren van evaluaties

2916_Samenspelgroep_groot.jpg

Een getuigenis:

Na het toonmoment van mijn leerlingen samenspel kreeg ik hele waardevolle feedback van mijn collega piano.

De groep samenspel speelde heel gedisciplineerd en aandachtig. Maar er was zeker nog meer uit te halen: muzikaal mocht er meer gebeuren, details mochten meer ontwikkeld worden.

Mijn collega zou de leerlingen ook zelfstandiger laten samenspelen. Nu dirigeer en speel ik altijd mee. Ik zou hen kunnen uitdagen door dat niet meer te doen.

Mooie feedback die mijn praktijk volgend jaar sterker maakt.

Zijn de rollen competenties?

cropped-cropped-zes-rollen.jpg

Laten we proberen van de rollen een competentie te maken: de leerling is een vakman.

Nee, dit is geen competentie: een veel te open formulering die geen concreet gedrag beschrijft.

De rollen doen iets anders:

  • ze reiken een mindset aan die de grote domeinen verwoordt waarop kan ingezet worden;
  • ze vertellen waar het ons om te doen is in het DKO;
  • ze creëren een oneindig palet aan kansen;
  • ze maken het mogelijk om nog meer persoonsgericht te werken;
  • ze raken leraars DKO omdat ze herkenbaar én uitdagend tegelijk zijn.

Nee, de rollen zijn geen competenties. Ze zijn veel meer dan dat.

Nieuwsgierig maken

Nieuwsgierig

De leerling is nieuwsgierig. Klinkt heel logisch maar hoe begin je eraan? Of hoe stimuleer je leerlingen om nieuwsgierig te worden?

Roland van der Vorst noemt vier manieren om leerlingen te verleiden tot nieuwsgierigheid: maak er schattenzoekers, sensatiezoekers, sporenzoekers of – en dat is de makkelijkste – antwoordzoekers van.

SCHATTENZOEKER: Geheimen zijn aanlokkelijk en daarom hou je bewust iets achter.

Een lerares gitaar vertelt dat de componist Leo Brouwer een compositie op een interessante manier eenheid gegeven heeft. Het is aan de leerling om dit deze week te ontdekken.

SENSATIEZOEKER: Verwachtingen worden verstoord. Je maakt de dingen vreemd, spannend, raadselachtig of onverklaarbaar.

Een leraar zang zegt dat hij het eerste deel van de les achter de leerling zal staan. Er wordt enkel contact gemaakt via de stem. Het is een spannende ervaring waarbij de oren extra aangesproken worden.

SPORENZOEKER: Dingen open gehouden maakt nieuwsgierig.

Een leraar dans daagt met volgende open opdracht zijn klas uit: dans de lente.

ANTWOORDZOEKER: Vragen stellen daagt uit en maakt nieuwsgierig.

Een lerares dans start de les met volgende opdracht: Hoe kan je van één stuk ijzerdraad een auto maken?

Evalueren = examen?

Ik stel tijdens presentaties regelmatig vast dat leraren examens en evalueren als synoniemen ervaren: het examen is de evaluatie. Vanuit het nieuwe denken rond evalueren klopt dit niet meer. We willen veelzijdiger naar leerlingen kijken.

Misschien moeten we daarom op zoek naar een andere term? In de vakliteratuur spreekt men van assessment. De vertaling van de Latijnse stam asside laat al ergens vermoeden waar het naartoe gaat: naast iemand gaan zitten.

Kenmerkend voor een assessment is dat het een combinatie is van verschillende methoden, instrumenten en technieken. Je verzamelt een rijk geschakeerd overzicht dat iets zegt over het functioneren van een leerling.

Alleen een examen op het einde van een schooljaar is dus geen assessment. Wat wel? Een gezonde en haalbare mix van een concert, opdrachten, observaties tijdens de les, indrukken van externen die meekijken en misschien zelfs een zelfevaluatie.