Atlas van de belevingswereld

groteatlasvandebelevingswereldschepping.jpg

Ere wie ere toekomt. Onze artistieke landkaarten zijn schatplichtig aan het boek de atlas van de belevingswereld.

De Belevingswereld brengt niet de aarde maar ons innerlijke denken in kaart. Letterlijk. De steden, rivieren en eilanden heten VeranderingChaos of Groeien. Ze liggen in gebieden als Bergen van Werk, Zee van Mogelijkheden of Bronnen van Inspiratie.

Verken de kaarten samen met je leerlingen: dwaal, dwaal af of verdwaal. En onderzoek zo wat ze met hun werk willen uitdrukken.

groteatlasvandebelevingswereldkennis.jpggroteatlasvandebelevingswereldontberingen.jpg

 

Emoticons

image.png

Jongeren gebruiken in overvloed emoticons als ze elkaar via de smartphone berichten sturen. Zo krijgt een tekstboodschap een emotionele lading.

Er zijn leraren die deze emoticons ook in hun lessen gebruiken. Een lachend gezichtje op de partituur daagt de leerling uit om een passage fris en vrolijk te spelen. En dat werkt. Het klinkt met die ene simpele ingreep meer doorleefd.

Leraren woord zijn hier al langer mee bezig. Er is een traditie om gevoelens te koppelen aan tekstfragmenten. Je tekst een subtekst geven, noemen ze dat dan. Leerlingen leren ook om binnen een tekst te kantelen van de ene naar de andere emotie. Zo ontstaan er interessante schakeringen.

Ik laat me er graag door uitdagen en oefenen volop om enkele van bovenstaande emoticons snel te kunnen tekenen.

Trouw aan het idee

image

Ik geef leerlingen graag kleine gerichte compositie-opdrachten. Ze komen dan zelden de week daarna met een hele compositie naar de les. Meestal hebben ze wat kleine ideeën, schetsen verzameld.

Leraar compositie Bram Van Camp leerde me dat je met dat basismateriaal aan de slag moet gaan: benoemen, toevoegen, verrijken, bevragen, helpen ontwikkelen…

Bram vindt het belangrijk dat zijn interventies altijd weer vertrekken vanuit het oorspronkelijk materiaal.

Blijf trouw aan het idee van de leerling, is daarom zijn gouden tip.

Harde en zachte competenties

screensnapshot-11-05-2016-10-29-15.jpg

Vakmanschap bestaat uit harde competenties. Deze competenties vereisen een hoge mate van precisie. Het zijn bekwaamheden die iedere keer zo correct en identiek mogelijk moeten uitgevoerd worden. Er is meestal maar één weg naar het ideale resultaat. Harde competenties moeten lopen als een Zwitsers horloge: betrouwbaar, accuraat, voorspelbaar en automatisch zonder de minste hapering.

De andere rollen vragen eerder zachte competenties. Hier is eerder flexibiliteit nodig. Zachte competenties ontwikkel je door spel. Je verkent je grenzen in veranderlijke situaties door steeds weer nieuwe en lastige hindernissen te leren overwinnen. Een leraar maakt zich dan ook niet druk om foutjes. Het belangrijkste is dat leerlingen durven uitproberen en leren omgaan met andere contexten.

De twee goed onderscheiden, is de boodschap. Harde en zachte competenties vragen elk een eigen aanpak.

Noodzaak aanboren

kippenvel

Tijdens een werkmoment op de academie van Ronse brachten de collega’s woord het thema noodzaak aanboren binnen. De nieuwsgierigheid voor dit thema groeide zienderogen bij de rest van het team.

Wat bedoelden deze collega’s met noodzaak aanboren? En hoe werk je daaraan?

Je onderzoekt samen met de leerling zijn (innerlijke) drang om te creëren. Bijvoorbeeld door onderzoekende vragen te stellen.

  • Wat is voor jou belangrijk (in dit werk)?
  • Wat wil je vertellen?
  • Wat houdt je bezig?
  • Hoe wil je raken?

Of van eenzelfde orde: door leerlingen lijstjes te laten maken.

  • Waar heb ik een hekel aan?
  • Waar krijg ik kippenvel van?
  • Wat maakt me bang of ongerust?
  • Wat vind ik mooi (in het leven)?

Vanuit die rijke informatie kan de leraar gericht materiaal zoeken en ontwikkelen. Materiaal dat dicht bij de kern van de leerling ligt.

En dan kan er magie ontstaan: leerlingen die vanuit hun unieke ik creëren en uitdrukken. Energie en betrokkenheid spatten ervan af. Kippenvelmomenten.

Met emotie

4a23ba95a1aa9a1fb3622e591cec78f0-1

Onderzoeker Paul Ekman stelde via een beroemde studie van gezichtsuitdrukkingen vast dat er zes universele basisemoties zijn: angst, verbazing, geluk, woede, walging en verdriet.

Je zou deze emoties kunnen vergelijken met de basiskleuren. Elke andere emotie kan je met een mix van deze basisemoties samenstellen. Ik voel bijvoorbeeld nu, terwijl ik deze tekst neerschrijf, een combinatie van geluk, verwondering en een beetje angst.

Vele leraren woord gebruiken deze set emoties om invulling te geven aan teksten:

Zet hier eens woede op… Probeer eens een kanteling naar angst…

De oefening doet wonderen omdat een uitvoering met deze eenvoudige ingreep energie krijgt.

En de stap daarna? Verbondenheid creëren met je eigen unieke gevoelens.

Wat betekent die voor jou? Welke emoties roept dit op? Hoe kan je dit hoorbaar, zichtbaar maken?